De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen! Matth. 21:9.

Een juichend volk en een weenende Heiland.

De tijd is er weer, dat wij den Man van Smarten van stap tot stap gaan volgen op Zijn hangen lijdensweg. In deze dagen vooral, wordt Jezus Christus ons gepredikt als overgeleverd om onze zonde.

O zeker, elke prediking moet wel den gekruisigden Christus tot inhoud en grondslag hebben, maar naar den tijd van het kerkelijk jaar, staan we in deze weken daar nu in 't bijzonder bij stil.

Van oude dagen af heeft men het nuttig geacht het laatste Iijden en den dood van den Zaligmaker in volgorde te overdenken. Voor Gods kinderen heeft deze lijdensprediking altijd groote bekoring. Immers als hun voor oogen wordt geschilderd Jezus Christus, die om hun zonde het kruis wilde dragen, o dan roepen zij het uit met de bruid uit het Hooglied: „Dat is Mijn Liefste, dat is Mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem." In dien lijdenden en stervenden Jezus onderkennen Gods kinderen hun Borgen Zaligmaker, hun Goël en Zondenvernieler. Is het dan wonder, dat zij gaarne bepaald worden bij het lijden en sterven van Hem, die ze zoo uitnemend heeft liefgehad, dat Hij Zichzelf gaf in den dood, om hun te verwerven 't eeuwig zali leven?

Wij wenschen aan de hand van bovenstaand tekstwoord dan ook een gedeelte van die lijdensgeschiedenis u voor den geest te brengen.

't Paaschfeest was nabij. Groote scharen van menschen trokken dan altijd naar Jeruzalem heen, uit alle oorden des lands. Ditmaal zal ook Jezus zich opmaken naar de hoofdstad, 't Was al spoedig bekend geworden onder de feestgangers, ook bij de Farizeën en priesters, die reeds beraadslaagden over Zijn dood. 't Werd al druk door hen besproken. Ze wilden Zijn dood, maar liefst niet op het feest.

Maar niet alleen onder de priesters, ook onder de groote menigte werd Jezus' komst naar Jeruzalem druk behandeld, 't Was een onderwerp voor al hun gesprekken. Ziet, onder die menschen waren er ook velen, die zich vooral om Zijn wonderen (Lazarus was nog kort geleden door den Heiland opgewekt uit den dood) tot Zijn volgelingen wilden gerekend zien. Zal Jezus Zich na eindelijk tot Koning van Israel laten uitroepen? Zal Jezus nu werkelijk toonen, dat Hij de Messias is? Die vragen vervulden hun hart.

Ze brandde van nieuwsgierigheid, die groote schare. Met ongeduld wacht ze. Doch Jezus toeft om te komen. Hij brengt den nacht in den kring Zijner vrienden te Bethanië door. Den volgenden dag trekt Jezus op naar Jeruzalem heen. En nu lezen we, dat de schare Hem tegemoet ging.

't Oogenblik is daar, dat Jezus Zijn Koninklijke macht voor een wijle zal openbaren. Hij zendt twee Zijner discipelen uit met een wondervolle boodschap: „Gaat heen, zoo zegt Hij, in het vlek, dat tegen u over ligt en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden en een veulen met haar; ontbindt ze en brengt ze tot Mij. En indien iemand u iets zegt, zoo zult gij zeggen, dat de Heere deze van noode heeft en hij zal ze terstond zenden."

In het geloof wordt gehoorzaamd door die discipelen en ze bevinden het alles, zooals Jezus hun gezegd had. De Heiland is de Heere, die over alles gebiedt. Hij bestijgt het veulen en de optocht begint. De schare is één en al geestdrift. Ze rukken de takken van de hoornen, spreiden palmen op den weg, zelfs het opperkleed wordt niet te goed geacht om het pad voor Jezus te banen.

Daar jubelt het: „Hosanna, gezegend is Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in de hoogste hemelen!" Spontaan gaat deze juichtoon omhoog. En Jezus laat Zich huldigen als Sions Koning.... opdat nooit zal gezegd kunnen worden later door 't afkeerig Israel, dat Jezus Zich nooit als Messias had geopenbaard. Alle verontschuldiging moet hun worden benomen. Het is daarom, dat de Heiland Zich hier een hulde laat welgevallen, die Hij tot nu toe steeds had afgeweerd.

En toch, ook deze hulde brengt Jezus geen vreugd. De Pharizeen mokken, het volk verstaat niet, 't juicht en jubelt, doch niet op de rechte wjs, niet uit het ware beginsel. Daarom is de Heiland bedroefd... en Hij weent.

Welk een geweldige , tegenstelling: een juichend volk en een weenende Heiland.

Als wij oppervlakkig de geschiedenis van deze intocht lezen, dan verstaan wij het niet, dat ook deze hulde van het volk den Heiland zoo droef moest stemmen. Oppervlakkig bezien, lijkt het alles veel meer op verheerlijking dan op vernedering. Ja, zoo lijkt het. Dat strooien van takken en palmen op den weg, die Hosanna's, 't schijnt alles te wijzen op glorie — en toch' is 't alles maar schijn. En wanneer wij afsteken naar de diepte, o dan zien we het: ook deze intocht is een stuk van het lijdensprogram.

En waarom ? Ach, laten wij dan maar eens vragen, waaruit die jubel bij de meesten dier menschen voortsproot. Was het waarlijk, omdat zij 't begrepen: „Die Jezus komt in dienstknechtsgestalte, om Zijn volk zalig te maken van hun zonde ? " 't Is verre Gij weet toch wel, welk idee men zich gevormd had van den Messias? Niet waar, algemeen was de gedachte, dat de Messias een koning zou zijn, heerlijker en grooter dan David en Salomo, een koning, die Israel zou verlossen van het gehate juk der Romeinen en 't oude Bondsvolk weer zou maken tot de eerste onder de natiën. Die aardsche gedachte van Zijn Koninkrijk had zóó diep wortel geschoten, dat zelfs de discipelen van Jezus, die drie jaren lang met Hem hadden omgegaan, nog bevangen waren met de gansch verkeerde voorstelling, alsof Zijn Koninkrijk van deze wereld was. Herinnert u maar, hoe ze zelfs in de Paaschzaal, toen doodsgedachten de ziel van den Meester vervulden, met elkaar twistten over de vraag, wie toch wel de grootste van hen zijn zou in het koninkrigk van Christus.

Welnu, als die aardsche gedachten bij de discipelen van den Heiland nog zoozeer den boventoon voerden, wat dan te denken van de groote'menigte? Ze riepen wel: „Hosanna", maar 't is, omdat zij dachten van Jezus tijdelijk voordeel te kunnen gewinnen. Daarom was 't een gejubel om er bij te wemen, zoo weinig als de menschen er van begrepen. Vandaar dat de Heiland, die de harten doorgrondt en de geesten weegt, met een weenende ziel klaagt; „Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uwen dag, hetgeen tot uwen vrede dient. Maar nu is het verborgen voor uw oogen."

Zoo zien we het dan klaar uit deze woorden, dat ook deze huldiging is een deel van het lijdensprogram. Ja, de Heiland heeft hier beneden nooit anders dan lijden gekend. Van 't begin Zijner menschwording af, is Hij de Man van Smarten. De Hosanna's, ze gaan dan ook enkele dagen later reeds over in het „Kruist Hem, kruist Hem!"

De Heiland gaat naar Bethanië terug, als de intocht is afgeloopen. Hij weet wat Hem wacht, lijden, schriklijk lijden, maar Hij deinst er niet voor terug. Zijn goddelijke liefde zal Hij doorzetten tot op het kruis, tot in den dood, tot in het graf, tot in de verlatenheid van God, opdat Hij voor de gegevenen Zijns Vaders den blijden intocht zou verwerven in 't Jeruzalem, dat boven is. Achter Zijn lijden staat de verheerlijking, na Golgotha komt de Olijfberg.

Hoe staat ge tegenover dien Heiland? Brengt gij Hem de hulde uwer aanbidding ? Neutraliteit tegenover Jezus is ondenkbaar. Met dezen Jezus zal de mensch te rekenen hebben voor of tegen. O verschrikkelijk, als wij niet hebben leeren buigen onder Zijn genadescepter. En dat is zoo met ons, als wij Hem niet dienen met een oprecht hart. Zien wij wel toe, dat we ons niet tevreden stellen met een naam-Christendom. Dat is er genoeg in onze dagen. Een „ Hosanna"-geroep voor den „lieven" Jezus, maar waaraan het hart geen deel neemt, omdat het is onherboren. Velen denken vrienden van Jezus te zijn, hoewel ze zich nooit als Zijn vijanden leerden kennen. In den dag der dagen zullen er zijn die uitroepen: „Heere, Heere, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en groote krachten gedaan? " maar die toch zullen buitengeworpen worden. Zou er dan geen oorzaak zijn om onszelf maar nauw te onderzoeken? We hebben zulk een arglistig hart, dat we onszelf kunnen wijsmaken voor Jezus te zijn, terwijl we toch inderdaad tegen Hem zijn.

Hoe velen van dezelfde menschen, die bij den intocht in Jeruzalem jubelden: „Hosanna den Zone Davids", hebben enkele dagen daarna niet even hard geschreeuwd; „Kruist Hem, kruist Hem!"

Tot op den huldigen dag is het niet anders. Velen zijn er, die Jezus prijzen, Hem bewonderen, met Hem dweepen —dat wil zeggen: met den Jezus van hun verbeelding, maar die niets van Hem moeten hebben als Hij komt met Zijn eisch: „Sterf om te leven", want zij willen niet sterven en hun leven verliezen, om het uit Christus te vinden.

Met Christus verheerlijkt te worden, ach ja, wie wil het niet — maar om met Hem gekruisigd te worden, zie dat is wat anders. Daartegen bruist de vijandschap van ons menschelijk hart, dat wel den broeden weg wil, waarop het kan wandelen naar zijn lust, doch niet den smallen weg èn de enge poort, waarbij het met al het onze den dood ingaat.

En toch, daartoe moet het komen, eerst met Christus naar het kruis, daardoor gaat het naar de kroon. Zoo wordt het bij ons, als wij 't inzien, dat onze zonden den Heiland aan het kruis hebben gebracht. Dan sterft de oude mensch en wij klagen over verlorenheid en dood, maar die klaagtoon wordt dan omgezet in blijden jubel, als wij Jezus zien, zooals Hij Zich geopenbaard heeft in Zijn goddelijke liefde, dien Hij doorzette tot op het kruis, om ons te kronen met eeuwige glorie.

O, dan aanschouwen wij den Heiland, zooals Hij gekomen is, met Zijn bloed om ons los te koopen van het verderf en onze ziel jubelt: „Gezegend is Hij, die kwam in den Naam des Heeren, Hosanna den Zone Davids!"

Dat Hosanna sterft nooit geheel weg, maar zal blijven klinken alle hemelen door. 't Is 't Hosanna van de verloste gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's