Een nieuw lied.
(Psalm XCVIII.)
Zingt, zingt den Heer' die wondren werkte, een nieuw gezang, een lofgedicht! Zijn heilige arm. Zijn hand der sterkte heeft hulpe en heil Zich-zelf gesticht. Nu wil de Heer' die hulp verkonden, dat heil verbreiden over de aard; voor 't oog der volkren, onomwonden, wordt Zijn gerechtigheid verklaard.
Hij heeft gedacht aan Zijn genade . en aan Zijn trouw voor Israƫls stam. Al 's aardrijks grenzen slaan het gade hoe onze God ter hulpe kwam. Juicht, alle landen, juicht den Heere; barst los in juublend maatgeluid; dat hoog de cither jubileere; galmt Gode een luiden lofzang uit!
Trompetten en bazuinen schallen voor God, den Koning! Daver, zee met al uw volheid! Schepslen allen, die op de wereld woont, juicht mee! Gij bergen, huppelt; klatert, kolken, voor God den Heer', Die komt, bereid om recht te doen op aard, de volken te richten met gerechtigheid.
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's