De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Ook een reden !

Het eerste product van wetgevenden arbeid van Minister Treub is hg de Kamer ingekomen. Het bedoelt ouderdomsrente te verleenen aan behoeftigen.

Vrij algemeen is het onthaal, dat het wetsontwerp in de Pers ten deel valt, zeer onunstig. Enkele bladen gaan zelfs zoover, dat zij spreken van een wetsgewrocht, waarover de doodsklok reeds aan het luiden is.

Het ontwerp moet dienen om een begin te geven aan het toekennen van Staatspensioen, maar van Staatspensioen heeft de regeling heelemaal niets. Het is armenzorg, en dan een armenzorg van de slechtste soort.

De algemeene grief is, dat in hetgeen Minister Treub regelt, de bedeelden uitgesloten zijn. Er wordt een voorziening getroffen voor de behoeftigen, maar de allerbehoeftigsten, de bedeelden, krijgen niets.

, . Waarom in het wetsontwerp de bedeelden worden uitgesloten, daarvan geeft de memorie van toelichting op het voorstel de redenen op, die intusschen, naar wordt medegedeeld, niet alleen van financieelen aard zijn.

Een der redenen vinden wij merkwaardig genoeg om haar onder de aandacht onzer lezers te brengen.

De Minister merkt op dat in Engeland, waar sinds enkele jaren Staatspensioen werd ingevoerd, de armenzorg niet op één lijn kan gesteld worden met wat hier te lande op dit terrein wordt aangetroffen.

In Engeland is de armenzorg zoo goed als geheel Overheidszorg en worden de kosten daarvan door de heffing eener belasting gedekt. Toen men de bedeelden in dit land in de Staatspensioneering opnam, leek dit den Minister dan ook alleszins logisch.

Anders staat het met de armenzorg hier te lande. Hier staan wettelijk de kerkelijke en de particuliere armenzorg op den voorgrond. Daarom zou het opnemen bij ons van de bedeelden in eene regeling tot het verleenen van ouderdomsrente, altijd naar het oordeel van den Minister, er toe leiden, dat de gelden, die voor ouderdomsrenten waren bestemd, ten deele ten goede zouden komen aan kerkelijke, particuliere en burgerlijke instellingen van weldadigheid. Zulk een bedekte subsidie aan deze instellingen, hoe nuttig haar werkkring ook moge zijn — zoo staat het woordelijk in de memorie van toelichting, mag van de ouderdomsrente niet het uitvloeisel zijn.

Bij opneming der bedeelden in het wetsontwerp, zouden de Diaconieën dus een bedekte subsidie ontvangen. En daar wil Minister Treub niet aan mededoen. Ontdoet men echter de redeneering van den Minister van de onnoodige franje, dan leidt zijne redeneering tot een geheel andere conclusie, nl. deze: dat het Rijk eigenlijk teert op het geld van de Kerk en dat niet de Staat de Diaconieën door opneming der bedeelden in hare regeling zou subsidieeren, maar dat op dit oogenblik de Kerk de Staat al sedert jaren financieel steunt.

Dwazer redeneering als wij in de memorie van toelichting uit den mond van den Minister hoorden, hebben wij dan ook nog maar weinig vernomen.

Geschiktheid vóór het ambt.

Naar vrijzinnig beginsel behooren voor het bekleeden van ambten en bedieningen alléén zij in aanmerking te komen, die daarvoor de geschiktheid bezitten. En aangezien de vrijzinnigen zich bij voorkeur het monopolie van geschiktheid toekennen, volgt daaruit dat het niet meer dan natuurlijk is, dat alleen de mannen van het liberalisme voor de landsbetrekkingen benoemd worden.

Deze oud-liberale beschouwing zit er zoo diep ingeroest, dat telkens wanneer van den vrijzinnigen regel wordt afgeweken dit als iets bijzonders beschouwd wordt.

Vooral onder het Kabinet-Kuyper is er over de benoemingen heel wat te doen geweest. Zelfs werden er staten opgemaakt, waarop met pijnlijke nauwgezetheid werd aangeteekend hoeveel benoemingen er wel in rechtsche richting plaats vonden.

En over die partijdigheid van de toenmalige Ministers werd niet weinig getoornd.

Nu is echter het vermakelijke, dat wanneer van Christelijke zijde geklaagd wordt, dat artikel 169 der Grondwet, dat zegt: „De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten alle dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen", voor hen die tot de rechterzijde behooren, niet schijnt te bestaan, de stereotiepe opmerking gemaakt wordt, dat, zoo de niet-vrijzinnige voor eenige benoeming wordt voorbijgegaan, hij maar moet aantoonen, dat hij om zijn geloof niet in aanmerking kwam.

Een zoodanige opmerking vonden wij ook weer in De Vaderlander, het officieele orgaan van de „Liberale Unie", van 28 Februari, en wel naar aanleiding van het debat dat in de Eerste Kamer plaats had in zake de door den Minister van Waterstaat ingetrokken circulaire van zijnen ambtsvoorganger met betrekking tot den invloed van godsdienstige gezindheid bij de benoeming van postpersoneel.

Het gaat bij het liberaal régime bij benoemingen niet over de vraag welk beginsel de candidaat is toegedaan, maar of hij de geschiktheid bezit. En als die vraag overwogen wordt, kent men reeds bij voorbaat het antwoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's