De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Psalm XXXVIII.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalm XXXVIII.

2 minuten leestijd

Wil mij niet in toorn vervolgen, noch, verbolgen, onmeedoogend straffen, Heer', want het treffen van Uw schichten doet mij zwichten en Uw hand drukt zwaar mij neer.

Ach, niets heels bleef aan rnijn leden, afgestreden door Uw gramschap, weggeweend; niets gezonds wordt om mijn zonden meer gevonden aan mijn uitgeteerd gebeent'.

Ach, mijn tallooze euveldaden, opgeladen, stijgen hooger dan mijn hoofd, en die zware last van plagen, niet te dragen, heeft mijn laatste kracht geroofd.

Niet gereinigd, niet verbonden zijn mijn wonden door mijn dwaasheid. Droef en stom, zeer gekromd en neergebogen, fel bewogen, dool ik gansche dagen om.

Want ontstoken zijn mijn lenden, ach, en t' enden bleef niets heels aan al mijn leen; krachtloos ben ik, zeer verslagen; 'k huil bij 't klagen van mijn hart met bang geween.

Heer, Gij kent al mijn verlangen, al mijn hangen, al het jammer dat ik lij; 't harte bonst, de kracht verlaat mij; straks vergaat mij 't licht der oogen nog daarbij.

Al mijn vrienden, al mijn magen staan verslagen' om mijn plagen, vreemd en veer; die mijn onheil zoeken, zetten sluw hun netten telkens nader voor mij neer.

Maar ik ben als een, wiens ooren nimmer hooren, als een stomme, die den mond nimmer opent om met reden op te treden tegen wie zijn rechten schond.

Want op U, o Heere, bouw ik, U vertrouw ik 't antwoord toe, mijn God! Ik zeg: duld niet, dat zij juichen, dartlen, die mij martlen, waar ik wankel op den weg.

Bijna ben ik uitgegleden op mijn schreden, overstelpt door zooveel leed, toen ik al mijn snoode zonden onomwonden voor Uw oor bekennen deed.

'k Zie mijn vijand.leven, bloeien, 't aantal groeien, dat mij zonder oorzaak haat, en mijn streven naar het goede stijft de woede van wie goed vergeldt met kwaad.

Heere, och wil mij niet begeven; laat mij leven; Wees, mijn God, niet ver van mij. Wil toch tot mijn bijstand ijlen, niet verwijlen; help, o Heer'; mijn heil zijt Gij.

1914.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Psalm XXXVIII.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's