De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Psalm XLII (Psalm 42)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalm XLII (Psalm 42)

2 minuten leestijd

Geen hinde hijgt ooit sterker naar de stroomen dan zich, o God, mijn ziel uitstrekt en smachtend reikhalst om tot U te komen, den God, die leeft en leven wekt. Mijne ziele dorst om, van haar angst ontladen, in 't licht Uws aanschijns zich te baden.

Tot spijze zijn mij dag en nacht mijn tranen, vergoten, om den bitt'ren spot dergenen, die mijn ziel verloren wanen ' en tergend hoonen: waar is God ? — Waar is uw God ? Ik roep het kermend weder ; versmachtend buigt mijn ziel zich neder.

Ach, als ik denk hoe 'k met de vrome scharen weleer bij vroolijk feestgedruisch, met blijde psalmen juiablend, placht te varen tot bede en dank naar 's Heeren Huis, — dan krimpt in doffe en weergalooze smarte 't van heilig heimwee hunkrend harte.

Wat buigt ge u neer, o mijn onthutste ziele ? Wat woelt ge in mij ? Stil uw verdriet en wacht op God! Schoon alles u ontviele, des Heeren trouw ontvalt u niet. Ik wacht op God, want met mijn blijde klanken zal ik Gods gunstig aanschijn danken.

o God, mijn God, hoe is mijn ziel verslagen als ik bedenk hoe aan Jordaan, op Hermon en op Mitshar 'k al mijn dagen in 't kleed des rouws zal moeten gaan; hoe de afgrond roept tot d'afgrond ; al de baren Uws toorns zijn over mij gevaren!

En nochtans schenkt Ge uw goedertierenheden, getrouwe God, mij balling, al den dag. Mijn troost des nachts Uw lied, als in gebeden ik tot U nader; mijn beklag zal niet altoos zich vruchtloos in ellenden, o mijns levens, 'tot u wenden.

Ik zal tot God, mijn sterkte en steenrots, klagen:

waarom verbergt Ge uw aangezicht voor mij ? Waarom ga ik in 't zwart door 's vijands plagen, wiens deernislooze spotterij mijn ziel doorvlijmt met schrikb're jubelkreten: God heeft zijn gunsteling vergeten!

Wat buigt ge u neer, o mijn onthutste ziele ? Wat woelt ge in mij ? Stil uw verdriet en wacht op God ! Schoon alles u ontviele, des Heeren trouw ontvalt u niet. Ik wacht op God, want met mijn blijde klanken zal 'k Hem, mijn oogenwellust, danken.

1913.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Psalm XLII (Psalm 42)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's