Uit de Pers,
In het Kerkblaadje (redactie Da. Meischke en Ds. Locher) lazen we onlangs het volgende:
„Onverdraagzaamhed".
In Franfort a/M sticht men een nieuwe Hoogeschool. Aan deze Hoogeschool nu mag geen faculteit der godgeleerdheid zijn. In de kringen der stichters beschouwt men den eisch van een, godgeleerde faculteit, van welke belijdenis ook, als onverdraagzaamheid. Wie meent, dat om het geheel der wetenschappen vol te maken, wetenschappelijk onderzoek noodig is van de Schrift, waaruit geslacht na geslacht heeft geleefd, een zoeken naar God, den Grond en aanvang aller dingen, die wordt daar als »onverdraagzaam« terzijde gesteld. Tegen alles moet men verdraagzaam zijn, God mag niet worden verdragen. Als die faculteit der godgeleerdheid er aan was toegevoegd, zouden tal van rijke schenkers hunne schenkingen hebben ingetrokken, de gemeenteraad zou zijn steun hebben ontzegd. Neen, dat wil men niet ; liever geen hoogeschool, dan eene hoogeschool, waarin aan de godgeleerdheid een plaats wordt ingeruimd, dan ten hoogste als aanhansel, als onderdeel der menschelijke wijsbegeerte. Het is schrikkelijk, die vijandschap tegen God en Zijn Woord terwijl men vóór alles verdraagzaam wil zijn.
Maar heeft de godgeleerde wetenschap, zooals ze tegenwoordig beoefend wordt, het er ook naar gemaakt? Men is begonnen met Gods Woord onder den menschelijke wetenschap te stellen ; menschelijke wetenschap voerde sinds lang den boventoon: de Schrift werd uiteengerafeld op eene wijze zooals men het deed met alle mogelijke boeken der oudheid; men verdiepte zich in allerlei letterkundige kleinigheden, zoodat weinig meer gesproken werd over den Goddelijken inhoud der Schrift, Van den mensch ging men uit; wie aan het Goddelijk gezag der Schrift durfde vasthouden, werd als onwetenschappelijk ter zijde gesteld, In de geloofsleer moest de menschelijke wijsbegeerte heerschen en bepalen, wat goed, wat verouderd was. O, men was zoo bang, zich te compromitteeren, achterlijk te schijnen. Men gaf toe, nog meer toe, altijd meer. En als loon voor allegedweeé kniebuigingen wordt die arme godgeleerdheid de deur uitgeschopt.
W. L.
***
In het Weekblad voor Vrije Hervormden lezen we het volgende «tukje van de hand van Dr. Niemeyer:
Het standpunt der zes inleiders.
Nu de beschrijvingsbrief voor de kerkelijke conferentie van 16 April door ons nog is ontvangen, en wij geen ruimte meer hebben, om de daarin opgenomen stellingen der verschillende sprekers af te drukken, willen we trachten, zoo kort mogelijk het standpunt aan te geven, waarop de sprekers over het eerste punt zich hebben gesteld.
Van onszelf kunnen wij daarbij zwijgen, omdat wij onze stellingen reeds hebben bekend gemaakt.
Dr. Bleeker wijst op dè gevaren en nadeden voor Kerk en godsdienst, welke zullen voortkomen uit de wijzigingen, die de uiterste rechterzijde der orthodoxie wenschelijk acht.
Ds. de Buck wenscht de proponentsformule onveranderd te laten, en de belijdenisvragen zóó te wijzigen, dat van alle bepaalde formuleering der vragen wordt afgezien.
Ds, J, Eringa wenscht proponentsformule en belijdenisvragen zoodanig te wijzigen, dat alle dubbelzinnigheid wordt vermeden, en er een voldoend contact bestaat met de Formulieren van eenheid.
Ds. M. van Grieken acht het een zaak van waarheid en recht, dat de proponentsformule wordt verscherpt, en de belijdenisvragen zóó worden gesteld en het gebruik daarvan zóó wordt omschreven, dat duidelijk uitkomt, dat de Kerk een belijdende is (formulieren van eenheid) en prijs stelt op de eenheid der Kerk.
Ds. A. J. A. Vermeer acht het niet wenschelijk, in de proponentsformule en de belijdenisvragen wijziging te brengen.
In het Kerkblaadje, onder redactie van Ds. Meischke lezen we van de hand van den vasten medewerker Dr. J. 0. S. Locher te Waspik het volgende stukje:
De vergadering van 16 April.
In ons vorig nummer hebben we reeds medegedeeld, dat er een verzoek is gericht tot het moderamen der vergadering om de behandeling van het tweede punt uittestellen tot den avond of den volgenden dag.
De behandeling van het eerste punt, de vraag of het noodig is wijziging aan te brengen in de proponentsformule en de belijdenisvragen, raakt de levensbelangen der Kerk,
Het is zeker ook van groot belang daarover te denken, hoe we hen bereiken, die van de Kerk zijn ontvreemd. Maar wat baat het, of we al uitgegaan zijn op de straten en wijken der stad, op de wegen en heggen, of het ons gelukt is ze weder te doen aanzitten en de Kerk heeft hun nog slechts steenen voor brood te geven?
Juist omdat het ons te doen is om het waarachtige leven, is het ons te doen om de leer, om het Woord, waarbij een mensch leeft!
En wat zal er van nadere gedachte-wisseling terecht komen daarover, wanneer wij eerst zes referenten gehoord hebben, aan wie elk twintig minuten gegund is, en er moet pauze zijn, en dan nog het tweede punt met verschillende sprekersen discussie daarover?
Als het moderamen niet den schijn op zich wil nemen van eene werkelijke discussie te smoren, dan zal zij wel op dat belangrijk verzoek moeten ingaan! Het verblijf is natuurlijk wat langer en kostbaarder; maar 't is toch de moeite waard, waar er zulke dingen aan de orde gesteld worden.
Zal de vergadering iets uitwerken? Dat ligt in de hand des Heeren. Ze kan geen besluit nemen, die bindend zijn voor de Kerk, maar ze kan gelegenheid geven tot uiting aan hetgeen er in de Kerk leeft, gewenscht, gevoeld wordt. De nood der Kerk ligge ons aan ons hart. Mogen er gebeden oprijzen tot den Heere, den Bruidegom der Kerk, Hij gedenke onzer ellende, en handele niet met ons naar onze zonden, maar zie ons genadig aan in Christus Jeius,
Wij onderschrijven gaarne wat Dr. Locher hier weergeeft: , wat baat het ons als wede menschen al in onze Herv. Kerk hebben of brengen, wanneer de Kerk hun steenen voor brood geeft.
Juist omdat het ons te doen is om het waarachtige leven, is het ons te doen om de leer, om het Woord, waarbij een mensch leven kan."
Daarom strijden wij ook voor een Gereformeerde Kerkl
Onze Courant, het anti-revolutionaire orgaan van Overijsel en Drenthe, schreef dezer dagen:
Er buiten.
»De Kerk er buiten !"
Zooals men weet, is dat een van de meest bekende wiegezangen, waarmee de vrijzinnigheid een halve eeuw, en langer, ons christenvolk achter haar vaandel lokt.
Gij moogt orthodox zijn.
Ja, gereformeerd als Bogerman
Miils ge uw belijdenis, met uw kussen en psalmboek, in de Kerk achterlaat en daarbuiten de vrijzinnige cocarde op uw hoed steekt.
Dan zal alles wél gaan.
Gij zult de vrijzinnige leerstellingen op politiek terrein den vrijen loop laten en de vrijzinnigheid zal van uw kerk en religie afblijven en u op dèit terrein niets in den weg leggen, .
Het komt zoo falikant uit!
Van Thorbeckes "Armenwet", over Kappeijnis «Schoolwet», tot nu Treubs «Ouderdomswet* toe, loopt door de historie eenzelfde roode draad van kerk-en godsdiensthaat,
Thorbecke wilde de diakoniën onder de opperhoogheid van den Staat brengen, Kappeijne wilde het zaad der Kerk van God en godsdienst vervreemden. En nu Treub weer, vat den draad van Thorbecke op en tracht door zijn «uitsluiting der bedeelden* de kerkelijke armenzorg te bezwaren en het orthodoxe volksdeel, dat 's jaars zijn millioenen aan zijn armen offert, met schorpioenen te kastijden.
De «bedeelden* sluit hij uit. Die krijgen hun twee pop niet. Voor hen moet de kerk maar blijven zorgen, ook al heeft ze behaive de arme oudjes nog zooveel armoede en ellende van zwakken en zieken, weduwen en weezen te lenigen.
En de leden der kerk, die eerst naar 't bevel van Christus, behoorlijk in hun zak hebben getast om vrijwillig hun eigen armen te steunen worden daarna nogmaals gedrongen om in hun belastingen zooveel méér te betalen, dat de niet-bedeelde oudjes óok aan hun twee gulden kunnen geholpen worden!
Precies hetzelfde onrecht van dubbelbetalen, dat we nu op schoolgebied bezig zijn, na zestigjarigen strijd te overwinnen, wil Treub nu op het gebied der Armenzorg weer over ons brengen.
«De Kerk er buiten* ... Weet ge, wat dit zegt?
Dat ze door de vrijzinnigheid buiten de poort van het gemeene recht gesloten wordt en als een verstooten bijwijf in de woestijn dolen mag.
Zóo moet ze er buiten. Naar de wet van Treub!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's