De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON.

3 minuten leestijd

(Nadruk verboden.)

8) In 't licht der historie.

„Wij verwerpen den koning, ook dewijl hij, gezworen vijand der ware Religie en van Gods Woord, in geenerlei manier het bestuur des lands hebben wil dan op voorwaarde van het Rijk van Jezus Christus te kunnen uitroeien."

Dèt was het staatkundig beginsel van 1581. Maar twee eeuwen later was ons volk dronken van de leer der gewaande Volkssouvereiniteit; was de belijdenis van de Souvereiniteit des Heeren uitgeruild voor den droom der Rechten van den Mensch en den Burger; was de band, die het volk saamsnoerde met zijn Vorstenhuis bij Godes gratie, ontrafeld door de leer van het Contrat social; was het

Mijn schilt ende betrouwen Zijt Gij, o God, mijn Heer!

vervangen door de Fransehe levensspreuk van het

van het Ni Dieu! ni Maitre!

Op dien 'heilloozen weg werden partijschappen geboren in het gekibbel om de souvereiniteit; provincialistische veten, op de spits gedreven door Hollands weergalooze aanmatiging; een politiek van futlooze neutraliteit, gevoed door de zucht naar geld opstapelen ; en verwaarloozing van de bolwerken der nationale vrijheid. Leger en Vloot, de middeloorzaken, die ons een gemakkelijke prooi deden vallen aan het monster der Fransche Revolutie eerst en daarna aan de ijzeren vuist van een eerzuchtigen, gewetenloozen tyran.

Ter aarde neergedrukt, den soldatenlaars van een zelfgemaakten keizer op den slavennek, lag de Nederlandsche natie, omdat ze geweigerd had te erkennen de plaats, die Oranje onder de leiding Gods in onze historie verkregen had.

Of de Friesche Oranje's, tot hooger staat geklommen in het algemeen erfstadhouderschap dan één hunner voorgangers, wel de mannen waren om zulk een hoogen staat te voeren ?

Of zij bij de confessie van het geloof hunner Vaderen wel tevens de kracht des geloofs van den eersten en den derden Willem bezaten, en tot heil van den Staat wisten te maintineeren?

Het „licht der historie" geeft recht hier vraagteekens te stellen. Maar rechtvaardigheid gebiedt te erkennen, dat de beide laatste Oranje-stadhouders schandelijk zijn miskend geworden.

Is de schuld dier miskenning reeds ten volle beleden? Is zooveel mogelijk hersteld het grievend leed, dat den vijfden Willem is aangedaan ?

We rekenen het merkwaardig genoeg om hier over te nemen, wat ten vorigen jare, met het eeuwfeest der Onafhankelijkheid in het gezicht, een onzer Christelijke schoolbladen schreef:

jDes avonds om 10 uur 18 April 1806, werd het stoffelijk omhulsel (van Willem V) met koninklijke praal plechtig bijgezet in den grafkelder der Domkerk te Brunswijk.

Het ondankbare Vaderland vergat hem, de Brunswijkers hadden hem evenals de Engelschen liefgekregen en eerden hem ook in zijn dood.

Daar tusschen de trotsche Welfen rust hij tot op dezen dag; Nederland denkt er blijkbaar niet aan, om hem de plaats te geven, waarop hij recht heeft, in den grafkelder te Delft. Willem I werd van Berlijn naar Delft gevoerd na zijn dood. Willem George Frederik, des Stadhouders tweede zoon, in 1799 in Italië gesneuveld, is tot loon van zijn roemrijke dapperheid enkele jaren geleden daar bijgezet.

De vroeggestorven Pauline, dochter van Willem I, in den vreemde geboren, het kind, dat zoo weemoedige herinnering opwekt aan de rampen van het Oranje-huis, rust nu ook bij hare familie. Alleen Willem V slaapt vergeten voort te midden van een vreemden stam.

De tragiek zet zich voort, zelfs na zijn dood.

Dr. Strootman heeft in de N. R. Ct. van September zijn leedwezen daarover uitgesproken, zijn verontwaardiging geuit, dat men voor enkele „Pfennige" den nieuwsgierige de lijkkisten in den vorstelijken grafkelder te Brunswgk laat zien. Hij vond daar een eenvoudige mahoniehouten kist met de letters W. P. T. O. (de catalogus geeft zelfs niet het juiste nummer) en stond in weemoedige droomen verzonken daar eenige oogenblikken stil.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's