Staat en Maatschappij.
Wat heeft de Ned. Herv. Kerk te hopen?
Er moet in de afdeelingen der Tweede Kamer, gelijk dit te verwachten was, bij gelegenheid van het begrootingsonderzoek, ditmaal heel wat gesproken zijn over den invloed, dien de Ned. Herv. Kerk op de verkiezingen heeft gehad, en over de wijze waarop die Kerk door de vrijzinnigen in den strijd betrokken werd. In het Voorloopig Verslag, dat het algemeen regeeringsbeleid bespreekt, vindt men van eene uitvoerige gedaohtenwisseling over deze aangelegenheid melding gemaakt.
Het punt, waarover blijkens het verslag de besprekingen in de afdeelingen voornamelijk liep, betrof de houding der vrijzinnigen in hare speculatie op kerkelijke hartstochten, daarin uitkomende dat den kiezers werd diets gemaakt, dat de Kerk in gevaar was, ofschoon het kerkelijk accoord der coalitie inhield, dat aan artikel 171 der Grondwet niet zou worden geraakt.
Voorts werd er in dit verband de aandacht op gevestigd, dat vele vrijzinnigen, daaronder ook hoogleeraren, als verdedigers der bedreigde Kerk optraden, terwijl onder deze vrijzinnigen er waren, van wier liefde voor de Hervormde Kerk tot dusver weinig was gebleken. Het scheen wel alsof thans alle vrijzinnigen eensklaps godsdienstig waren geworden. In eene verkiezingsvergadering werden zelfs de intieme aangelegenheden der Kerk ter sprake gebracht. De Bond van Protestantsche kiezers, zoo werd herinnerd, vaardigde eene circulaire aan de vrijzinnige candidaten uit, waarbij de kerkelijke belangen in verband werden gebracht met de voordrachten der Kamer voor de benoeming van leden van den Hoogen Raad, terwijl met verbazing gezien was, dat, tegelijk met het bekend worden van de op het laatste punt gestelde vragen, candidaten werden aanbevolen van wie dus moet worden aangenomen, dat zij aan het bestuur van dien Bond op dit punt bevredigend antwoord hebben gegeven.
Het optreden der vrij-liberalen en der unieliberalen — aldus betoogde men — maakt de Hervorrnde Kerk tot een voorwerp van spot en aanfluiting.
Kon de Hervormde Kerk alzoo op de sympathie der vrijzinnigen rekenen, in het Verslag verklaarde men zich benieuwd om te zien wat de concentratie thans zal doen ter verwezenlijking van de verwachtingen, die zij bij de leden der Kerk heeft opgewekt.
Het is te verwachten, dat de vrijzinnigen, die jammer genoeg niet tot de beantwoording van het verslag geroepen zijn, zich niet druk zullen maken om de nieuwsgierigheid der vragers in het verslag te bevredigen. Zij zullen de vraag, die tot hen gericht werd, wel rustig naast zich neerleggen, liet resultaat, dat men bij de verkiezingen wenscht te verkrijgen, werd immers bereikt.
Maar datzelfde kan de regeering niet doen, ook al zal zij probeeren zich op de vlakte te houden met te verklaren dat zij niet aansprakelijk kan gesteld worden voor wat door de concentratie bij de verkiezingen word gesproken.
Nu zou het voor de predikanten en leden der Hervormde Kerk, ijveraars voor de overwinning der concentratie, jammer zijn dat zij, die zich zoo inspanden om de belangen der Hervormde Kerk in de zooveel veiliger handen der vrijzinnigen te leggen, ]net de inzichten der regeering op het stuk der Kerk niet op de hoogte kwamen.
Gelukkig heeft de Commissie, die het verslag samenstelde, daarvoor gezorgd. Zij stelt aan de regeering deze pertinente vraag: „Is het kabinet voornemens het verleenen van eene speciale bescherming aan de Hervormde Kerk, bij voorbeeld door verhooging van bijdragen uit 's lands kas te bevorderen? "
Deze vraag werd gesteld als 2e vraag, nadat eene andere vraag was voorafgegaan, en wel deze: „Zal het Ministerie voorstellen doen om de toeneming van de macht van Rome, waarover tijdens de verkiezingen zoo luide werd geklaagd, tegen te gaan? Zullen uitzonderingsmaatregelen worden ingediend om de vrijheid en den vooruitgang der Roomsch-Katholieken te stuiten? "
Wij zijn benieuwd naar het antwoord der regeering op deze twee vragen.
Waarborgen.
De wijze, waarop tegenwoordig de Bond van Nederlandsche Onderwijzers, eene organisatie van meer dan 7000 leden, optreedt, doet de vraag rijzen, of er bij de wet geen waarborgen behooren gesteld te worden, dat de gelden, die aan het openbaar onderwijs worden verstrekt, ook in het belang van de opleiding der jeugd besteed worden.
Zooals de zaken nu loopen, heeft men die waarborgen bij een groot deel der openbare onderwijzers niet, en ook kunnen de gemeentebesturen er niet altijd voor verantwoordelijk zijn, dat het scboolonderwijs dienstbaar wordt gemaakt aan de opleiding der kinderen tot al de Christelijke en maatschappelijke deugden.
Bij de herdenking van de herkrijging onzer onafhankelijkheid is het ook ditmaal in verschillende gemeenten voorgekomen dat de roode onderwijzers weigerden hunne hulp te verleenen bij het organiseeren van schoolfeesten, gelijk dit gebrek aan medewerking telkens voorkomt bij de viering der Oranjedagen.
Er moeten waarborgen gegeven worden, dat het belastinggeld der burgers aan de opleiding der jeugd op de openbare school ten goede komt. Temeer wordt dit noodig nu in gemeenten als Zaandam geen voldoende zekerheid bestaat dat overeenkomstig den geest van het Openbaar Lager Onderwijs wordt gehandeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's