Uit het kerkelijk leven.
Klein duimpje.
Wegens overvloed van copie voor deze week kunnen we niet anders plaatsen dan een kort stukje in deze rubriek „Uit het kerkelijk leven."
Zij dit stukje gewijd aan „Klein duimpje".
Men herinnert zich uit het verslag van de lezing van Ds. Lingbeek te Delft — door een oog-en oorgetuige getrouwelijk opgesteld — dat de geachte woordvoerder der Confess. Vereeniging, die de meest verwoede bestrijder is van den Geref. Bond, in het debat met iemand van „de Geref. Kerken" een beschouwing gaf over de mannen der afscheiding en de mannen der doleantie, die hierop neerkwam, dat deze mannen te vergelijken zijn met den ontaarden vader van Klein duimpje.
Die wreede sprookjes-man wilde z'n kinderen stilletjes achterlaten in het bosch. Ze moesten maar zien hoe ze in 't leven bleven. Stierven ze, óok goed. Vader en moeder zouden zonder kinderen dan een gemakkelijker en aangenamer leven krijgen.
Ze zouden dan saam ten minste gemakkelijker den mond open kunnen houden dan met zoo'n troep kinderen.
Maar ze hadden buiten Klein duimpje gerekend. Want die bracht heel hun boos en gruwelijk voornemen in de war en deed hun stoute en onmenschelijke plannen verijdelen.
Nu is natuurlijk — het werd den man van de Geref. Kerk toegevoegd — Dr. Kuyper de incarnatie van den onmenschelijken vader van Klein duimpje. Evenals de Cock, Brummelkamp, van Velzen enz. er iets van hadden. En, niet waar, dan is in de dagen van Dr. Kuypers booze zetten Dr. Hoedemaker Klein duimpje geweest, die den onmenschelijken vader in de kaart keek.
Neen wij hebben niet gezegd dat Dr. Hoedemaker een zoon van Dr. Kuyper was.
Maar waar Ds. Lingbeek Dr. Kuyper met den vader uit het sprookje vergeleek, daar hebben wij Dr. Hoedemaker naast den zoon uit het sprookje gezet.
Natuurlijk dat alles een sprookje blijft...
Nu is Ds. Lingbeek boos op ons, dat we bovenstaande vergelijking met Dr. Hoedemaker dorsten maken.
Hij had er geen aanleiding voor gegeven, schrijft hij.
Nu — we nemen het gerust voor onze rekening. Laat het maar zoo blijven.
Maar wat we eigenlijk vragen wilden is dit: houdt Ds. Lingbeek het vol, dat het bij de mannen der afscheiding: De Cock, Brummelkamp, van Velzen enz. er om ging om van hun kinderen af te komen en het zelf beter te krijgen?
En was het bij de mannen van de doleantie: Kuyper, Lohman, Rutgers, van den Bergh, Hoekstra enz. hierom te doen, om van hun kinderen af te komen en dan zelf een beter bestaan te krijgen?
We vragen maar.
En we zullen dankbaar van het antw. van Ds. Lingbeek nota nemen; het antw. dus op deze vraag: of het aangaat de mannen der afscheiding en der doleantie te vergelijken met den wreeden, ontaarden, onmenschelijken vader van Klein Duimpje?
En dan hebben we nóg een vraag.
Waar Ds. Lingbeek toornt over ons geschrijf, daar laat hij uit z'n pen vloeien:
„de waarheid is „De Waarheidsvriend" altijd te machtig. Daarom ontloopt zij haar."
Meent Ds. Lingbeek dat?
Bedoelt hij dus, wat ieder er uit lezen zal, „dat de waarheid „de Waarheidsvriend" altijd te machtig is", d, i. dat de Waarheidsvriend de waarheid nooit aandurft en altijd de waarheid onderdrukt en verzwijgt, om in plaats daarvan onwaarheid of leugen te debiteereu? We vragen maar.
En we zullen dankbaar nota nemen van het antwoord van Ds. Lingbeek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's