Ingezonden.
Mijnheer de Redacteur!
Zoudt U zoo vriendelijk willen zijn, dit stukje in »De Waarheidsvriend« te plaatsen. Bij voorbaat onze dank.
Dikwijls hebben wij het met elkander besproken dat er zoo weinig gewerkt wordt door de leden van den Geref. Bond om nieuwe leden aan te werven of nieuwe abonné's voor ons Bondsblad, Zou er dan zoo weinig ernst bij de leden bestaan, dat zij er haast niets voor over hebben ? Ja zou er zooveel laksheid wezen? Men hoort haast niet dat er drie of vier leden ineens worden opgegeven. Dan enkel uit Delft. Daar zijn twee propagandisten aan het werk geweest. Deze hebben er soms zes of zeven tegelijk opgegeven als lid van den Geref. Bond. Vraagt U hoe dit in Delft komt ? Wel, omdat zij de leden der Kerk hebben opgezocht en niet heengingen, voordat zij een degelijk antwoord van de personen ontvingen. Hetzij dat de aangezochte personen lid van den Geref. Bond werden of abonné's der Waarheidsvriend. Zij hebben onder Gods onmisbaren zegen vele leden of abonné's mogen toe brengen. Maar dit is in ons oude Delft het geval. Maar in andere plaatsen van ons land hoort men van zoo iets niet! Zou het daar ook niet eens zoo kunnen gaan als in Delft ? Ons dunkt van wel! Het is toch zoo hard noodig, dat er eens fiink voor den Geref. Bond gewerkt wordt; want we zijn nog niet, waar we wezen moeten, er kunnen nog velen lid worden van den Geref. Bond. Zou het niet eens gaan, dat Jongelingen der Jongelings-Vereenigingen in alle plaatsen van ons land het werk voor den Geref. Bond ter harte namen ? Ons dunkt dit is toch niet zooveel gevraagd. Misschien zijn er nog plaatsen waar geen Jongelings-Vereenigingen zijn, daar zouden dan toch wel leden of abonné's wezen die dit dan eens willen doen. Maar dan ook flink aangepakt. Het zou dan zeker een goede aanwinst voor onzen Geref. Bond wezen. Als nu twee of vier Jongelingen, leden of abonné's in elke plaats dit eens deden en de Geref. Broeders gingen opzoeken, dat zou toch niet zoo erg wezen. Wij hopen dat velen die dit stukje lezen, er eens ernstig over nadenken en dan ons ook eens laten zien wat er gedaan kan worden met een goeden wil.
Dit willen wij nog even aanmerken, gaat niet in Uw eigen kracht, want dan doet Gij niet veel. Maar gaat wel in de kracht des Heeren en bidt Hem om Zijnen Zegen op Uw werk. De Heere Heere is onze sterkte en in Hem zijn wij machtig.
Nu dan Jongelingen, leden of abonné's, gaat dan zoo eens aan het werk. In Delft hebben wij dit ook zoo gedaan. En met veel genoegen mogen wij op hetgeen door ons gewerkt is, terug zien.
Mijnheer de Red., nogmaals vriendelijk dank voor de plaatsing van dit stukje.
Delft, October 1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's