De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Gerechtvaardigd.

Het beleid van den heer Idenburg is ten slotte volkomen gerechtvaardigd.

Van al den laster en de verdachtmaking, die tijdens de verkiezingen werd rondgespreid en waarbij de tegenstander het liet voorkomen alsof Indië door het wanbeleid hier te lande van den Minister van Koloniën en in Indië van den Gouverneur-Generaal aan den rand van den afgrond werd gebracht, is niets meer meer overgebleven.

Klaar en duidelijk is het gebleken, dat terwijl juist in het begin van dit jaar Indië een krachtig en doortastend bestuur behoefde, om aan revolutionaire stroomingen, het hoofd te bieden, de heer Idenburg de rechte man op de rechte plaats was.

Het was niemand minder dan de tegenwoordige Minister van Koloniën, de heer Pleyte, uit het vrijzinnig Kabinet, die dezer dagen zijn algeheel vertrouwen in het optreden van den Gouverneur-Generaal uitsprak. Immers die bewindsman heeft verklaard : dat er voor hem geen enkele reden best om een vervroegd aftreden van Gouverneur-Generaal Idenburg te bevorderen.

Uit deze woorden spreekt een geheel andere toon dan bij de verkiezingen uit den mond van dienzelfden Minister van Koloniën, destijds candidaat voor de Tweede Kamer, en uit die van zijne politieke vrienden, de koloniale specialiteiten Mr. Fock en Mr. van Deventer, gehoord werd.

Scherpe critiek deden deze mannen tegen het koloniaal beheer van de Christelijke regeering hooren en bijgestaan door de vrijzinnige pers, met de , Nieuwe Rott. Ct." voorop, werd de verwachting uitgesproken, dat onmiddellijk na het optreden van een vrijzinnig ministerie een vervroegd aftreden van den heer Idenburg zou volgen.

Die verwachting gaat thans in rook op, nu gebleken is, hoe deerlijk men zich in den persoon en in het werk van den heer Idenburg leeft vergist. De koloniale specialiteiten waren niet op de hoogte van hetgeen in Indië plaats had. Men heeft maar wat gepraat, gelasterd en verdacht gemaakt en eene welkome gelegenheid aan de propagandisten van den 4en rang verschaft om een felle campagne tegen het Kabinet-Heemskerk te voeren. Zelfs is het scherpste wapen, dat indertijd tegen het beheer in Indië gebruikt werd, n.l. dat de z.g, kersteningspolitiek van den heer Idenburg in verband zou staan met de Sarekat Islambeweging, waardoor de revolutie in Indië op het uitbreken stond, gebleken uit de lucht te zijn gegrepen. Uit de notarieele verklaring, die het bestuur der Sarekat Islam aan den Gouverneur-Generaal deed toekomen en die in afschrift in de pers werd overgenomen, is dit overduidelijk gebleken.

Natuurlijk halen de vrijzinnige bladen thans bakzeil. Zelfs gaan zij in hunne gevoelens voor den heer Idenburg op het oogenblik zoover dat zij, gehoord de door den heer Pleyte aan de pers toegezonden verklaring, niet schromen zijn lof te bezingen. Enkele dagen geleden schreef dezelfde „Nieuwe Rott. Ct.":

De verklaring van Minister Pleyte verheugt ons vooral, omdat de heer Idenburg reeds goed werk voor Indië gedaan heeft, wij hem volmaakt in staat achten om nog meer goeds voor dat land te doen, en wij hem gaarne de gelegenheid gegeven zien, om zijn taak te voltooien. De wijze waarop hij zich ten opzichte van de moeilijkheden, welke in verband met de Indische partij en Sarekat Islam zijn gerezen, heeft gehouden, getuigt van zijn inzicht, zijn takt en zijn bereidheid om, waar het moet, krachtig te handelen, terwijl de geest, welke uit dit optreden spreekt, vertrouwen inboezemt.

Als men deze vriendelijke woorden aan het adres van den heer Idenburg leest, wrijft men onwillekeurig zijn oogen uit en vraagt zich af: hoe hebben wij het nu? Is dat nu diezelfde Gouverneur-Generaal, naar wiens hoofd nog ongeveer een half jaar geleden de meest ernstige grieven als van geestdrijverij, gebrek aan takt, kortzichtigheid enz., om maar aan geen andere woorden te herinneren, werden geslingerd.

Zelfs dwingt, naar het schrijven van de „Nieuwe Rott. Ct.", de heer Idenburg achting en bewondering af.

Al is het wat laat, toch verheugen wij er ons in dat thans het blad tot beter inzicht is gekomen.

Maar werkwaardig is ook, wat hetzelfde blad in ander verband in een ander artikel schrijft: „Voor het voeren van onze Indische politiek heeft men een Minister en een Gouverneur-Generaal noodig. Een van beide moet — waar zulk werk te doen valt! — een .groot man zijn. Het is niet noodzakelijk, dat dit juist de minister zou wezen."

Is dit ander verband duidelijk, vatten wij waarop de woorden van het blad slaan, dan plaatst de redactie hier de kroon op het hoofd van den heer Idenburg. Want wie is de groote man, die het blad hier op het oog heeft? Het is de tegenwoordige Gouverneur-Generaal. De „Nieuwe Rott. Ct-" weet wel, dat de persoon van Mr. Pleyte niet van veel beteekenis is.

Omtrent Mr, Pleyte, den nieuwen minister van Koloniën, schreef de heer van Geuns in het „Soerabajasch Handelsblad":

Mr. Pleyte is te kwalificeeren als een gewoon advocaat, wel practisch en goed van den tongriem gesneden, maar zonder gezag onder zijn confrères. Tevergeefs zoekt men in de koloniale periodieken naar verhandelingen uit zijne pen gevloeid; hij heeft zich beijverd in de advocatuur te Semarang met.den aanhang van een reeks commissariaten, een fortuin bijeen te garen en zich de oppervlakkige kennis van Indië te verwerven, welke het deel is van dengene, die zich koloniale wetenschap heeft toegevoegd, gezien door geen andere kanalen dan door die van het bedrijf en van socialen omgang.

Voorts deelt de heer van Geuns mede, dat de heer Pleyte als commissaris geïnteresseerd is bij circa vijftien cultuur-ondernemingen, waaraan hij dan de vraag vastknoopt, of het eene aanbeveling voor een Minister van Koloniën is om bij vele koloniale ondernemingen geïnteresseerd te zijn. De keuze van Mr. Pleyte als Minister van Koloniën noemt de heer van Geuns onsympathiek.

Nu laten wij de persoonsbeschrijving van Mr. Pleyte voor rekening van dengene die ze in het „Soerabajasch Handelsblad" neerschreef. Dat wij van het stuk van den heer van Geuns melding maakten, was alleen om een verklaring te kunnen geven van den gemoedstoestand waarin op het oogenblik de „Nieuwe Rott. Ct." verkeert. En dan heeft, wat laatstgenoemd blad schreef over het niet noodzakelijke dat juist de Minister van Koloniën een groot man zou moeten wezen, voor ons dit succes, dat niet alleen de loop van zaken in Indië, maar naast het oordeel van den Minister van Koloniën ook de pers hier te lande het beleid' van den Gouverneur-Generaal Idenburg volkomen heeft gerechtvaardigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's