Een levensvraag.
Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zóó groote zaligheid geen acht geven ? Hebr. 2:3a.
„Een wolkkolom des daags, een vuur zuil in den nacht!" Zoo leidde God zijn volk ten diensthuize uit; zoo togen zij droogvoets door de zee; zoo werden zy voor de oogen van Pharo's zinkend heir in veiligheid gebracht.
Nog legert God de Heere een hoedende Englenwacht rondom de kleine schaar, die naar Hem vraagt. Och, mogen wij, tredend in Zijn spoor, door zooveel trouw bewogen. Hem volgen stap voor stap, van krachte gaan tot kracht! Helaas, hier zinkt de moed! — Hoe veilig ook de weiden, hoe vast des Herders gang geteekend tred voor tred, Oud-Isrel heeft nochtans niet op zijn gids gelet... Zal dan de Christenkerk zich beter laten leiden ? „Een wolkkolom des daags, een vuurzuil in den nacht!" Hoe zal het volk ontvlien, dat zulk een heil niet acht?
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's