De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

6) Een Bondspraatje.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

6) Een Bondspraatje.

7 minuten leestijd

Jan. Over onze belijdenisschriften wordt nog al verschillend gesproken. Er zijn genoeg  menschen, die ze zoo oud vinden; terwijl de Kerk ze uu 300 jaar onveranderd heeft laten liggen — sedert de groote Synode van Dordt 1618—'19 — wat deze geschriften — naar men meent — toch wel geheel „uit den tijd" doet zijn, zoodat men eigenlijk maar liever zeggen moest, ze zijn niets meer waard voor ons; we zullen het wel zonder die formulieren doen.

Willem. Ja, er zijn genoeg menschen die niets meer van onze Formulieren van Eenigheid willen weten; maar die ze bij het licht van Gods Woord en in het licht der historie mogen zien, die denken er wel anders over.

Ds. van Grieken sprak daar 's avonds ook over.

Hij zei o.a.:

„Uit Rome's diensthuis uitgeleid, werden onze Vaderen door Sion's Bondsgod in de Gereformeerde Kerk gebracht, waar men beleed: Gods Woord zij de kenbron en regel voor leer en leven — en geen leeringen, die geboden van menschen zijn, mogen daar boven of daarmede gelijk gesteld worden.

Dat was de Gereformeerde Kerk, die, met de 3 Formulieren van Eenigheid, levend onder de Dordtsche Kerkorde, onder ons volk mocht staan als het heiligdom des Heeren, waar de Heere zelf gunstrijk wilde wonen, waar een geest van samenbinding gansch Sion vereenigde, waar de groote schare in stille gehoorzaamheid leefde en waar een geveinsdelijk onderwerpen was bij de vijanden, die om welke oorzaak dan ook, zich bij de van Rome's dwalingen gezuiverde, Gereformeerde Kerk voegden.

Zoo was zij gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, een pilaar en vastigheid der waarheid, een getrouwe getuige Christi, een heerlijke stad op een berg, een springende fontein van helder levenswater, waarvan héél ons volk, door Gods genade, voordeel mocht genieten.

't Was waarlijk een weide, die rondom die fonteine des levenden waters, groen en weelderig daar mocht liggen, en Jezus Christus zelf, de Opperste Herder en leeraar wilde de kudde in ons Vaderland lieflijk doen grazen, zijne gaarne getrouwe knechten uitstootend tot opbouwing van het lichaam des Heeren, tot volmaking der heiligen, tot toebrenging der zondaren.

Een hecht fundament had onze Gereformeerde Kerk.

Een heldere belijdenis, nasprekende het Woord des Heeren.

Een sierlijk vaandel, gekleurd met bijbelsche kleuren, Een orde van leven, naar uitwijzen van Gods getuigenis.

Zóo mocht zich in ons dierbaar Vaderland de Gereformeerde Kerk als Vaderlandsche Kerk ontplooien, ingeworteld in vaderlandschen bodem en uitgroeiend onder de natie.

Doch.... niets meer daar van.

Begunstigd door de tegenwoordige Bestuursinrichting — door een vriendelijke Koningshand op onwettige wijze opgelegd — is het nu: „iedere overtuiging, hoe dwaas en zoodig ook, moet gewaardeerd en geduld worden" — terwijl juist tegenover de. aloude Gereformeerde leer telkens zoo'n diepen haat wordt geopenbaard.

Waarbij de modernen in de handen klappen.

Ja, Dr. Bahler «prak het kinderlijk blijmoedig uit: „ik vind de Herv. Kerk een ideaal Kerk."

En dat een man, die den heiden Buddha naast, ja boven Christus verheerlijkt en aanprijst !

Wat een Kerk! Wat wonderlijk ideaal!

Waarbij wij het openlijk uitspreken, dat wij aanspraak maken op onze Ned. Herv. Kerk, zijnde de voortzetting van onze aloude Vaderlandsche Gereformeerde Kerk, en het onmogelijk achten dat er Kerkelijk samenleven kan zijn tusschen degenen die de eenheid in gelooven en belijden missen.

We moeten terug tot de aloude beproefde waarheid.

We moeten terug tot het aloude fundament, waarop onze Geref. Kerk is gebouwd; het fundament, ons van de apostelen en profeten overgegeven.

Wat onze Vaderen in de 3 Formulieren van Eenigheid plechtig hebben uiteengezet en bevestigd als goddelijke waarheid, wenschen we terug.

En verwijt men ons dan achterlijk en bekrompen te zijn; verwijt men ons dan „papieren afgoden" er op na te houden — geen nood.

Wij willen die oude, beproefde paden weer terug voor onze Kerk en ons volk, omdat zij zijn naar Gods Woord.

Want wij belijden van ganscher harte, dat God de H. Geest door het prisma onzer kerkelijke vergaderingen het heerlijkst licht van Gods heilig Woord in de 3 Formulieren van Eenigheid met wondere pracht en lieflijkheid over onse vaderlijke erve heeft doen vallen, wat wij niet wenschen in te ruilen voor allerlei nieuwere leeringen, waarbij de apostel zegt: gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn, want vele valsche profeten zijn uitgegaan in de wereld" (1 Joh. 4':1.)

En dit wetende, dit geloovende zal het onze H«rv. (Geref.) Kerk tot zonde gerekend worden de afwijkingen van des Heeren Woord in het gevlei te komen.

We moeten terug tot Gods heilig en eenig blijvend Woord.

We willen terug tot de 3 Formulieren van Eenigheid.

Niet om de Formulieren van Eenigheid te eeren als „papieren afgoden", ook niet om de Formulieren boven den Bijbel te stellen en te beweren dat die Formulieren aller volmaakst zijn en onveranderlijk en onverbeterlijk.

Maar wij willen de Formulieren eeren als het rlijk Gods geschenk, waarin onze Vaderen, door Gods Geest geleerd en geleid zoo schoon de H. Schrift hebben nagesproken, uiteenzettende de voornaamsten der goddelijke waarheden, om die kerkelijke belijdenisschriften dan te stellen tegenover en boven de dwaze, zondige redeneeringen der menschen.

Jan. Ja, wat kan men toch dwaze redeneeringen hooren over die Formulieren van Eenigbeid. Maar ik acht het altijd nog gelukkig, dat die Formulieren van Eenigbeid onze wettige belijdenisschriften zijn. Want vraagt men wat nu eigenlijk „de leer" van onze Herv. Kerk is, dan mag toch nog altijd ons antwoord zijn: neem de Formulieren van Eenigheid en lees daar wat rechtens de grondslag van ons kerkelijk leven is en als zoodanig door ieder behoorde erkend te worden.

Willem. Ja — wie met den geest en de hoofdzaak van die belijdenis niet instemt behoort in onze Herv. Kerk niet thuis en de Besturen zijn geroepen toe te zien dat die belijdenis niet wordi veracht en verworpen, dat die waarheid niet wordt ontkend en geloechend. Maar daar komt door onze ongelukkige kerkelijke organisatie, die we sinds 1816 hebben, zoo bitter weinig van terecht. Alle wind van leer wordt geduld.

En daarom moeten allen die op den bodem van onze Herv. (Geref.) belijdenisschriften staan ook bij elkander komen, om voor die goddelijke waarheid op te komen.

Jan. Hoe ging het verder op den avond van den 18 April 1906 in het Gebouw voor kunsten en wetenschappen; was de heer Duymaer van Twist niet de 3de en laatste spreker?

Willem. Ja daar zal ik je ook nog een en ander van vertellen. Maar eerst wilde ik je nog wel even een vraag doen.

Jan. En die is?

Willem. Of je al veel gehoord hebt tot nu toe, dat op een 2de doleantie aanstuurde ?

Jan. Ik niet. Wel heb ik nu al begrepen, dat het den Geref. Bond niet te doen was om een Vereeniging van elk wat wils. 't Ging om. een Bond van Gereformeerde predikanten, kerkeraadsleden en gemeenteleden, dat voel ik wel.

Willem. Ja, bet was niet om een groote vereeniging te doen van vogels van diverse pluimage. Men wilde mannen en vrouwen die ééns geestes waren.

Jan. Nu — een spons kan zich wel dik maken. Maar als je er even in knijpt wordt ze dun en het is water wat er uitloopt. Daarom vind ik het altijd verstandiger, dat je maar dadelijk je beginsel goed omschrijft en het duidelijk verklaart, dat men niet gesteld is op degenen die van een endere belijdenis zijn. Daar kan je ten slotte toch niets mee beginnen.

Willem. Dus je hebt den Geref. Bond tot nu toe niet als een doleantie-beweging beschouwd ?

Jan. Neen, hoe zou ik? Wel als eenVereeniging de over den nood der Herv. Kerk wenscht te spreken en er overal op wenscht te wijzen, terug wijzend op de beginselen van Schrift en Belijdenis.

Willem. Nu — volgende week zullen we dan eens gaan luisteren naar den heer Duymaer van Twist. Adieu. Tot ziens!

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

6) Een Bondspraatje.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's