FEUILLETON.
(Nadruk verboden.)
4) In 't licht der historie.
Hoe brak de stormwind des levens de takken van den alouden Oranjestam, de een na den ander; hoe somber luidden de doodsklokken telkens en telkens weer, als dé asscbe van onze Oranjeprinsen tot die hunner vadaren verzameld werd in den Delftschen grafkelder. En toch — klonk het ook niet over ons geliefd Oranjehuis als uit den mond des wachters, den Heilige afkomend van den hemel:
„Laat den stam met zijne wortelen in de aarde, en met een koperen band in het teere gras des veld»."
1813 herstelde den roekeloos verbroken band van Nederland en Oranje. God heeft ons tot op heden Oranje gespaard.
Een rijske aan den afgehouwen tronk schoot op, een scheut uit zijne wortelen droeg vrucht.
Bede en dank rijzen op uit onze harten, als ons oog staart dezer dagen op het lieflijk beeld onzer Koninklijke familie.
Neen, 't is nooit waar geweest, wat ziekelijk mysticisme ons voorgebazeld heeft, dat nationaal vreugdebetoon bij een volk, dat zijn zonde kent misplaatst zou zijn.
O zeker, daar kunnen dagen zijn, waarin de natie tot vasten en bidden, tot verootmoediging en belijdenis van schuld geroepen wordt. Maar ze zijn er evenzoo, de tijden, die dringen tot lof en dank.
Als het woord des Heeren ons vóórjubelt:
Doe bij Uw harp de psalmen hooren. Uw juichstem geef den Heere dank; Laat klinken door Uw tempelkoren Trompetten en bazuingeklank.
Maar dat alléén is dan ook het motief tot een waarlijk nationaal feest, als het snarenspel gestemd zij in den grondtoon van het Soli Deo Gloria!
Daarom zij ook in dezen ons Christenvolk, en wel bijzonderlijk ons Calvinistisch volksdeel, niet traag in het benaarstigen, maar het sta vóóraan in de voorbereiding van het feestprogram.
Daarom verheugde het in 1913 te zien, dat het geloovig deel onzer natie zich niet aan de algemeene feestvreugde onttrok, ook al was het hier en daar gedwongen een eigen vorm van feestviering te kiezen. Want op dat gedeelte van ons Nederlandsch volk, in wier harten nog duidelijk staat uitgebeeld „het stempel van ons volkskarakter, omstreeks 1572, onder leiding van Oranje, onder invloed der Hervorming, ingedrukt, rust bij uitzondering de taak te zorgen, dat onze nationale vierdagen staan in het licht der historie.
En als de jubeltonen klinken, gelijk in 1913, over het herboren nationaal bestaan, dan moet ons tweeërlei bewust zijn: de waarde van ons onafhankelijk volksbestaan; en de plicht tot verzekering onzer nationale zelfstandigheid.
Dat nu is niet mogelijk zoo niet onze landshistorie leeft in ons hart.
Zoo niet in de leiding dier historie herkend wordt Gods vinger.
Zoo niet in onzen boezem gevonden wordt echte waardeering van wat onze nationale zelfstandigheid verzekeren moet.
En — zoo wy niet gewillig voor de defensie van het erfdeel onzer vaderen onze persoonlijke en stoffelijke offeranden leggen op het altaar des vaderlands.
Onze landshistorie moet leven in ons hart.
Een man, een groot Nederlander, die de tyrannie der Fransche vrijheid gelijkheid en broederschap aan den lijve gevoeld heeft; die in de dagen van ons revolutie-tijdvak balling 's lands in den vreemde moest dolen, omdat hij geweigerd had mee den rondedans te maken om het moderne gouden kalf, den Franschen vrijheidsboom; die verhuisd, gesmaad werd, zélfs in later tijden, als geen ander, omdat hij niet wilde knielen voor de veile deerne als godin der Rede op 't altaar der Notre Dame te Parijs bewierookt,onze Christen-dichter Mr, Willem Bilderdyk, zong in die donkere dagen onzer historie
, In 't Verleden ligt het Heden, In het Nu, wat worden zal.
Ja, zóó is het! Want — de geschiedenis der volkeren, de historie der wereld, is niet het wispelturige spel van het Lot, ze wordt niet geboren uit de wentelingen van het rad, door de grillige hand van Fortuna gekeerd.
Onze historie is de ontwikkeling van het raadsbesluit des Eeuwigen.
Daarom is ze geen aaneenrijging van namen en jaartallen. Wie haar aanschouwt in het licht, dat van Boven straalt, ontdekt in de geschiedenis der wereld, als in de historie van zijn vaderland eeuwigheidsgedacbten.
Zóó zag Bilderdijk zijn „Heden", en daarom was dat heden voor hem onlosmakelijk verbonden aan het Verleden ên aan de Toekomst.
Zóó moet ook onze blik op de historie zijn, en zóó moet het feestlied onzer nationale onafhankelijkheid, maar evenzeer het besef onzer plichten als vrije natie staan
in het licht der historie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's