De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

10) Een Bondspraatje.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

10) Een Bondspraatje.

6 minuten leestijd

Willem. Ik wil nog even voortgaan een en ander te citeeren uit het referaat van Prof. Visscher. „God en mijn recht" (in 1906 uitgegeven bij G. J. A. Ruys te Utrecht). Ik vervolg nog even op blz. 18 waar over de Synodale organisatie gesproken wordt:

, Die Organisatie heeft het levensproces niet kunnen dwingen. Onze dagen getuigen, dat het versplinteren der geesten doorgaat tot in het oneindige. En wat was het gevolg van dit alles, dan alleen dit eene, dat geen enkele groep méér geleden heeft van die doodende omklemming der organisatie, dan juist zij, die aan de belijdenis der vaderen vatthielden.

Immers, die organisatie heeft moeten te gemoet komen aan de roering in het volksleven. Langzaam maar zeker maakte zij de banden los. En telkens als dit geschiedde, ging er uit de ziel van Gods volk een klacht op, of wel het morde bij de ervaring van het geweld, dat daarmede aan de conscientie werd gedaan.

Maar zij konden het niet verhinderen, wijl zij zich als Kerk van Christus niet meer konden doen gelden. Te midden dier zich differentieerende massa leefde in hen nog wel het bewustzijn van één te zijn met de Kerk aller eeuwen, maar dat bewustzijn kon de massa niet meer overheerschen.

De Kerk Gods werd alzoo verdrukt.

Met haar werd niet meer gerekend, kon niet meer gerekend worden in dat kunstmatig saamgebonden genootschap, binnen welks mure het verdeelingsproces zich steeds meer ongetemperd doorzette.

Klein werd zq in aantal, klein vooral door gebrek aan invloed.

Want gelijk reeds werd opgemerkt, het karakter van dit moderne leven met zijn zin voor het oeconomische, moest de schare aftrekken van het bovenzinnelijke en een materialistischen geest oproepen. De zin voor het eeuwige verzwakte onder het volk. En gelijk overal won ook hier het irreligieuse, het godsdienstlooze in macht. Het is moeilijk te zeggen, of er vroeger meer of minder kinderen Gods waren dan thans, maar wat onwedersprekelijk moet geacht, is de daling van den invloed der religie op het volksleven.

In de volkskerk moest dat nawerken.

Steeds radicaler werd de ontkenning, steeds breeder de schare, die afgleed van het fundament onzer religie. En altijd méér moest de organisatie te gemoet komen aan die kerkelijke verwording, zoodat alle lijnen weggedoezdd werden.

Alles werd gemeten met de nevelachtige maat van geest en hoofdzaak, zoodat èn liberalisme èn modernisme en eindelijk het geestelgk nihilisme van sociaal-democratie, ja zelfs de anarchie een plaats moest hebben.

En laat ons wél begrijpen in een volkskerk, welke ook, kèn het niet anders toegaan. Zij moet de strengen losmaken en zij heeft ze losgemaakt.

En wij kunnen niet zeggen, dat naar Synodaal recht de vrijspraak van Dr. Bahler onrechtvaardig is. Geesten en hoofdzaken zijn ongrijpbare wezens. De individueele waardee ring maakt uit wat daaronder te verstaan zij.

Er worden er toegelaten, die de Heilige Schriftuur als het onfeilbare Woord Gods verwerpen, de eeuwige Godheid van Christus loochenen, van de persoonlijkheid des Heiligen Geestes niet willen weten en alzoo de Heilige Drievuldigheid ontkennen. Waarom zou hij dan moeten uitgeworpen worden, die Christus en Buddha op éen lijn stelt?

Het kwaad schuilt niet in de uitspraak van de meerderheid der Synode, maar in het feit, dat door deze Synodale organisatie de meest heterogene elementen tot kerkelijke samenleving worden gedwongen. En de Bahler-geschiedenis is niet anders dan het openbarsten van het gezwel, waarvan het bestaan voor niemand verborgen kon zijn.

Voor ons Gereformeerden echter is zulk een toestand onhoudbaar en zij het dan ook in mindere mate, ook voor endere orthodoxe partijen is die gedwongen samenleving een last, terwijl ook de modernen blijkens de separatie aan die zijde met haar niet gediend zijn.

Wij Gereformeerden staan voor de vraag, of dat agglomeraat, dat onder de Synodale organisatie huist, als geheel beschouwd nog Kerk Gods mag heeten. Leg den maatstaf der belijdenis aan en vraag naar de reine predikatie des Evangelies, naar de reine bediening der sacramenten, naar de tucht, naar de gehoorzaamheid aan het Woord.

Van zulk een vraag kunnen en mogen we ons niet met een sophisme afmaken zooals de confessioneelen. 

Dat de conscientie gereageerd heeft, blijkt uit de eene exodus na de andere. Duizendtallen van de beste mannen en vrouwen zijn uitgegaan. Niet uit revolutiezucht, niet omdat ze zoo gaarne gingen, maar omdat zij voor de groote meerderheid zich door hunne conscientie gedreven wisten.

En toch, wat heeft het alles gebaat?

Zij hebben duizenden achtergelaten, die inderdaad hunne broeders zijn in het geloof.

En als er wederom een exodus kwam, zou hetzelfde verschijnsel zich voordoen.

Het Kerkelijk vraagstuk is dan wel voor die uitgaanden, maar niet voor allen opgelost.

En broodnoodig is een finale oplossing, zulk een oplossing die niet slechts een deel, maar alle waar Gereformeerden de vrijheid geeft Gereformeerd te leven.

Wij worden daarin verhinderd, wiijl de Synodale organisatie, reageerend tegen het levensproces, saamsnoert wat niet saamhoort.

Om tot vrijheid te komen moet zij verdwijnen.

Te haren opzichte moeten wij vasthouden het fiere woord van Groen: „Gij hebt niet het recht de Gereformeerde Kerk, door een Kerkelijke organisatie, die haar oorsprong dankt aan den Staat, te dwingen tot het religieuse syncretisme, dat haar verwoest."

Wij hebben op te eischen de individueele rechten van allen en de historische rechten der Gereformeerde Kerk. En daarbij hebben wij in het oog te houden de hoofdlijnen door hem getrokken.

Wat hij eischte was: vrijheid en emancipatie der Kerk.

En hij bestreed die synodale organisatie als indruischend tegen de levensbeginselen en de historie der Kerk.

Dit is dus het eerste, dat we hebben vast te houden: dat we niet zullen streven naar een Staatskerk, in welken vorm ook.

Voor Friesch Chr. Historische idealen is er geen plaats in de werkelijkheid. Met illusies kan men slechts beschaamd worden. Het sociale leven is zoo geconstelleerd, dat er geen plaats meer is voor een Staatskerk in welke homoeopatische verdunning ook toegediend.

Als wij de vraag stellen, of de Staat nog iets van dien aard kan handhaven, dan gevoelt ieder, die niet in ijdele droomen, maar in de werkelijkheid leeft, dat het onmogelijk is."

( Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

10) Een Bondspraatje.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's