De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven(2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven(2)

8 minuten leestijd

Christianiseering van de Openbare School

Op het eerste Nationaal Christelijk Schoolcongres te houden op 9, 10 en 11 October a. s. te Utrecht zal ook spreken Dr. Kromsigt van Amsterdam.

't Zal niemand verwonderen, dat hij komt oreeren over bovenstaand onderwerp.

En wij hopen van harte, dat er in deze méér licht mag opgaan. Want dat het héél duidelijk is hoe het ideaal van Dr. Kromsigt kan werkelijkheid worden, zal zeker niemand beweren.

Met belangstelling zochten we in het officieele Program naar de stellingen van Dr. Kromsigt, welke hij zal verdedigen. En we vonden het volgende :

Middelen en wegen ter christianiseering van de Openbare School.

1. De stelling: „de overheid (resp. staat) mag niet schoolmeesteren" is onjuist en miskent de hooge roeping der overheid.

2. Het recht der ouders, op wie in eerste instantie de taak van onderwijs en opvoeding rust, mag ook bij het openbaar onderwijs niet worden miskend.

3. Het onderwijs zal het best aan de behoeften des volks beantwoorden, indien het in verband met de historische ontwikkehng hier te lande, in twee takken uiteengaat: openbaar en bizonder onderwijs.

4. Het is de plicht van elken Christen niet alleen te trachten door bizonder onderwijs ten goede op ons volksleven in te-werken,  maar ook te streven naar verbetering van het openbaar onderwijs in Christelijken geest.

5. Tegen de aanvaarding van de neutrale overheid moet door ons praktisch worden partij gekozen door inzonderheid op openbaar schoolgebied weer op te komen voor de Christelijke belijdenis en dus voor de kerstening der Openbare School.

6. Waar eene geheele kerstening en in verband met de historische ontwikkeling van ons' volk en in 'verband met de gewetens, vrijheid, onuitvoerbaar blijkt, hebben wij ons tot eene gedeeltelijke kerstening met inachtneming van het onderrecht te bepalen.

7. Deze kerstening kan het best worden bereikt:

a. door bijbelsch onderwijs weer in het leerplan op te nemen ;

b. door facultatieve splitsing der openbare schooi naar de godsdienstige gevoelens van de ouders der schoolgaande kinderen;

c. door aan de ouders medezeggenschap te geven (zoowel óp de gemengde als op de afzonderlijke school) bij het benoemen der onderwijzers en op den geest van het onderwijs door middel van door de ouders te benoemen schoolcommissies (in den geest van de door Dörpfeld voorgestane „Schulgemeinde").

8. Het gevaar van onderwijs met een Christelijk tintje, ontheft ons niet van den plicht te streven naar kerstening van de openbare school, daar wij de neutrale overheid in geen geval mogen aanvaarden.

Wij zijn echter niet verantwoordelijk voor de wijze, waarop anderen een op zich zelf goed beginsel,  misbruiken en misvormen. In toezicht èn dóór de overheid èn door de belanghebbende ouders zelf moet hier de waarborg worden gezocht.

9. Alleen waar de ouders zelf het wenschen, worde vrijstelling yan bijbelsch onderwijs verleend. '

10. Het bijbelsch onderwijs worde zooveel mogelijk opgedragen aan den onderwijzer. Waar dit óf bij de ouders óf bij den onderwijzer bezwaar ontmoet, worden het opgedragen aan een predikant of een godsdienstonderwijzer.

11. Reeds nu, terwijl de tegenwoordige wet nog geldt, dringe men bij de overheid aan      a. op algemeene vaststelling van het godsdienstonderwijs binnen de schooluren (opnemen van het leerplan) b. op bezoldiging van dit godsdienstonderwijs door de overheid; en bij predikanten en godsdienstonderwijzers op algemeene gebruikmaking van de bepalingen der wet in deze (hetzij met of zonder bezoldiging van wege de Overheid of de Kerk).

We zijn benieuwd, of er een zakelijk en principieel debat zal volgen na het verdedigen van deze stellingen. 3kwartier voordebaten repliek aal dan wel noodig zijn, gelijk er voor gesteld is.

Misschien dat men dan nog niet eens klaar is.

Professoraal.

Toen het in de Synode ging over wijziging van de proponentsformule en verandering van de belijdenisvragen, om zooveel mogelijk te voorkomen dat allerlei leeringen, openlijk in strijd met Gods Woord en onze Belijdenis, in de Kerk worden ingedragen, sprak Prof. Dr. Daubanton óok zijn meening uit.

En in het midden van een Kerk, die verteerd wordt door allerlei tegenstrijdige leeringen, waarbij de' Kerk als een Gallio toeziet, zei de Hoogleeraar, adviseur der Synode: „wil men de formules wijzigen, het is mij goed; wil men ze niet wijzigen, het is mij ook goed.-Het heil der Kerk hangt niet aan formules. De eer van Christus is wèl bewaard en hangt aan geen formule."

Zoo staat in de Handelingen der .Synode blz. 602.

't Is wel professorale wijsheid, waar men vèr mee komt!

Geest en hoofdzaak.

De bekende woorden geest en hoofdzaak door tal van predikanten en leden der Herv. Kerk zoo schandelijk misbruikt, om daardoor in de Kerk te brengen wat met den geest en met de hoofdzaak onzer kerkelijke belydenis vierkant in strijd is, zijn, — is 't wonder ? — duizenden, die het goed meenen met onze Herv. Kerk, een doorn in 't oog. Ds. Gronemeyer schrijft in de Nederl. Kerkbode een en ander over 't ontstaan van de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak" in art. 39 van het.Regl. op het Godsd.-onderwijs (bij de belijdenisvragen) en dan valt er een eigenaardig licht over de wordingsgeschiedenis, 't Schijnt al heel onregtementair te zijn toegegaan. Hij zegt er dit van:

»De vraag zelve: of gij gelooft in God den Vader, den Almachtige enz.cc is voorgesteld door Dr. Spijker bij de vaststelling van dit reglement in 1861 en op wettige wijze aangenomen. Deze vraag kwam toen in plaats van de oude: »0f gij van harte gelooft de leer, die gij hebt beleden? » In die vraag werd een verband gelegd tusschen den doop en de belijdenis des geloofs. Zeer te recht en volkomen toe te juichen. Dr. Spijker behoorde tot de school van Prof. Scholten, die ook zelf zeer ingenomen was met die nieuwe vragen.

Maar in 1879 zijn de woorden «althans wat geest en hoofdzaak betreft" in het artikel gevoegd, niet op zuiver wettigen weg. 'Wat toch was het geval. In 1878 stelde de Synode voorloopig voor, de 1e vraag aldus te doen luiden: «verklaart gij in oprechtheid des harten U te vereenigen met allen die God aanbidden als hun hemelschen Vader, Jezus Christus vereeren als den Zoon Gods, den Leidsman tot den Vader en door den Heiligen Geest zich willen laten besturen.*

Daar gingen heel wat stemmen tegen op. Den een waren zij te ruim, den ander te eng. En toen heeft de Synode alles op losse schroeven gezet en den geest en de hoofdzaak in art. 39 gebracht. Dit was iets geheel nieuws. Maar in plaats dat zij deze nieuwe invoeging onderwierp aan het oordeel der Classikale vergaderingen, stelde zij die definitief vast en zond ze aan de provinciale Kerkbesturen ter eindstemming. Deze namen ze bij meerderheid van stemmen aan. Er is van den beginne af tegen die wijze van doen geprotesteerd, maar 't. mocht niet baten. Maar dit is zeker, de invoeging is niet langs den wettigen weg tot stand gekomen.»

Dus deze „ellendige zinsnede" van onze kerkelijke wet is niet langs den wettigen weg tot stand gekomen.

Of de Modernen ook sterk staan als ze spreken van hun rechten!

Uit de Synode.

De Handelingen van de 28ste Gewone vergadering der Algemeene Synode van de Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1913 (we zijn dus haast aan de 100ste vergadering!) zijn verschenen, met de Bijlagen. Twee kloeke deelen, 't eerste van + 800 blz, , 't tweede van + 500 blz.

We kunnen dus nu rustig nalezen wat er al zoo in de Synode is verhandeld, wie er gesproken hebben en wat er is gezegd.

"Wel hebben we ons op de hoogte kunnen stellen door de verslagen in de couranten in Juli en Aug. j.l. Maar dat was toch eigenlijk geen officieele taal in die verslagen, door verschillende leden van de Synode opgesteld en aan de dagbladen van allerlei richting verstrekt.

Het verschil tusschen hetgeen in de Handelingen gedrukt staat en 'tgeen in de courantenverslagen voorkwam, viel ons direct op, toen we eens nasloegen, wat er zoo al gesproken was bij de discussie over het voorstel van den secretaris der Synode, den heer J. Knottenbelt, de Kerkeraden uit te noodigen, zich in het voorjaar van 1914 te doen vertegenwoordigen ten einde een samenspreking te houden over onderwerpen, die het godsdienstig en het kerkelijk leven raken.

Wat hadden de couranten-verslagen (door leden van de Synode opgesteld) bericht ? Dat er gesproken was over een zeker soort van Gereformeerden als waren dat petroleurs en bommenwerpers.

Men zag er Prof. Dr. Daubanton op aan.

Men sprak er over. Men schreef er over.

En nu vinden we in het officieel orgaan van de Synode niets van deze woorden. Hoe zit dat nu?

Hebben de heeren leden van de Synode, die hun verslag schreven tijdens of vlak na de 15de zitting van 1 Aug. alles uit hun duim gezogen? Of is het wel gezegd, maar niet in het officieel verslag opgenomen?

't Is vreemd. Begrijpen doen we het niet. In het officieele verslag van de Synode staat (blz. 194):

„de heer Daubanton ziet wel iets gevaarlijks in het voorstel van den Secretaris, omdat het mogelijk kan zijn, dat men met geheel verschillende inzichten en bedoelingen daar komt. Dit gevaarlijke lag niet in het voorstel van hem en den heer Gronemeyer."

Da's alles wat er van de professorale speech staat.

Hoe kan men daar nu petroleurs en bommenwerpers van maken!

't Was toch zoo onschuldig!

Wraak over die booze verslaggevers!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven(2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's