De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

2) Een Bondspraaije.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

2) Een Bondspraaije.

4 minuten leestijd

Jan. Je vertelde me verleden week yan het doel van den Geref. Bond in verband met den ouden naam; wat hebben jullie toen in de plaats van dat oude art. 4 in de Statuten gebracht?

Willem. Zooals ik reeds zei, 8 Febr. 1906. is de Geref. Bond tot vrijmaking opgericht en 7 October 1909 (NIET 10 April 1907 zooals verleden week werd gedrukt) is toen de naam veranderd. En vooral art. 4 van de Statuten is toen gewijzigd.

Luister maar eens, ik zal je dat artikel  eens voorlezen. Art. 4 van de nieuwe Statuten, handelend over grondslag en doel van den Geref. Bond, luidt aldus: „De Vereeniging heeft ten doel, naar uitwijzen der Heilige Schriftuur, opgevat in overeenstemming met de 3 Formulieren van Eenigheid, laatstelijk vastgesteld op de Nationale Synode te Dordrecht in 1618—1619 gehouden, te arbeiden tot verbreiding en verdediging der Geref. Waarheid in het midden van de Nederl. Herv. (Geref.) Kerk".

Jan. Ik kan niet zeggen, dat het veel veranderd is. En dat de Bond daarmee van een ander karakter is geworden zie ik niet in. 'k Zou zoo zeggen, dat is nu net precies hetzelfde, wat in het oude art. 4 en wat in nieuwe art. 4 staat.

Willem. Ja, vrind, ik meen dat óok. Maar er zijn anderen, wijzer dan wij saam, die het groot verschil toch duidelijk zien en die ijverig den volke verkondigen, dat de Bond van karakter is veranderd. Maar tegelijk nog érger op den Bond afgeven. Men zegt dus dat de Geref. Bond dood is en men beweert tegelijk, dat de Geref. Bond spring levend is. Ra, ra wat is dat?

Jan. Maar ... je moet me toch nog méér vertellen Wim. Want ik laat me niet met een kluitje in 't riet sturen door jou. Zeg eens, hoe luidde art. 4 in de oude statuten e­en hoe luidt art. 4 in de nieuwe statuten?. Zeg me dat nu nog eens in z'n geheel. Want ik geloof, dat je me maar wat wijs maakt. Een Bondsman vertrouw ik net zoo lang als hij vlak bij me is — maar verder niet. Je moet me niet kwalijk nemen ; ik heb te veel van hun kwade practijken gehoord. En daarom laat ik me niet zoo maar bij den neus nemen

Willem. Ik zal je de bedoelde artikelen even voorlezen. En dan wel art. 4 van de oude statuten en art. 4 en 5 van de nieuwe statuten. Want dat is óok een verandering die 7 October 1909 te Utrecht gemaakt is, dat art. 4 van de oude statuten gesplitst is in art. 4 en 5. Art. 4 van de oude statuten handelde over grondslag, doel en middelen. Maar dat is in de nieuwe statuten veranderd. Daar handelt art. 4 over grondslag en doel, terwijl art. 5 handelt over middelen tot be­reiking van het doel.

Jan. Nu ja, dat kan me minder schelen. Zeg me nu nog eens wat stond in art 4 oude statuten en wat staat in art. 4 en 5  van de nieuwe statuten. Dan kan ik eens zien waar die groote veranderingen gemaak zijn door jullie en waarin de wijziging van het karakter van den Geref. Bond ligt.

Willem. Art. 4 van de Oude Statuten luidde:

- Grondslag, Doel en Middelen.

De Vereeniging heeft ten doel op den grondslag der Heilige Schriftuur, opgevat in overeenstemming met de Formulieren van Eenigheid der Gereformeerde Kerken in Nederland, gelijk die zijn vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619, de Gereformeerde beginselen te verbreiden. Dit doel tracht zij te bereiken door:

a. het streven naar ophefiing van de organisatie aan de Geref. Kerken in Nederland opgelegd bij Kon. Besluit van 7 Jan. 1816, naar vrijmaking van de plaatselijke Kerken behoorende tot de Nederlandsch Hervormde Kerk en naar herstel van eene Kerkordening om te komen tot een herboren Gereformeerde Kerk;

b. de oprichting van éen of meer leerstoelen aan een of meer der Nederlandsche Rijks-universiteiten, bedoeld in art. 170 van de Wet van 22 Mei 1905 St.bl. No. 141, om alzoo wetenschappelijk onderwijs te doen geven in de Gereformeerde Godgeleerdheid ;

c. de oprichting van plaatselijke afdeelingen;

d. de verspreiding van geschriften;

e. het steunen van alle actie, die het bereiken van het in dit artikel omschrevene bevordeligk kan zijn.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

2) Een Bondspraaije.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's