De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.
(Vervolg).
Wat helpt het, dat wij zitten blijven. Verzamelt u en laat óns gaan. ter vaste stad; de sterkte stijven zoo spreekt men pralend— waar we in staan, om daar te zwijgen van de daden Des, die ons, wijl wij overtraden, met gal en edik heeft gedrenkt en ons doet zwijgen ... Wacht óp vrede uw toekomst brengt geen zegen .mede, omdat gij Mijner niet gedenkt.
Van Dan af wordt gesnuif vernomen van paarden, brieschend in het veld; de legerscharen staan te komen, 'tot. mijn gerechte wraak besteld. Zij rukken aan. Wie zal haar stuiten? , 'tls al ter dood gedoemd; de spruiten van 't gras zelfs, dat uw waatren zoomt, verdord door 't gif van basilissen en slangen, die van woede sissen; verderf, dat geen bezwering toomt.
Zoo spreekt de Heer'! Ach, mijn verkwikking is droefenis; mijn hart is flauw! ' Hoort niet mijn oor van ver de schrikking der Sioniete in bangen rouw? Troont niet de Heere in Sions Woning; .Is dan de Heer' niet Isrels Koning? — Ach, waarom hebt gij Mij gekrenkt met beelden, door uw hand gesneden en met de uitheemsche ijdelheden, waarvan geen enkel redding schenkt?
Reeds vliedt de zomer; de oogst is t' ende en nog, nog zijn wij niet verlost! Ik ben gebroken van de ellende der breuk, die 't leven heeft gekost aan Sions dochter; 'k ben gebogen ontzetting is mij aangevlogen; ik ga in 't zwart. — Heeft Gilead dat zooveel breuken heeft verbonden, geen balsem meer voor de open wonden der Kerk, die ik heb, liefgehad?
CAP IX
Och, dat mijn hoofd als water vlöte, een tranenbron mijn oog ontsproot; 'k zou dag en nacht, mijn gunstgenoote, mijn Kerk, beweenen. om haar dood. Och, waar' mij in verlaten dreve een hert der reizigers verbleven, 'k verliet de trouwvergetèn bent, het volk dat; recht verkracht, in logen' van kwaad tot erger is getogen — spreekt God — en Mij verlaat, miskent.
Wacht u een iegïijk van zijn broeder, vertrouwt niet op uw besten vriènd, de Leugen vorst, hun heul en hoeder, - wordt schaamteloos van elk gediend; 't Is achterklap, waarmee hun kelen tot walgens toe Mij 't oor vervelen, ' al 't dichtsel van hun hart is boos, hün ziel verrdelt zich in bedriegen, ook, dat ze Mij niét kennen, liegen zij met een meineed schaamteloos.
Dies zal Ik hen, die Mij bedroeven—zoo spreekt de Heer' — als ruw metaal door 't vuur des smeltkroes'doen beproeven, den gloed verwakkrend zevenmaal. Hoe zoude Ik immer anders handelen met dit geslacht, dat, wars van 't wandlen naar 't heilig recht, gelijk een dolk zijn tong, met gif bezwalkt, doet steken? En mijne ziel zou zich niet wreken? aan zulk een diepgezonken volk?
'k Zal om de bergen weenend klagen; het treurlied zingen der woestijn, waar *t vuur bij de oordeelsdonderslagen geen herdershut doet oovrig zijn. Beroofd, berooid van alle leven, zal daar geen vogel over zweven. Zoo zal Ik straks Jeruzalem tot steenhoop stellen, hol der draken; 'k zal Juda woest en ledig maken. Wie God niet eert, die beef' voor Hem!
Wie is de man, die 't neemt ter harte; die 's Heeren woorden heeft doorgrond, hij zegge 't voort in' bittre smarte, Weerklink de maar van mond tot mond: Wat heeft de bergen doen verbranden en woest gemaakt de vruchtbre landen? - De Heer' verklaart: wijl zij Mijn Wet, die ik hun had opgelegd, verstieten, en trouwloos de banier verlieten die hun ten heil was opgezet.
Wij zijn voor vreemde goon gebogen, naar hunner vaderen belleid den.Baal rookten voor mijn ogen tot : in mijns Huizes Heiligheid, daarom, zoo spreekt de Heer' der Heeren de God, dien Isrels volk moest eeren, 'k zal drenken hen met zwijmelwijn. -met alsem spijzen, hen verdrijven en dolend over de aard doen blijven en dienaars onder heid'nen zijn.
Zoo zegt de Heer', der Legerscharen; doet klaagsters komen, zendt om haar nu ijlings; dat ze 't rouwkleed paren aan weegeklag én angstmisbaar! Want hoor, daar wordt een stem vernomen uit Sion, eerst met aarz'lend schromen, dan luider: ach, wij zijn geplaagd; ziet, heel het land, de steden, dorpen zijn platgebrand en omgeworpen en wij door 's Heeren zwaard verjaagd!
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's