De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON.

4 minuten leestijd

(Nadruk verboden.)

10) In 't lioht der historie.

Neen, 'tis niet enkel humor I Daar is ernst, wezenlijke ernst in. Want zonder de hulpe van God liad, het dezen mannen het hoofd kunnen kosten. Wat zou de natie gedaan hebben? Zou zij zich in den nood tot verweer öm hen hebben geschaard?

Wat heeft de natie gedaan?

Niets!! De geschiedenis onzer vrijwording van de Fransche dwingelandij is een zoo geheel andere dan de historie onzer vrijmaking van het Spaansche juk. Welzeker — toen op de geruchten van Napoleons nederlaag bij Leipzig en de nadering der Kozakken en Pruisen, het Fransche garnizoen, door de Fransche Regeeringsambtenaren gevolgd, Amsterdam had verlaten, en het volk tot revolutie oversloeg, vormde zich uit de stedelijke notabelen een Voorloopig Bestuur, maar — dat uit vrees voor een mogelijken terugkeer der Franschen een onzijdige houding aannam en verbood de Oranjevlag uit te hangen.

't Waren niet die voorloopige bestuurders in de hoofdstad, maar het was het Driemanschap in Den Haag, dat besefte de noodzakelijkheid tot een zelfstandige daad te moeten komen, wilde Nederland niet aanstonds, van den Franschen adelaar bevrijd, als wingewest van Pruis en Kozak van Scylla op Charybdis vervallen. En 't scheen wel, of zij — de Drie mannen — het alléén waren, die zulks beseften.

Tot tweemalen toe riepen ze de regenten en oud-regenten, de vroegere „Koningen der Republiek" samen. Maar dezen deinsden terug voor de verantwoordelijkheid.

Toen grepen zij moed, moed des geloofs. En staken 't Oranje op de borst!

Dat was de „ééne kloeke daad", die onder Gods bestier „voor de zelfstandigheid van het herrezen Nederland een onberekenbaren zegen" werd.

En hoe verder?

De Souvereine Vorst kwam en werd gehuldigd !

Hij riep de vrijwilligers op om den dierbaren vaderlandschen bodem nu verder te bevrijden van het Fransche gebroed.

De Franschen moesten van den vloer. Maar de Nederlandsche natie liet Haar Vorst roepen en bleef toekijken.

't Was een kleine, maar schoone optocht, die op 17 Nov. 1913 te Rotterdam den intocht van den Souvereinen Vorst in 1813 in de herinnering terugriep. Maar 't trok bijzonderlijk de aandacht, dat de Prins er geëscorteerd was door vreemde troepen.

Eéne kloeke daad! En voor de rest... niets I Zóo staat het herstel onzer onafhankelijkheid thans voor ons „in het licht der historie." Is het niet duidelijk, dat het God is. God die als aller Opperkoning, de plaats bestemt van ieders woning. God Almachtig, die ook der Nederlandsche natie een plaats tot eigen woning heeft gegeven, die Neêrlands nationaal bestaan na de tijden der verkoeling weer heeft hersteld en hergeven tot een kostelijk nationaal bezit, een erfdeel Gods en der Vaad'ren ?

Een Patrimonium, zóo waard, dat tegen geweld van buiten en ontaarding van binnen ons lied moet blijven:

Zij zullen het niet hebben. Ons oude Nederland; Het bleef bij all' ellenden Gods en der Vaad'ren Pand.

Laat ons thans uit het licht der historie de les der historie lezen. De eeuw van onafhankelijk volksbestaan, waarop wij terugzien, heeft ons toch een ernstige les in te scherpen.

Waarom — zoo vroeg de Christen-historicus Mr. Groen van Prinsterer, met het oog op 1813 — waarom zou men niet een eeuw. tegemoet zien van ongekende rust en welvaart; een gulden eeuw als heerlijke vergoeding na zooveel smart en lijden!

Waarom niet? Omdat slechts één ding, doch juist het ééne noodige ontbrak.

Van Gods zijde was het herstel volkomen, gelijk alles wat Hij doet, volmaakt is, wijl Hijzelf, onze Vader in de hemelen, volmaakt is.

Maar van den kant van Neêrlands Koning en Volk was dat herstel niet volkomen.

Ja, men gruwde van de bloedige Fransche Revolutie. Men zou zich wel wachten ooit weer de Jacobijnen-muts zich om de slapen te plooien, opdat men nooit weer zich zou hebben te krommen onder den Napoleontischen scepter. Maar men keerde niet terug tot de Wet en het Getuigenis van den God der Vaderen.

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's