Financiën.
Er zijn van die lastige gevallen, waar ge u niet goed weet uit te redden. Je praktiseert al: kan ik. daar nu niet aan ontkomen? Ik zie er geen gat in. Hoe moet ik dat nu doen ? Vooral overkomt je dat, als je iets gevraagd wordt dat ge goedschiks niet kunt weigeren en je ziet er toch geen kans voor. Nog erger wordt het, als het door een dame gevraagd wordt en het ergste wordt het als het een dame is die ge moet ontzien, waar ge min of meer van afhangt. Dan zit je heelemaal met de handen in het haar (dit laatste alleen maar figuurlijk bedoeld), want die kunnen zoo lastig zijn, zoo dringend, zoo vasthoudend. In zoo'n geval verkeert nu uw onderdanige dienaar, die kreeg een dringend schrijven uit Scheveningen. O, zeker om over te komen om de onafhankelijkheidsfeesten te komen medevieren, om dan meteen de Koningin en den Prins nog eens te zien ? Neen, heelemaal niet, dan was ik gauw klaar geweest. Ik had eenvoudig geschreven: Ik kom. Afgeloopen. Dat zou zoo moeilijk niet geweest zijn. Maar aan mijn persoon was nu bepaald geen behoefte. Dat niet. Neen, ik zal het maar zeggen: het was een uitnoodiging om in „Financiën" eens aan te dringen op het verzamelen van Jubileumzegels. Daar! nu weet ge het! En nu zult ge meteen de moeielijkheid verstaan waarin ik verkeer, want ge hebt natuurlijk ook het stuk gelezen van onze directrice. Ik dacht dadelijk: dat is flink gezegd, daar behoeft niets meer bij. En al de lezers dachten dat natuurlijk ook. En het was niet eens veel gevraag'd: maar 1/13 deel, dus precies een millioentje. Nu, dat schikte nogal. Dat had erger kunnen wezen. Wat ik evenwel na dat stuk er nu nog van zeggen moet? Dat weet ik heelemaal niet en daar zit ik nu mee, want het is zoo' gelegen, als het millioentje er nu niet komt, dan heb ik het gedaan.
En nu is mijn verzoek, of de lezers mij willen helpen om dat gevaar af te wenden. Een eenvoudig middel is om mij bijv. allen een brief te schrijven, niet met een jubileumzegel van 5 cts., maar 2 van 21/2 cts., dat helpt dubbel. Den inhoud laat ik gaarne aan u over. Alleen wil ik u even toonen hoe die niet moet wezen. Ik ontving dezer dagen een briefkaart uit Y. van den volgenden inhoud:
M. H. Daar ik als ondergeteekende bedank als lid van den Gereformeerden Bond.
Hoogachtend, P...........................
Er zat geen jubileumzegel op, én dat was weer fijn gevoeld, want noch vorm noch inhoud stemde tot jubelen. Neen, dat ging beter met die andere uit Leerdam:
Geachte Penningmeester zoudt u zoo goed willen zijn mij een busje te zenden, om te trachten er wat in te verzamelen voor ons Leerstoelfonds?
Met vr. groeten, W. B.
Ziet, deze laatste is heel wat beter en geschikter voor model. Maar ik wil u niet binden. U behoeft er desnoods niets bij te schrijven. U kunt hem ook met ongebruikte postzegels vullen (gebruikte ontvang ik niet, want die behooren op Scheveningen) of andere papiertjes. Enfin, als u mg maar helpt, want het millioen moet er komen. Dat begrijpt u nu wel.
Ik begin nu evenwel aan mijn ontvangst en ik geloof dat daar wel wat te jubelen valt. Vlaardingen, afgezonden door Ds. N. v. d. Snoek een postwissel groot f 12.50, welke daarbij schreef: Hierbij zend ik U voor het Leerstoelfonds f2.50 van N. N., een gouden vijfje van K., het was het eerste dat hij in handen kreeg. Dat is voor het Leerstoelfonds, zei hij. Een ander kreeg het 4e of 5e in handen, maar wilde het voor het Leerstoelfonds bestemmen. Dat mag toch ook wel. Is 't niet ? Dat maakt te zamen f 12.50.
Och ja, als iemand vergeten heeft dat hij het eerste gouden vijfje, dat hij in handen kreeg, voor het Leerstoelfonds zou bestemmen, dan is het altijd nog beter ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald, en dan ben ik niet zoo, dat ik het 4e of 5e niet gaarne aanneem. Secuurder is het echter het bij het eerste te houden. Intusschen hartelijk dank.
Leerdam, door Ds. J. v. Vliet f 13.405, opbrengst collecte bij de spreekbeurt gehouden door Ds. P. Zandt, en f 13.765, opbrengst van het busje van de firma Kool & van Maurik, te zamen f27.17.
Ouderkerk a/d IJsel, f 53.435 aoor Ds. B. Batelaan, collecte voor het Leerstoelfonds gehouden op 27 November l.l. bij de spreekbeurt aldaar vervuld door Ds. Remme van Oud-Beierland.
Het vorig jaar was deze collecte ook minder dan het jaar te voren. Maar een zekere goede vriend rekende mij voor dat het eigenlijk meer was en alzoo geen reden om te treuren, integendeel om verheugd te zijn. Het spijt mij dat ik deze methode vergeten ben, want dat zou mij nu te pas komen.
Intusschen hartelijk dank voor de milde bijdragen in deze beide spreekbeurten. I
Rotterdam, door den penningm. der afdeeling aan contributie 1913 f 21, aan jaarl. bijdragen voor het Leerstoelfonds f 4, te zamen f25.
Als ik nu nog mededeel dat ik per borderel inde f 7, met inbegrip van den nagekgmen postwissel. uit
Hedel van f 1, dan weet ge er weer alles van en hóóp ik u de volgende week weder een dergelijke lijst te kunnen voorleggen.
J. C. FLIEHE, Penningm.
Arnhem, Apeldoornsche weg 188.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's