Staat en Maatschappij.
Een dwaze opmerking.
Het Schoolblad, orgaan van het Nederl Onderwijzersgenootschap, niet te verwarren met de Bode, het blad van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers, bespreekt in het nummer van 19 Februari de vraag: „Wat zal de Staatscommissie in zake onderwijs brengen? "
In het slot van het artikel wordt eene opmerking gemaakt, die de moeite waard is, om in broederen kring dan waartoe de lezers van het blad behooren, bekend te worden.
De redactie heeft 't over de financieele gelijkstelling, gelijk deze door de voorstanders van het bijzonder onderwijs gewenscht wordt. Zij schrijft, dat de uitdrukking van financieele gelijkstelling wel vaak gebruikt wordt, maar nog niet juist omschreven is. En dan komt de opmerking, waarop wij de aandacht wilden vestigen. Wil men, zoo zegt het blad, met deze financieele gelijkstelling zeggen: „dat uit 's Rijks kas juist zooveel aan een bijzondere school betaald moet worden als aan een openbare van gelijke inrichting (en dit willen de voorstanders van het bijzonder onderwijs), dan wordt de fout, die men vooral van kerkelijke zijde als een onrecht beschouwde, eenvoudig verplaatst: vele bijzondere scholen zouden bevoordeeld worden boven de openbare."
Waarin deze bevoorrechting dan zou bestaan?
Men raadt het in geen tienen I
Luister wat het blad der onderwijzers schrijft:
De bijzondere scholen hebben fondsen, waaruit een deel van de onkosten worden bestreden, en kregen zij nu nog daarenboven uit de schatkist evenveel als de openbare school, dan werd hun de gelegenheid verschaft de openbare school door haar groote inkomsten sterke concurrentie aan te doen.
Wat zegt men wel van zulk een betoog?
Is deze beschouwing niet merkwaardig ? Wij zouden bijna willen vragen: hoe komt zulk eene gedachte in het brein van deze schoolmannen op?
Wie belet den voorstanders van het openbaar onderwijs om ook in klinkende munt liun liefde voor de openbare school te bewijzen? Maar moeten, omdat de voorstanders der bijzondere school meer dan platonische liefde voor hün onderwijs hebben en daadwerkelijk toonen, dat het Christelijk onderwijs hun groote offers waard is, zij met be trekking töt de uitkeeringen uit de publieke kassen ten achter worden gesteld bij de mannen van het openbaar onderwijs?
Het is haast te dwaas om op de opmerking uit het Schoolblad verder in te gaan.
Maar nog maller is, wat het orgaan verder schrijft: „Wie volkomen gelijkstelling op financieel gebied wil, moet dan tevens willen dat het rijk alle onkosten voor het onderwijs betaalt en dat de wet verbiedt, daarvoor uit particuliere fondsen bij te dragen, anders dan door die fondsen ter beschikking te stellen van het rijk, dat daarmede dan alle onderwijs verbeteren kanl"
Wel zeker! De openbare onderwijzers moeten maar zeggen hoe zij het willen hebben.
Wij vertrouwen dat de Staatscommissie, aan wie het Schoolblad zijn advies wilde geven, wel wijzer zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's