De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

6 minuten leestijd

De Gereformeerde Bond en de Confessioneele Vereeniging.

Een medewerker schrijft ons (vóór de recensie in No. 11 op papier gesteld):

Ds. Lingbeek heeft zijn referaat, 23 Oct. 1913 voor de Prov. Ledenvergadering der Confessioneele Vereeniging te 's Gravenhage gehouden, in druk gegeven.

Mijn instemming met deze brochure is maar matig, zooals de lezers wel aanstonds zullen vermoed hebben.

De Schrijver begint met te zeggen, dat hij de leden van den Geref. Bond persoonlijk niet kent en van hen in zijn ambt nooit eenige bemoeilijking heeft ondervonden. Hij is met bovengenoemd onderwerp opgetreden, wijl hij uit een breede discussie in de bladen in betrekking tot een vorig referaat, over hetzelfde onderwerp gehouden, meende iets geleerd te hebben. Nu kunnen wij dit niet opmerken; maar dat kan aan óns liggen. In onze artikelen over Confessioneele voorlichting (IIIde jaargang No. 49-52) en Een gereformeerde vraag en een confessioneel antwoord (IVde jaargang No. 11 en 12) hebben we ons standpunt uiteengezet tegenover dat van Ds. Lingbeek c. s. Wij zijn eerder  in onze gedachten eer versterkt dan verzwakt en Ds. Lingbeek is evenmin veranderd! 't Schijnt vruchteloos hem het onmogelijke van zijn standpunt onder 't oog te brengen, 't Eenige wat we kunnen opmerken is, dat hij misschien nog slapper is dan vroeger en zich totaal speent aan de werkelijkheid.

Hij verdedigt zich tegen het verwijt, dat de confessioneelen heulen met de ethischen, door hem „dwalende broeders" genoemd, 't Is ' anders wel eigenaardig, dat de confessioneelen zich op de Utrechtsche predikantenvergadering zoo thuis gevoelen, die door niemand minder dan Prof. Valeton als „ethisch" werd gekwalificeerd en bij voorkeur aan gereformeerdenhaters als Dr. van Gheel Gildemeester opdraagt de openingsrede uit te spreken en aan de professoren Chantepie de la Saussaye en Jonker de referaten te houden.

Van die professoren is noch de een noch de ander een man van de confessie. Ja erger I Zegt Prof. Groenewegen Afl. IV 1913 v. h. Theologisch Tijdschrift in „eenige opmerkingen over de moraal van prof. La Saussaye" niet: ik zoek er vergeefs naar eenig spoor van rechtzinnigheid in; de schrijver kan op geenerlei wijze bij de orthodoxie van welke soort ook, worden ingelijfd"? En stelt Jonker den Voorzitter van de Dordtsche Synode, Bogerman, niet op éen lijn met Jatho, den afgezetten pantheïstischen predikant van Keulen?

Doch het is begrijpelijk. De ethischen zijn wat verdraagzaam tegenover de confessioneelen. Ze zien ietwat medelijdend, ietwat goedig op hen neer. Die „belijdende volkskerk" is zoo „wijdbeensch" (volgens Ds. Barger van Utrecht), dat ze daarvan geen kwaad te duchten hebben. Alleen wanneer de confessioneelen wat al te veel macht krijgen in een kiescollege zooals in Amsterdam en Rotterdam, staat hun dit wat minder aan. Maar overigens, voor het standpunt der confessioneelen heeft men — denk aan Dr. Slotemaker de Bruijne, Barger enz. — een goedaardig lachje over.

Het standpuiat van de Gereformeerden is voor de etischen een schrikbeeld. Dat van de confessioneelen is toch niet te verwezenlijken, 't Past niet meer op onze tijdsomstandigheden. De etischen duchten het niet, omdat iets wat niemand begrijpt en waarvan ieder voelt dat het in de praktijk niet te verwezelijken is, niet gevreesd behoeft te worden. Maar wat de Gereformeerden trillen is in woorden te brengen, is duidelijk voor te stellen, is ook te verwezelijken. En dat is de dood voor een kerk, waarin elk wat wils krijgt. Waarom de etischen voelen, dat de gereformeerden zooveel gevaarlijker zijn dan de confessioneelen, die in de grauwe theoriën blijven hangen. En daarom, waar de etischen mijlen ver van de gereformeerden af staan en hen te vreezen hebben in hun actie, wordt tegen dezulken heul gezocht nu eens bij de modernen en dan weer bij de confessioneelen.

Het groote verschil tusschen gereformeerden en confessioneelen is volgens Ds. Lingbeek niet gelegen in de gezangenkwestie en we zijn het met hem eens. Hij had b.v. naast Ds. Dijkstra van Weesp, Ds. Verschoor van Bleiswijk en Buiskool van Hoogeveen kunnen noemen als niet-gezangen-zingende confessioneelen, — ofschoon dit punt wel voor velen het kenmerkende verschil uitmaakt.

Het gaat volgens den schrijver „tusschen Ds. van Grieken en hem om een uitstooten van een gedoopte natie uit de kerk. Hij wil toch geen Heidensche Nederlanders in onze Christelijke kerk opnemen."

Alleen: het gedoopt heidendom — zou hij er bij kunnen voegen — wil hij er niet uitlaten, want vooral geen afsnijding ! Wie — zoo vraagt hij — moet het uitmaken welke gemeenten van ons vaderland niet zuiver in de belijdenis zijn?

Een vreemde vraag in de mond van hem, die roept om meerdere vergaderingen.

Want uitgemaakt moet dit toch worden. Tucht over een man als Dr. Bahler — zeer zeker. Zulke excessen kunnen niet geduld.

Maar tucht óok over leden van de Utrechtsche, Vergadering boven genoemd I

Ds. Lingbeek rilt er van, als hij er aan denkt. Maar eilieve: de tucht, die „broederlijk" van aard moet zijn, moet toch in een geref. kerk gehandhaafd, door meerdere vergaderingen worden toegepast — en als hij daar ernst mee verkiest te maken, moet dan niet een groot deel der natie uit de christelijke gemeente gesloten worden !

Als hij de daad niet bq het woord wil voegen, dan geloof ik, dat zijn praten hem weinig zal baten!

Ds. Lingbeek zegt vervolgens: we willen niet, dat een deel der leden onzer kerk, hetwelk aan zich zelf het brevet van getrouwheid geeft, zich zelf de rechten der Kerk aanmatigt en zonder tucht de anderen op zij zet.

Maar wat doen de confessioneelen zelf? Gaan zij niet in moderne gemeenten evangeliseeren en zenden zij den heer van Drunen niet naar Voorne en Putten om daar te werken? En is dat geen op zij zetten van de predikant en kerkeraad in de verschillende gemeenten; is dat niet zich zelf een brevet van rechtzinnigheid uitreiken en anderen veroordeelen ? Ja, staan zoo de confessioneelen niet met beide voeten op het hellend vlak van .... het separatisme ?

Ds. Lingbeek bedenke dit wel; Hoorn, Deventer e. a. p. bewijzen dat men daar zich afzondert méér dan een menschenleeftijd. Consequent moet Ds. L. dat evangeliseeren der confessioneelen afkeuren. Waartoe zijn idealisme hem ook wel spoedig drijven zal; wacht maar!

De groote fout van Ds. Lingbeek is déze: dat hij het verschil tusschen het heden en den toestand van voor drie eeuwen niet inziet of niet inzien wil. Zoo hij dit deed, zou hij begrijpen dat volkomen juist is de stelling door Prof. Visscher twintig jaar geleden reeds bij zijn promotie geponeerd: „een eenvoudige reproductie van de argumenten door Voetius en Brakel tegen het separatisme hunner dagen ingebracht, om'daarmede de Afscheiding en de Doleantie te bestrijden, is van weinig waarde."

Ds, Lingbeek zegt, dat hij de leiding Gods wil eerbiedigen. Hij doe het ook nu, waar hij honderdduizenden met de Kerk ziet breken — denk aan de droeve cijfers der laatste volkstelling — en waar hij weet, ten minste weten kan, dat nog meerderen in de Kerk in driest ongeloof zijn verzonken.

Daartegen helpt geen goedig idealiseeren, maar een eerlijk uit elkander gaan, zoo men niet onbillijk wil handelen of een chirurgische amputatie.

Aux grands-maux les grands rémèdes: voor groote gebreken, groote geneesmiddelen.

Zoolang Ds. L. dit niet inziet, is alle praten verder doelloos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's