Psalm 128.
Welzalig moet hij wezen, die nooit iets liever had dan God den Heer' te vreezen, te wand'len op Zijn pad.
Gij zult den arbeid eten, door eigen hand gedaan; welzalig zult gij heeten; 't zal u voorspoedig gaan.
Uw huisvrouw zal ontluiken in 't binnenste vertrek, gelijk aan wingerdstruiken, ontwikklend stek op stek; uw zonen zullen bloeien rondom uws huizes disch, als jonge olijven groeien, aanlokkend malsch en frisch.
Zoo schenkt de Heer' Zijn zegen wie in Zijn vreeze leeft, wie wandelt in Zijn wegen en Gode de eere geeft. God moge u zegen geven uit Sion; wacht op Hem, zoo ziet gij al uw leven 't heil van Jerusalem.
Naar nooit beschaamd vertrouwen zult ge in uw grijsheid wel den zoon uws zoons aanschouwen. — Vrede over Israël!
1914.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's