De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

11 minuten leestijd

Want God, de HEERE, is eene Zon en Schild. Ps, 84:12a.

Eene Zon en een Sehild.

II.

Uit de persing der druiven komt de wijn. Zoo is ook menig kostelijk lied uit onzen psalmbundel ontstaan, doordat God een diepen en moeilijken weg hield met Zijn kinderen.

Ook Ps. 84, met die heerlijke belijdenis, dat de Heere eene Zon en Schild is voor Zijn volk. -

Daar in de woestijn, in de ballingschap, te midden van gevaren.des doods heeft de dichter van Ps. 84 mogen ervaren wat waarde Gods huis heeft en wat de ziel aan haar God heeft.

In God houdt zij ten slotte over wat haar genoeg is, ook al ontbreekt alles. In Sions Bonds-God vindt het harte wat troost geeft voor het heden, ook al is het een tranendal; wat hope "geeft voor de toekomst, ook al zijn de wolken van donkerheid vele.

En in Davids weg ligt de weg van ieder kind van God.

O, zeker! alles, alles is anders.

Maar alles, alles is ook weer hetzelfde. Vrees van buiten, nood van binnen; en geen hope, dan enkel en alleen in de hartgrondige belijdenis, : „God, de HEERE, is eene Zon en Schild."

Dat is gegrepen uit de bevinding van al Gods gunstgenooten.

En neen, ze weten het niet van vandaag of gisten. Maar van het begin van hunnen weg afaan is het alzoo geweest en alzoo ervaren.

In het uur der minne hebben ze het reeds aan het harte gesmaakt dat de Heere eene Zon is.

"Wat waren zij donker, wat was het bij hen zwart, wat was alles duisternis en dood; wat sprak alles van vloek en oordeel.

O! ontdekt te worden aan de zonde, dat is gebracht te worden in den stikdonkeren nacht van verlatenheid en nood. Dan wordt alles eigen schuld. En het wordt zóo groot, dat het niet te herstellen is. Dan dwaalt de ziele rond en stoot zich overal. Dan is het van alle kanten, dat de wet dreigt en roept : „vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen."

Maar toen heeft de ziele het mogen ervaren, dat het waar is, wat David hier uitroept: „God, de HEERE, is eene Zon: Die brak door met Zijn licht. Die kwam om genade te bewijzen, om Zijn goedheid eere te geven, om uit te redden en te vervullen met vrede en vreugd.

Neen — niet in éen oogenblik gebeurde dat alles, 't Is in het geestelijke als in het natuurlijke. Wat lange, bange strijd is het elken morgen tusschen de zon en den duisteren nacht. Wat wijken de nevelen langzaam I

Wat gaat het van stukske tot stukske dat het licht terrein wint op de duisternis. En het kost bloed en tranen voor de zon in dien strijd.

Rood gekleurd, als met bloed overgoten, verheft zij eindelijk haar hoofd boven de kimme. Door lange smart-streepen omringd treedt de koninginne des daags te voorschijn.

In den wintertijd lijkt het, dat de zon het nooit winnen zal, en in den zomertijd, op de hoogte der bergen staande, voelt ieder wat majesteit en kracht er noodig is voor de vorstin des daags om het pad effen te krijgen voor haar lichtwagen.

En zóo ook in het geestelijke.

God, de HEERE, Jehova, Sions Bonds-God is eene. Zon.

En het is Hem er om te doen, om den strijd aan te binden met het rijk der duisternis, dat over allen heerschappij voert. Om kinderen der duisternis uit den stikdonkeren nacht van verderf en dood uit te rukken en ze te voeren in het licht, met een erfenis der zaligheid. Wat nooit anders gaat dan in een weg van bangen strijd, waarbij het licht zachtkens doorbreekt door de wolken van donkerheid, om te geven vroolijkheid en vrede.

Neen, het gaat niet in ééns om, een kind der duisternis zijnde, over gezet te worden in Gods wonderbaar licht, om daar stuk voor stuk in Sions Borg te aanschouwen wat noodig is voor de ziele tot verlossing en zaligheid.

Bij zondekennis en schuldgevoel is de nacht niet plotseling verbroken en staat de Zonne des heils niet aanstonds hoog aan den hemel.

Maar het is den Heere er om te doen,om Zijn volk te brengen tot het licht, waarbij al Gods kinderen, 't zij vroeg of laat, zoo gaarne belijden: „God, de HEERE, is eene Zon! in Zijn licht zien wij het licht; in Hem is al ons heil en onze vreugd"

In Christus, het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner Zelfstandigheid, wordt het zoo klaar gezien, dat de Heere een Zon is voor Zijn volk, die Zijn kinderen wil beschijnen met het vriendelijkst licht.

Met Zacharias jubelt Christus' Kerk nog altijd:

Dus wordt des HEEREN volk geleid. Door 't licht, dat nu ontstoken is. Tot kennis van de zaligheid, In hunne schuld vergiffenis; Die nooit in schooner glans verscheen. Dan nu, door Gods barmhartigheen. Die, met ons lot bewogen. Om ons van zond' en ongeval t'ontslaan Een star in Jacob op doet gaan. De Zon des heils doet aan de kimme staan.

En die God, die eene Zon is en Zijn kinderen uit de duisternis komt overzetten in Zijn wonderbaar licht, waarbij al de glans Zijner heerlijkheid valt op het kruis van Golgotha, waar Sion ruste vinden mag — die zelfde God verandert bij den voortgang niet, maar is en blijft eene Zon, die Zijn volk doet wandelen in het licht.

Daar heeft de Heere lust in, om Zijn volk voor te lichten, om Zijn volk te leiden in het licht, om Zijn volk het duister op te klaren, om Zijn volk eenmaal in te leiden in het licht hier boven, waar al Gods kinderen verzadigd zullen worden van vreugd, staande voor Gods aangezicht.

O! wat een tegenstelling tusschen den onbekeerde en den wedergeborene.

De een is een kind der duisternis en zal in de duisternis ellendig omkomen, om de oogen op te slaan in de duisternis der hel.

Het licht van het verstand, het licht der deugd, het licht der vreugd kan het donker niet opklaren, 't Is alles duisternis, en 't blijft alles duisternis. Telkens is het of de duisternis nóg grooter wordt.

En het eind zal zoo vreeselijk zijn, ook waar de hand dan nog zal tasten om de deur des hemels te vinden en in de feestzaal des groeten Konings in te gaan. Want waar men tast, daar stoot men zich. En als vrucht van eigen zonde, ongerechtigheid en vijandschap zal men vallen in een poel van eeuwige smart, waar de duisternis duister zal blijven, bij nameloos verdriet, zonder dat er ergens verlichting is in het lijden.

Wat heeft de mensch een verkeerden weg betreden! Wat dwaalt de mensch dagelijks verder! Wat is het einde een gewisse ondergang!

O! dat het oog nog eens mocht worden gericht op den Heere, om van Hem licht in het midden van de duisternis te begeeren en met hart en ziel te bekennen: „Gij, Heere, zijt de levensbron, Uw licht doet klaarder dan de zon, ons 't heuchelijk licht aanschouwen."

Dan zal het licht opgaan in de duisternis en het licht zal opgaan tot den avond — wanneer de Heere zal komen om al Zijn kinderen af te lossen van den dagtaak. En dan zijn ze thuis. Dan geen nacht meer. Dan eeuwig licht voor allen die den Heere mogen aanbidden, in het aangezicht van Jezus Christus Zijnen lieven Zoon. Dan verzadiging van vreugd door de lieflijkheden in Gods rechterhand, eeuwiglijk en altoos. Kinderen der duisternis zullen dan wandelen in het licht.

Kinderen des doods in lange witte kleederen vol hemelsche heerlijkheid.

Dat is Gods werk! Omdat Hij een volk, in duisternis gezeten, een groot licht deed opgaan. Omdat Hij de Zonne des heils aan de kimme deed verrijzen. Omdat Hij ze allen getrokken heeft met de eeuwige Koorden des ontfermens uit den nacht van dood en oordeel, in den dag van genade en leven.

Groot is de Heere en zeer heerlijk zijn Zijne daden, voor Zijn volk van ouds ten toon gespreid. Waarvan ook David spreekt, als hij zegt: „Want God, de HEERE, is eene Zon."

En dan zegt David nóg iets; en wel: „God, de HEERE. is een Schild"

Plotseling zien we door deze spreekwijze Gods kinderen midden in den strijd.

't Valt niet mee, om tot Gods volk te behooren!

Want dan is het strijd van binnen en vrees van buiten. Dan is het: „duizend dooden, duizend nooden kwellen mijn angstvallig hart."

Want ol wat valt de mensch tégen. En wat zijn de vijanden velen, die Gods kinderen belagen. De zonde van binnen. De wereld van buiten. Satan, de menschenmoorder van den beginne.

Och, arme! 't is dikwijls als een schip zonder roer in het midden van de golven. 't Is dikwijls als een soldaat midden in den krijg, zonder schild tot bescherming.

Zal het schip stukslaan op de rotsen?

Zal de strijder ellendig getroffen, dood neervallen op hét slagveld?

Ja — als God zélf niet ten Leidsman wilde wezen en als de Heere niet was een schild tot beveiliging, dan zou er niet éen binnen komen in de veilige haven, dan zou er niet éen komen tot overwinning in den geestelijken strijd.

Maar nu mag de belijdenis van Sion wezen : „onze God is eene Zon en onze God is een Schild", waarin de verzekering ligt van Sions veilige weg en heerlijke toekomst.

Zeker, het gaat langs een smallen weg. Het gaat met een bangen strijd. Het is geen spiegelgevecht, wanneer drie doodvijanden op éen aanvallen. Dan moet men onder liggen. Dan is de dood nabij.

Neen, de sterkte des mans kan Gods kind niet behouden en wagenen en paarden kunnen de zaak des Heeren niet beveiligen.

't Is zooals de christen in de 52ste ZoDdagsafdeeling getuigt: „dewijl wij van ons zelven zóo zwak zijn, dat wij niet éen oogenblik zouden kunnen bestaan, en daarbij onze doodvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vleesch, niet ophouden ons aan te vechten." — O! het kan er zoo heet naar toe gaan ! Het kan zoo bang zijn voor vleesch en hart.

Maar ziet, dan mag Christus' Kerk van de Oude bedeeling getuigen: de naam des Heeren in een sterken toren; de rechtvaardige zal daar henen loopen en in een hoog vertrek gesteld worden" Spr. 18:10.

En 't Sion van de Nieuwe bedeeling hoort haar Heiland spreken : „de satan heeft ulieden zeer begeerd, om u te ziften als de tarwe, maar ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude."

Om samen te zingen:

Gods rechterhand is hoog verheven; Des HEEREN sterke rechterhand Doet door haar daan de wereld beven. Houdt door haar kracht Gods volk in stand.

Ik zal door 's vijands zwaard niet sterven, Maar leven, en des HEEREN daan. Waardoor wij zooveel heil verwerven, Elk, tot zijn eer, doen gadeslaan.

God, de HEERE, is een schild. Ja, laat Jozef maar spreken als de hel woedt. Laat David maar getuigen als de vijanden hem omringen. Laat Elia, Jeremia, Daniël, Paulus hun geschiedenis u maar vertellen.

Een zwak volk wordt beschermd onder de schaduwe der vleugelen van den Almachtige.

Een klein kuddeke behoeft niet vervaard te zijn, daar de Heere voor hen strijdt. Ze zullen allen komen in het Jeruzalem dat boven is. Door 's Heeren genade en sterkte, die Zijn kinderen van kracht tot kracht doet voortgaan, al blijft klacht na klacht niet uit.

O! dat er veel gebeden mag worden om licht van de Zonne des heils, opdat het harte vrede kenne in het bloed des kruises.

Dat er veel gebeden mag worden om 's Heeren nabijheid en gunst, opdat de duisternis mag opklaren en 't vroolijk licht mag worden aanschouwd, na bang gevaar.

Dat veel de bede oprijze: Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd en Zijne rechterhand omhelze mij". Hoogl. 2:6.

Dan mag de ziele óok bekennen, tot eere van Sions Bonds-God, die voor Zijn volk eene Zon en. een Schild wil zijn :

O HEER, mijn rotssteen, mijne sterkte Gij hebt mij steeds tot heil verstrekt. En in den strijd, daar 't elk bemerkte, Mijn hoofd als met een schild bedekt.

Laat nooit den boozen wensch gelukken; Maar stuit hem, eer zijn hand mij treff'; Verhinder zijne gruwelstukken, Opdat hij zich niet trotsch verheff'!

De vromen zullen u verhoogen, Gezegend door Uw milde hand; d'Oprechten zullen voor Uw oogen Steeds bloeien in gewenschten stand.

Ps. 140:7, 8 en 13.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's