8) Een Bondspraatje.
Jan. Weet je wat ik zoo aardig vind, Willem, dat de Geref. Bond zoo heelemaal geen domineesclubje is, maar een Vereeniging waar menschen van allerlei rang en stand elkander ontmoeten en waar niet-theologen even goed aan 't woord komen als predikanten. Ik wijs maar op onzen Penningmeester en op Kapitein Duymaer van Twist.
Willem. Ja, dat is altijd zoo geweest in onzen kring. Bij de oprichting van onzen Geref. Zendingsbond was de heer Duymaer van Twist ook meer dan eenvoudig toeschouwer. En in het Geref. Weekblad heeft hij menig artikel geschreven. Ik herinner me nog wat Dr. de Lind van Wijngaarden 29 Aug. 1908 in het Geref. Weekblad van hem schreef. '
Jan. Wat dan?
Willem, 't Was bij gelegenheid, dat de heer Duymaer van Twist herdacht voor 25 jaar zijn militairen loopbaan te zijn begonnen bij het Instructie-bataljon te Kampen.
Toen schreef Dr. de Lind van Wijngaarden o. a.: „van harte wenschen wij den Heer Duymaer van Twist toe, dat hij, een warm verdediger der antirev. beginselen en ook een krachtige steunpilaar der antirev. Kamerfractie, voor land en kerk gespaard blijve. Aan de lezers van het Gereformeerd Weekblad is hij bekend als de gezellige en degelijke schrijver over 's lands zaken. Is hij als Kapitein op non-activiteit, in den strijd op maatschappelijk, staatkundig en kerkelijk terrein is hij onvermoeid in vollen actieven dienst. Dat hij nog jaren onder de banier van het Kruis arbeide en menige overwinning mede behale en bovenal veel smake dien vrede, die alle verstand te boven gaat."
Jan. Ik vind het heerlijk wanneer zulke menschen zich de zaken van Gods Koninkrijk aantrekken en ook in den kerkelijken strijd optrekken onder de banier der waarheid. Ik vind het zoo heerlijk voor hen zelf, daar hun stand-en ranggenooten dikwijls zoo gansch anders denken en spreken; en ik vind het zoo heerlijk, daar hun voorbeeld van zoo'n grooten invloed is voor anderen.
Willem, Ja, ik zie hem dan ook nóg staan oreeren in de groote zaal van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, om al de vrienden van den Bond op te wekken om te bidden, om te arbeiden en te strijden.
Jan. Gedeeltelijk hebt ge mij verteld, wat hij toen gesproken heeft. Ik hou me aanbevolen om nu 't verdere van zijn oratie te mogen vernemen.
Willem. Hij vervolgde dan:
„Van deze plaats klinke een woord van opwekking om te arbeiden.
Die arbeid is in de eerste plaats om mede te werken tot uitbreiding en versterking van onzen Bond. Naar de mate van ieders krachten, vragen we u ons te helpen, om alle man en vrouw, die 't in beginsel met ons eens is, tot ons te brengen. Gij hebt in uwe omgeving pioniersdiensten te verrichten.
Zullen wij spoedig, ook na volhardenden arbeid, onze wenschen dan vervuld zien?
Laat mij u nu reeds mogen waarschuwen om ten deze uwe verwachtingen niet hoog te spannen. De klokken der vrijheid zullen niet kleppen, als wij den tijd gekomen achten.
Maar op 's Heeren tijd zal de ochtendstond gloren. Naar dien dag hebben we uit te zien; op Gods tijd hebben we te wachten. Tot zoolang hebben we biddende te arbeiden.
En is eensdeels onze roeping, om door onzen arbeid onze gelederen te versterken — daar is nog een andere akker, die voor ons te bearbeiden ligt, dien we hebben te bewerken en van zaad te voorzien.
In de kracht en mogendheid des Heeren moet ons volk weer tot de gereformeerde waarheid teruggebracht worden.
O, zeker I wij zijn onzen God dankbaar voor zoovele mannen, die met eere eene plaats in de Kerk innemen, maar blijvende velden niet wit om te oogsten en kunnen wij dit aanzien zonder den Heere des oogstes te bidden, dat Hij arbeiders in Zijnen oogst uitstoote? Arbeiders in Zijnen oogst, die hebben we nodig!
Leeraars op onze kansels, die van harte instemmen met onze schoone gereformeerde beginselen; die Ja en Amen zeggen op de belijdenisschriften der Kerk.
En dan ligt 't op onzen weg voor de opleiding onzer predikanten in dier voege zorg te dragen, dat aan onze landsuniversiteiten mannen aanwezig zijn, wier lust 't is, in de zoo zeer begeerde richting onderwijs te geven. Daarvoor ligt in het oprichten van leerstoelen, zoo mogelijk van een faculteit der godgeleerdheid, de weg.
Die leerstoelen bevatten in zichzelf een schat, niet alleen voor de toekomst, maar ook voor 't heden. Dat men de groote beteekenis daarvan mocht leeren inzien !
Ons gereformeerd volk heeft door 's Heeren gunste nog altijd de religie lief. Voor de religie hadden onze Vaderen niet slechts hun goed, maar ook hun leven veil.
0! dat de herinnering daaraan ons mocht aangorden, om ook thans daarvoor te arbeiden, zoolang als 't dag is.
Geld, véél geld is er noodig, wil de opleiding ter hand kunnen genomen worden. Maar wat nood! 't gaat hier om des Heeren zaak. En wanneer de religie aan de orde is, zal 't gereformeerde volk uit de 20ste eeuw dan achterstaan bij der Vaderen tijd en zeggen: deze dingen gaan ons niet aan?
Laat ik u daarom mogen opwekken, om de roepstem, die gij hier gehoord hebt, in Uwe omgeving te laten weerklinken, opdat spoedig de blijde tijding kan verspreid worden, dat het zaad aanwezig is, om op den akker uitgestrooid te worden.
En — wat we niet mogen vergeten — wanneer geld ons toevloeit en het ledenaantal mag stijgen, dan geve de Heere ons Zijn gunste te ervaren en schenke Hij ons van Zijnen Geest, dat onze Herv. Kerk geestelijk worde opgebouwd en wij zelf als levende steenen mogen worden ingevoegd in het huis des Heeren, dat staan zal tot in eeuwigheid.
O! welk een kostelijk stuk werk zou er voor Gods aangezicht verricht worden, wanneer niet alleen uiterlijke kracht waarneembaar was, maar ook de innerlijke kracht vermeerderde I
Geve de Heere ons daartoe van Zijnen Geest, opdat we de waarheid recht mogen verstaan en we de rechte middelen ter hand mogen nemen tot verbreiding onzer beginselen!
3) Wij hebben dan te bidden en te arbeiden — maar óok hebben we te strijden.
Zal 't naast 't bidden bij arbeiden kunnen blijven?
Zij die dit meenen, zullen 't ervaren, dat zij misgerekend hebben! 't Arbeidsveld, dat voor ons ligt, is niet effen, maar hobbelig en moeilijk.
Zal 't wellicht in den beginne een kalme zee zijn, waarop het scheepke van onzen Bond op den oceaan zich voortbeweegt, straks zal een krachtige golfslag niet uitblijven en dan zal 't ook, ondanks de hoogopgaande zeeën, zijn roer moeten blijven richten door de branding henen naar de haven, die ons wacht.
Negentig jaren toch is de Kerk reeds door de ijzeren banden der Synodale organisatie omkneld en diep zqn die banden in haar leven ingedrongen.
In het jaar 1816 nam de eeuw van onrecht voor de Kerk een aanvang en schijnbaar in 1852 in eere hersteld, is't nog altijd dezelfde organisatie, die een ontplooien van een gereformeerd leven belemmert.
De Kerk uit dien band los te maken in den zin der vrijmaking, ziedaar wat niet alléén strijd zal kosten, maar waarbij ook menigmaal de worsteling niet zal kunnen achterwege blijven.
En wat hier de Bond wellicht zal hebben mede door te maken, zal dit niet, al is 't ook in geringere mate, óns deel kunnen worden?
We mogen 't ons niet ontveinzen, dat 't ook voor óns wel eens moeilijke dagen zullen worden, als 't in onze omgeving, waarin we werken, niet voorspoedig gaat; als we met allerlei onaangenaamheden hebben te kampen, als we om des beginsels wille wellicht worden verguisd. Dan hebben we te strijden en te worstelen vaak misschien met hope tegen hope.
Doch laten we dan in dien strijd niet vertragen, maar blijmoedig voortgaan.
Laat ons dezen strijd biddend verrichten. Biddend arbeiden, maar ook biddend strijden.
En dan schenke de Heere in dien strijd versterking, bemoediging en vertroosting.
Neen, laten we onze hope niet op menschen bouwen; want menschen vallen tegen.
Laat ome hulpe en onze verwachting zijn van den Heere, Sions Bondsgod, die hemel en aarde gemaakt heeft en trouwe houdt tot in eeuwigheid.
Jan. Die Kapitein op non-activiteit is een dapper man en ik moet zeggen, hij heeft een profetischen geest gehad dien avond. De strijd en de moeite is niet uitgebleven. Maar ik heb gelukkig van Kapitein Duymaer van Twist niet gehoord, dat hij den strijd ontloopen is en rustig in z'n tent is gaan zitten. Zulke menschen mag ik wel!
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's