Psalm LXXIX.
o God, de heidenen zijn gekomen; reeds keerden zij Uw Eigendom, Uw stad. Uw Tempel, ingenomen, tot rookende ruïnen om. Men strekt de lijken Uwer knechten voor 't krijschend roofgevogelte uit en werpt het vleesch van Uw gerechten het vraatziek roofdier tot een buit.
Als water wordt hun bloed vergoten, dat stroomwijs om den stadsmuur vliet. Ach, niemand die Uw gunstgenooten menschwaardig een begraafnis biedt! Wij zijn ten aanstoot onzer buren, de omgeving tot een hoon en spot. Hoe lang nog zal Uw gramschap duren, Uw ijver branden, groote God?
Laat over al de heidenhorden, die smaders van Uw Naam en eer, Uw toorngloed uitgegoten worden, omdat ze Uw Erf verwoesten, Heer'! Wisch uit de heugnis aan de dagen, waarin Uw volk U heeft gekrenkt en zij 't in gunstrijk welbehagen, dat Gij ons haastig redding schenkt!
God onzes heils, o, hoor ons smeeken: om de eer Uws Naams vergeef ons kwaad; gedoog niet, dat de heidnen spreken: „Waar is hun God, hun Toeverlaat? " Och, maak', door ons gebed bewogen, Uw wrake voor 't vergoten bloed van al Uw knechten voor onze oogen het leed, dat we ondervonden, goed!
Hoor naar de klachten des ellenden, die in zijn kerker smarten lijdt. Laat, Heere, Uw almacht uitkomst zenden aan wie ten doode zijn gewijd. Geef zevenvoudig aan den heiden den smaad, waarmee ze U smaadden, weer; maar wij, de schapen Uwer weiden, wij geven U voor eeuwig de eer.
1914.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's