Uit de Pers.
Volkskerk en Vrije Kerk in de16e Eeuw.
In de algemeene vergadering van de Friesche afdeelingen der Confessioneele Vereeniging te Leeuwarden heeft dr. P. J. Kromsigt uit Amsterdam een rede gehouden over «volkskerk en vrije kerk in de 16e eeuw, " van welke rede de Leeuwarder Courant het volgende verslag geeft:
De vraag «volkskerk of vrije kerk" dringt zich naar voren in allerlei kringen; men zoekt naar een kring van eensgezinden om vandaar uit te werken op wat er buiten staat. Het voorstel der commissie voor de herziening der grondwet bracht ze opnieuw naar voren. De principieele vraag is: Hoe moeten wij ons plaatsen tegenover ons volk. We willen letten op de lessen der historie. Dr. Kuyper acht de volkskerken onkruid en heel zijn streven doelt op de uitroeiing. De Waarheidsvriend (orgaan van de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk — Red. N. R. Ct.) toont neiging daarin mee te gaan. Daartegen is 't noodig positie te nemen. De vrije kerk-idee is ongereformeerd. Onze vaderen toonden dit in hun strijd tegen Wederdoopers en Labadisten. Spreker wijst als bewijs op een boekje van ds.Bontius.
Moeten we ons volk als gedoopt boschouwen of moeten we den doop maar loslaten en kleine kringen vormen ? Velen kiezen 't laatste en vinden dat de eersten de werkelijkheid voorbijzien. Maar wat zegt de Schrift? De profeten hielden vast aan 't verbond en scheidden zich niet af in kleine kringen, maar plaatsten zich midden in 't volksleven en riepen de afvalligen op als afkeerige kinderen.
De Hervormers deden niet anders. Zij erkenden zelfs den doop der Roomschen en toonden zoo de historie te eerbiedigen en 't verbond als breeden grondslag te aanvaarden. Op dien grondslag richtten zij zich tot heel 't volk. Heeft de praktijk der profeten en der Hervormers ons niets te zeggen? Naast het; »Tegen de revolutie het Evangelie», klinkt het: «Tegen de afscheiding het Verbond.» De Hervormers waren riiet radicaal en daarom Stelden zij zich op historischen grondslag.
Naast hen was een radicale stroom: de Wederdoopers, die zich niet bij 't verleden aansloten, geen reformatie der oude, maar stichting eener nieuwe kerk bedoelden. Zij openbaarden zich overal in onderscheiden vorm, vooral in Duitschland en Zwitserland. Jan van Leyden Was de meest radicale, Menno Simons een vrome, wiens optreden de revolutionaire geesten beteugelde. Voor zijn optreden bedreigde zij de Hervorming vooral tijdens Luthers verblijf op den Wartburg. Thomas Münzer was de aanstoker en kenmerkte zich door terzijdestelling van Gods woord. In de Zwickauer profeten vond hij ijverige propagandisten, die heel wat verwarring veroorzaakten. Karlstadt, Luthers vriend, liet zich zelfs door hen meesleepen. 't Evangelie van Münzer kreeg hoe langer zoo meer een socialistisch karakter en miskende het Woorden de ambten. Luther, trad eindelijk tegen hen op en riep vorsten en adel op tot den strijd. Zijn oproep vond gehoor en een bloedige strijd volgde.
In Zwitserland had men een soortgezijke beweging tegen Zwingli door eenen, Grebel, die in zekeren Blauwrok, een gewezen monnik, een medestander vond. De Zwitserschen onderscheidden zich de Duitschers door de weerloosheid te prediken. Later vereenigden beide stroomingen zich in Straatsburg, Waar Melchior Hoffmann profeteerde van een komend nieuw Zion.
Met Jan van Leyden werd zijn leer der weerloosheid vervangen door de leer des gewelds, dat te Munster korten tijd overheerschend was en gemeenschap van goederen en veelwijverij huldigde. De afloop is een waarschuwend voorbeeld van de bittere vruchten die afwijking van 't Woord draagt. Terwijl zij Luther van halfheid beschuldigden, bleef diens werk en keerde Munster tot Rome terug. Hoe kwam 't, dat hun werk verliep? Doordat zij zich niet aansloten bij de historie. De Hervormers doorzagen dit en bestreden daarom de Dooperschen.
Menno Simons wist den revolutionairen geest te temmen en een stille, rustige gemeente te vormen, die op de ontwikkeling der christelijke kerk vrijwel «onder invloed» bleef. Hun geest bleek o.a. in verbod van 't bekleeden van een overheidsambt, van 't dragen van wapenen en 't afleggen van den eed; ideèn die thans bij de radicale geesten instemming vinden. De Hervormers herkenden toen reeds 't gevaar en wezen er op, zooals ó.a. Calvijn in de voorrede zijner Institutie gericht aan den Franschen koning.
Naast hun radicalisme in de kerk, wilden zij van een Christelijke overheid niet weten, zooals we dat in onzen tijd ook zien. Men had oog voor den enkelen eensgezinde en niet voor volken en geslachten. Vandaar geen reformatie der oude, maar stichting van een nieuwe kerk, niet door een werk Gods, maar door een daad der menschen, de kerk werd een vereeniging ter evangelisatie. De Hervormers daartegenover op historischen grondslag, met erkenning van het verbond in den doop en hun ruime doopspractijk, zooals o.a. blijkt uit den brief van Calvijn aan John Knox. ,
Welke leering is hieruit te putten? Ons wachten voor den geest der afzondering, die de Dooperschen dreef er dus een ruime doopspractijk met voortdurende herinnering aan de belofte. Volkskerk, niet in den zin van »Elk wat wils, een belijdende kerk door geleidelijke reformatie. De reformatie leefde uit de rechtvaardigmaking door het geloof, de Dooperschen meer uit een gebroken werkverbond. De erkenning, dat God goddeloozen rechtvaardigt, houdt te midden van den afval de hoop levendig en is daardoor een kracht om ons van afscheiding te weerhouden.
De hoeveelste maal het nu is, dat Dr. Kromsigt over dit onderwerp gesproken heeft, weten we niet.
Wij voor ons beginnen het wel een weinig vermakelijk te vinden als voor de zooveelste maal mannen als de Cock, Brummelkamp, Wormser, Bavinck, Gispen, Kuyper, Lindeboom, Honig, Bouwman enz. enz. met Jan van Leyden en Thomas Münzer vergeleken worden, terwijl Hoedemaker, Kromsigt, Schokking, Lingbeek enz. daarbij als Luther en Calvyn poseeren.
Maar — tenslotte moet Dr. Kromsigt het zelf weten. En als men er op de algemeene en provinciale vergaderingen van de Confess, vereeniging genoegen mee neemt, is het óns ook zeer wel!
Wat we evenwel nog eens vragen willen is dit: meent Dr. Kromsigt nu dat hij, door de dingen herhaaldelijk te zeggen en nooit te bewijzen, iets verder komen zal?
Waarom strijdt hij toch altijd tegen windmolens, waarbij men zelf niets opbouwt, anderen in den weg treedt en daarbij de vijanden tot victorie helpt?
Wie van de gereformeerden, wil er nu toch »een kring van eensgezinden» ? Wij niet!
Wij staan naar een Geref. Kerk, waar de belijdenis onzer Kerk zal worden gehandhaafd.
Van een kring, van een clubje, van. een vereeniging geen sprake.
Wij staan naar de openbaring van Christus' Kerk in dezen lande, waar Gods Woord geëerd wordt, Jezus Christus Koning is en gezongen wordt: Ai ziet, hoe goed, hoe lieflijk is 't, dat zonen van het zelide huis als broeders samen wonen.»
Waar voor publieke vijanden van God. en Christus geen plaats is.
Waar de beloften Gods, in den weg van Zijn genadeverbrnd geopenbaard, zullen bekend gemaakt worden aan jong en oud, gedachtig zijnde den eisch Gods, dat Zijn verbond niet trouweloos mag worden geschonden en het heilige niet voor de honden mag worden geworpen.
Welnu — wie spreekt er dan onder ons van »een kring van eensgezinden«; wie wil het volk loslaten; wie wil Jan van Leyden navolgen en doen als Thomas Münzer?
Is er dan heusch in onze dagen niets anders te zeggen, waar de nood onzer Geref. Kerk zoo groot is door het trouweloos schenden van Gods Heilige inzettingen?
is er niets anders te doen, dan ons te vergelijken met Jan van Leyden, Knipperdoling en dergelijken?
Wil Dr. Kromsigt ook niet een Geref. Kerk, waar het Woord recht verkondigd wordt, waar de Sacramenten heilig gehouden worden, waar de tucht wordt bediend in wettig kerkelijken weg, naar uitwijzen van Gods Woord, zoodat zij die publiek niet instemmen met de belijdenis der Kerk buiten de Geref. Kerk zullen leven? ,
En gelooft Dr. Kromsigt óok niet, dat ten slotte voor het volk geen zegen te verspreiden is, dan wanneer de Kerk zich gedraagt naar Gods getuigenis, ook in het verwerpen van alle dwaalleer, in het veroordeelen van alle leugen, in het bestraffen van alle goddeloosheid, in het afsnijden van allen, die, na vermaan, blijven volharden in hun boozen weg?
Gelooft Dr. Kromsigt ook niet, dat zij die van harte belijden, dat God de goddeloozen rechtvaardigt, niet gedoogen mogen dat de Kerk alles straffeloos toelaat?
Neen, laat men het niet voorstellen dat wij spreken van een kring van eensgezinden. Wij willen ons scharen rondom de banier der waarheid en wij spreken, van de Gereformeerde Kerk, die haar weg wél moet aanstellen onder de menschen, daar ze anders in de zonde wandelt voor God en zonder kracht en zegening is in het miden van het volksleven.
En dat heeft niets met de Zwickaner profeten te maken. Evenmin als de Dordtsche, Synode met de Spaansche Inquisitie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's