De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.

3 minuten leestijd

(Vervolg).

Jeremia Cap. VII—X,

Cap. VII.

Het Woord des Heeren tot den zone Hilkia's, priester en profeet; Sta in den Tempel, waar Ik wone on roep aldaar dat ieder 't weet, die tot mijn Huis komt waar de scharen haar offers plengen op de altaren en knielen in het Heiligdom: „Hoort 's Heeren woorden, maakt uw wegen en daden recht; zoo brengt mijn zegen U de oude heerlijkheid weerom !

Vertrouwt op schijn noch ijdle woorden, hoe zielsverleidend 't dan ook zij. De loftrompet steekt valsche accoorden bij 't „'s Heeren Tempel, dat zijn wij!" Doet recht, doet recht, doet recht den arme, en dat uw ziele zich erbarme der fel verdrukten, weeuw en wees; doet weg al wat naar onrecht rieke opdat Ik u, o doodlijk zieke, voor eeuwig van uw kwaal genees.

Op valsche woorden zoudt gij bouwen om diefstal, doodslag, overspel en 't schandelijkst bedrog te brouwen, uw knie'n te buigen voor de hel, en dan — te naadren tot den drempel, ja, 't binnenst voorhof van den Tempel, naar mijn hoogheil'gen Naam genoemd, en daar te brallen; voor mijn oogen op uw geboorterecht te bogen....; , o gruwel, duizendmaal verdoemd!

Is dan dit Huis, mijn Naam ter eere gesticht, een moordhol in uw oog; het Huis, waar 't vroom gebed den Heere als wierook kronkel' naar omhoog ? Zie, 'k heb eén walg van uwgehuichel, uw Godonteerend schandgechuichel, Ik zal het zien en zoeken. — Gaat, en ziet waar eens de Tent gestaan heeft te Silo; wat uw volk misdaan heeft van ouds — en siddert voor myn raad.

Welaan, omdat gij. deze.dingen doet tegen beter weten in; op wat uw vaderen ontvingen als loon voor hun verkeerden zin geen acht slaat, spreekt de Heere, vallen straks ook des Tempels hechte wallen in puin als Silo's Heilgesticht verging om uwer vaadren zonden, die 'k, wijl ze als gij mijn wetten schonden, verdreef van voor mijn aangezicht.

Gij, door mijn Geest bezielde Ziener, hef geen gebed op voor dit volk; wees mijner strafgerichten diener, niet hunner wanhoopskreten tolk. Al weet ge uw deernis niet te smoren, loop' Mij niet aan: Ik zal niet hooren. Wat brenge uw voorspraak 't volk ten zoen, dat aan den afgod zijner handen ter Heil'ge Stee brengt offeranden om Mij, zijn God, verdriet te doen?

Om Mij verdriet te doen! De dwazen, — zoo spreekt de Heer', — hun booze daden doen hun in zinsverbij- string razen, 't verdriet doen zij zich-zelven aan. Hun deel zal schande en schaamte wezen als straks mijn wraaklust is gerezen. Daarom, zoo dreigt des Heeren hand, zie, over al wat leeft zal komen de hittigheid mijns toorns in stroomen van vuur, dat onuitbluschbaar brandt.

(Wordt vervolgd.)

1913.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's