Staat en Maatschappij.
Het raadsel opgelost.
Het is sinds geruimen tijd een raadsel waarvan tevergeefs eene oplossing gezocht is, hoe het te rijmen valt, dat terwijl nog eenige maanden geleden van het beleid van den Gouverneur-Generaal Idenburg niets deugde, door dezelfde personen die onomwonden uitspraken dat de rust en veiligheid vanindië dreigden in gevaar te komen, thans het optreden van den heer Idenburg hoogelijk wordt geroemd.
In het vrijzinnig concentratie-program heette bet bij de verkiezingen: Door opgedrongen kerstening dreigt het Moederland de Inlandsche bevolking onzer koloniën van zich te vervreemden. Het drijven om gouvernementsscbolen te doen plaats maken voor scholen van Christelijke secten, brengt den schoolstrijd ook naar Indië over. Ons Koloniaal bezit wordt aan gevaar blootgesteld, tengevolge van eene poging, die lijnrecht ingaat tegen jarenlang beproefde beginselen van Koloniaal beleid".
De heer Pleyte de tegenwoordige Minister van Koloniën, sprak als Kamer-candidaat voor Amsterdam op 6 Juni: „dat hij Indie had leeren liefhebben en als hij nu ziet hoe deze regeering (d.i. het kabinet-Heemskerk) door een glad-verkeerde politiek dat mooie land onherstelbare schade zal toebrengen, wil hij trachten het zijne er toe bij te brengen om dit te voorkomen. Wat deze regeering op het gebied van het onderwijs heeft gedaan doet de haren ten berge rijzen. De politiek die thans in Indie gevoerd wordt, leidt het land ten verderf. „Heeft men dus ginds de „Meiboom in de Kap, " wij willen voeren „den bezem in de mast".
Maar sindsdien zijn de hekken verhangen. Allerwege zingt men op'dit oogenblik den lof van den heer Idenburg.
In het voorste gelid staat mr. Pleyte, die als Minister van Koloniën zijn volle vertrouwen in het beleid van den landvoogd uitspreekt. „Handelsblad" en „Nieuwe Rotierdamsche Courant' hebben hunne bezwaren ten aanzien van het optreden van den heer Idenburg terzijde gelegd. De heer Van Kol, het Socialistisch Eerste Kamerlid, zeide bij gelegenheid van de behandeling der Koloniale begrooting: „Ook doet het mij genoegen — en ik moet dit waarheidshalve erkennen — dat de meening, die men wel eens verspreid heeft, waarschijnlijk niet beter wetende, onjuist is gebleken n.l., dal de Gouverneur-Generaal Idenburg zich zou hebben schuldig gemaakt aan gedwongen" kerstening. Van die beschuldiging is tenslotte geen woord „overgebleven".
Vanwaar nu die verandering in de beoordeeling van het beleid van den bewindsman te Buitenzorg?
Is de heer Idenburg van stand pant veranderd, zoodat hij thans door anders te handelen dan vroeger den vrijzinnigen in het gevlei komt, of heeft de vrijzinnigheid, nu de roes der overwinning voorbij is, en zij zich in kalmer dagen bevindt, de overtuiging verkregen dat haar oordeel destijds gansch verkeerd was?
Uit eene uitlating van den Minister Pleyte: „dat de Minister den Gouverneur-Generaal op de gewone wijze heeft doen blijken, dat hij prijs stelt op zijn medewerking" en voorts dat „onderhandeling over de te volgen gedragslijn niet heeft plaats gehad", zou men kunnen opmaken dat de heer Idenburg water in den wijn heeft gedaan, zoodat de oplossing van het raadsel moet gezocht worden by den Landvoogd in Indie.
Toch blijkt dit laatste, wat wij niet anders verwachtten, niet waar te zijn.
De Telegraaf deed dezer dagen merkwaardige onthullingen, die zeer zeker pleiten voor den persoon van den heer Idenburg, maar die voor het kabinet, dat thans aan het bewind is, niet gunstig zijn.
Het blad deelt den inhoud mede van de telegrammen die zijn gewisseld geworden.
In plaats van zooals dit de gewoonte is er twee telegrammen werden verzonden moeten er ditmaal drie telegrammen zijn aangeboden. In het eerste telegram roept de Minister van Koloniën, zonder voorwaarden te stellen de medewerking van den heer Idenburg in, ondanks enkele punten van verschil, die tusschen beiden bestaan. In zijn antwoord heeft de heer Idenburg gevraagd of het ministerie zich op het concentratie-standpunt stelt. In dat geval zou hij de mogelijkheid van samenwerking in nader overweging nemen. Dit telegram werd — volgens een der zegslieden van de Telegraaf door den Ministerraad; volgens een anderen na overleg met den Ministerraad door den Minister van Koloniën — beantwoord met de mededeeling, dat op het aanblijven van den heer Idenburg zou worden prijs gesteld, ondanks verschil in de algemeene politiek met welke verklaring de Gouveneur-Generaal genoegen heeft genomen.
Hieruit zou volgen — zoo merkt het blad op — dat in tegenstelling van hetgeen door de vrijzinnige kiezers met recht werd verwacht :
1e door den Minister van Koloniën zijnerzijds geen enkele voorwaarde' aan den beer Idenburg is gesteld;
2e wél door den G.-G. voorwaarden zijn gesteld aan den heer Pleyte; 3e deze voorwaarden door het geheele ' ministerie zijn aanvaard, zoodat de heer Idenburg aanblijft, ondanks verschil van politiek inzicht, waaruit natuurlijkerwijze weer volgt dat:
4e de beer Idenburg volgens rechtsche beginselen zal blijven regeeren.
Voor de juistheid der telegrammen staat de Telegraaf in, wat ook wel blijkt uit de houding welke de vrijzinnige pers jegens de mededeelingen van het blad inneemt.
De Minister van Koloniën, die pertinent heeft geweigerd om den inhoud der telegrammen mede te deelen, had beter gedaan zoo hij zonder omwegen verklaard had, dat de heer Idenburg onverzwakt zijn beleid heeft gehandhaafd. Dat hij dit niet deed, verzwakt zijne positie uitermate.
Intusschen wij verheugen er ons in, dat het raadsel thans is opgelost en dat de heer Idenburg ongerept uit den nevel is te voorschijn gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's