De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON.

4 minuten leestijd

(Nadruk verboden.)

2) In 't licht der historie.

De eerste maal, toen hij stond op de hoogte van het Escoriaal, het kloosterpaleis van dien Filips den Tweeden, die het had moeten afleggen tegen een handvol Geuzen in het nietig kleine Nederland, dat thans zoo diep ter aarde neergesmeten lag onder den druk van zijn. Napoleons, geweldigen voet.

De tweede maal, toen hij van den koepel van het Kremlin neerblikte op de oude Czarenstad, waarin hij den barren winter veilig hoopte te trotseeren, orn straks bij het eerste lentegroen den onvindbaren Czaar aller Russen te dwingen den valschen nek te buigen voor hem, den keizer der Franschen.

Tweemaal lichtelijk geduizeld.

Maar met een spotlach had hij in één oogenblik de gedachte verjaagd, of hij ooit zou kunnen vallen.

En zou het thans wèèr zijn? Weer de tijding, de tijding, die het geknecht Europa jubelend zou ontvangen, dat de wereldbedwinger gevallen was voor den wintervorst?

Neen! hij wendde zich om. Nóg hooger trachtte de korte, ineengedrongen gestalte zich op te richten. En den arm met gebalde vuist uitgestrekt in de richting van het Oosten, zwoer hij, dat hij weer oprijzen zou.

Moderne Caesar, grooter dan die der Oudheid, als hij zich gedroomd had, wilde hij komen, zien en overwinnen.

Dan greep zijn hand de tafelschel om den kamerdienaar te verwittigen, dat zijn meester daar was.

En toen Napoleon, weinige uren later de verbaasde keizerin omhelsde en den dartelen koning van Rome naar zijn lippen optilde, renden de koeriers spoorslags naar alle windstreken van het groote keizerrijk om nieuwe lichtingen op te roepen voor een andere groote armee. Zoo er dan geen jongelingen meer waren, had de keizer geboden, dan moesten de knapen en nationale gardes al conscrits worden geprest. Hij, generaal Bonaparte, kende het geheim om ze onoverwinnelijk te maken, zoo ze slechts niet tegen honger en kou, en een onzichtbaren vijand te strijden hadden.

Toen schertste Napoleon met zijn zoon — en vertelde van het prachtige Moskou en de loeiende vlammen, van de blanke sneeuwvelden en de woeste golven.

Maar waaraan hij niet dacht?

Dat daarginds onder de witte lijkwade die zijn 240.000 krijgers dekte, de sneeuwklokjes, de boden der lente, aanvingen te leven en te ontkiemen.

En wat hij niet wist?

Dat onder het rouwkleed in het kleine Nederland de harten begonnen te kloppen van hope op eindelijke verlossing.

Reeds openbaarden zich daar de eerste kiemen van 't verzet. De conscrits in Beijerland en andere Hollandsche dorpen weigerden, als hunne broeders weggesleept te worden den roem des dwingelands ten offer. In Rijnland was het „drie schoft Oranje Boven!" — woei er drie dagen d'Oranjevaan van de spits der dorpstorens. Maar nóg was het Fransche geweld er machtig, en smoorde er in bloed de eerste vrijheidsklanken.

Vijf maanden na zijn slede vlucht stond Napoleon met nieuwe legerscharen aan de Elbe, gereed om andermaal de wereld te verblinden met zijn krijgstalenten, zoo hij meende. Bittere ervaring echter zou thans dezen nieuwen Sanherib leeren, dat er Eén is, hooger dan alle góon, die heerschappij voert boven de hoogste machten der aarde.

Van het slagveld van Leipzig ging de vonk uit, die het geestdriftig vrijheidsvuur der langgetergde natiën ontstak.

Ook op onze erve.

17 November is sinds een werkwaardige datum in onze historie, en zal dat blijven, zoolang ons goede Nederland in Gods gunste zijn vrijheid zal bewaren. Op den 17den November 1813 vlamde plots het Oranjevuur op in de harten der ware Patriotten.

In Den Haag 't eerst. Het Oranjevuur, dat sinds 18 jaren door het valsche Patriottisme en het Fransche geweld was verdoofd. En weldra brandden de vreugdsvuren in heel het land, al was het ook van het hout der Fransche douanen-huisjes aan den IJkant of van de Fransche adelaars der wapenschilden voor de tabakswinkels.

„Oranjehoutje kan geen kwaad!" 't Had lange niet geklonken; Toen sprongen gloed en vonken In eens tot vlammen uit op straat; Toch zal 't ons nooit berouwen, Wilhelmus van Nassouwen.

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's