Uit het kerkelijk leven.
De Vergadering van 16 April.
Met dank aan den Heere kunnen we schrijven: onze indruk van deze groote Kerkelijke Vergadering in den Haag gehouden in de Groote, Kerk is onverdeeld gunstig.
De Heere heeft alles wèl gemaakt.
Wat waren er niet al tegenstrijdige meeningen omtrent die reuzen-samenkomst, door de Synode in den Haag saamgeroepen.
Wat waren er niet al donker-droeve profetieën geuit, mondeling en schriftelijk.
En ziet, wat is alles rustig en ordelijk gegaan en wat is de kracht van ons beginsel, dat naar Gods Woord is, gevoeld, terwijl de ledigheid van het modernisme door vriend en vijand werd verkondigd.
De modernen mochten willen dat deze Vergadering niet hadde plaats gehad. En als nu allen die zich éen voelden en éen toonden den 16en April, staande op het éenig fundament Jezus Christus, gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking, den ernst der tijden bewust blijven en zich ook verder in beginsel en hoofdzaak éen blijven gevoelen, dan hebben we goede hope, dat er voor onze Ned. Herv. Kerk een nieuw tijdperk aanstaande is, voor land en volk tot een milden zegen, onder de gunste des Heeren, — die ons niet vergelde naar onze zonden en ons niet straffe naar ome overtredingen, maar die ons genadiglijk in een weg van verootmoediging terugbrenge tot Zijn Woord en Getuigenis!
Wat is het een onschatbaar voorrecht, om Jezus Christus te mogen belijden als Zaligmaker en Koning.
Hij regeere ons rechtvaardig, wijs en zacht en doe ons naar Zijne goedheid recht op onze klacht!
Een kostelijk woord.
De Voorzitter van de Synode, Ds. Leenmans van Harlingen, die als praeses van de Kerkelijke Vergadering optrad, — en zijn taak uitnemend vervuld heeft — heeft in den aanvang een kostelijk woord gesproken.
Hij zei toch: „Wij wenschen geen oogenblik te vergeten, dat wij voorgangers en medeopzieners zijn in een Kerk, gebouwd op het fundament der apostelen en profeten waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is."
Dat was kalm, waardig, verstandig en ernstig gezegd waar het in onze Herv. Kerk om gaat en meer en meer om gaan moet. Het is altijd aangenaam zoo iets te hooren. Maar het te mogen hooren uit den mond van den president der Synode is bizonder aangenaam.
We hebben wel eens andere tiijden beleefd!
Modern en Modern.
Op de Vergadering van 16 April spraken twee inleiders, die van moderne richting waren: Dr. Niemeyer van Bolsward en Dr. Bleeker van Dronrijp, De eerste heet oudmodern, de tweede wordt gerekend tot de z.g.n. malcontenten. Men zegt, dat die malcontenten wat gemoedelijker zijn en zéér aantrekken door hun ernstige, religieuse aspiraties, terwijl de oud-moderuen meer echt-modern zijn, meer intellectualistisch, meer ontkennend, meer levend in eigen kracht en bij eigen voortreffelij kheid.
Wat daar van waar is weten we niet.
Wel weten we, dat Dr. Bleeker meer op klompen kwam dan Dr. Niemeyer, die zich een paar vilten pantoffels had laten aanmeten. We vermoeden dat Dr. Bleeker z'n klompen heeft aangehouden, heel den dag, hoewel we het niet bewijzen kunnen, want na het uitspreken van z'n referaat, heeft hij niet meer 't woord gevoerd.
Dr. Niemeyer heeft die warme, zachte pantoffeltjes evenwel niet den geheelen dag gedragen. Die extra-ordinaire gelegenheidsdingetjes kan men ook eigenlijk alleen maar zoo nu en dan eens aantrekken. En dan maar voor een klein poosje. Dan moeten ze weer in de kast, anders zijn ze zoo gauw versleten.
Dr. Niemeyer kwam dan ook 's middags op klompen.
En dat stond hem niet kwaad.
Een echte moderne moet maar als een echte moderne uit den hoek komen.
Dat is veel eerlijker.
En voor eerlijke menschen hebben we achting.
Veel meer dan voor die menschjes die liefjes komen aantrippelen op zacht vilten pantoflfeltjes — die alleen oude dametjes met een pieperig stemmetje staan.
„Hier strijkt en plooit men."
In "Wereldlenté", weekblad tot bevordering van de moderne-godsdienstige beginselen, schrijft de redacteur Ds. G. de Leeuw, predt. te Oud-Karspel (classis Alkmaar) over „de Groote Vergadering" en toornt dan geweldig tegen zijn mede-strijder Dr. Niemeyer. De stellingen van Dr. Niemeyer staan hem niet aan. Eigenlijk staat heel de manier van optreden van Dr. Niemeyer hem niet aan en hij vindt de houding van het Weekblad van vrijzinnige Hervormden laf.
Laten we Ds. de Leeuw zelf het woord geven, hij kan ons dat beter vertellen dan wij 't doen.
Hij schrijft dan:
Niet als zou de houding van Dr. Niemeyer en de zijnen ons ook maar in 't allerminst hebben teleurgesteld. Voor wie met eenige aandacht las wat wij schreven over «Belangen en Beginselen* en over "Kerk en Genootschap" is het duidelijk, dat wij geen oogenblik iets anders hadden verwacht, Zelfs voelt een mensch zich onwillekeurig een beetje gevleid, als zijne verwachting in de uitkomst bevestiging vindt. Maar dat neemt niet weg het onsmakelijke, ja weerzinwekkende van het nooit nagelaten pogen, om de twee tegenstrijdige Beginselen, die wij het negatieve en het positieve hebben genoemd, beiden van dienst te zijn. In alle grootere of kleinere Blaadjes, die in den laatsten tijd ons onder de oogen kwamen, stuitten we tot vervelens toe op de Stellingen, die Dr. Niemeyer verdedigen zal. Ba, wat een gegoochel met woorden! Wat een karakterloos geknoei! Wij bevelen het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden een nieuw embleem aan. »Hier strijkt en plooit mens zij voortaan de leus van zijn uithangbord. »Den Orthodoxen wil ik Orthodox, den "Vrijzinnigend wil ik «Vrijzinnig* zijn; ja, allen wil ik alles zijn, opdat ik mijn aandeel aan de fondsen, gebouwen en goederen der Nederl. Hervormde Kerk toch vooral maar niet verliezen zou.«
De heer Dr. Schokking schreef in de Zondagsbode voor Noord-Holland, dat naar zijne verwachting ook Satan op 't appèl zal zijn in den Haag. Maar, zoo troost hij zich: Wanneer de tucht des Heiligen Geestes er is, zal een modern man als Dr. Niemeyer het niet wagen met zijn leugens aan te komen, en zwart wit en wit zwart te noemen. Dan zal elk eerlijk en kerkelijk nog niet verpolitiekte moderne de eerste zijn, om tegen zulk leugenachtig gedoe, toegepast tot zelfbehoud, te protesteeren.
De heer Niemeyer tracht zich met wat goedkoope spotternij af te maken van dit ernstig woord. »De heer S.« zoo schertst hij, »is blijkbaar van Satan een goede bekende. »Deze schijnt hem reeds te hebben medegedeeld, op welke wijze hij werken zal.« Wij voor ons zouden de uitdrukkingswijze van Dr. Schokking natuurlijk niet bezigen. Het oud-Persische dualisme heeft voor ons afgedaan. Maar met den geest van het door Dr. Schokking gezegde kunnen wij ons ten volle vereenigen. Wij kunnen ons levendig voorstellen, dat de lezing der Stellingen, die Dr. Niemeyer verdedigen zal, op een man als Dr. Schokking, den indruk van het daemonische maakt. En zijne verwachting zal niet ijdel zijn, dat wij, niet-kerkelijkverpolitiekte Modernen ons ernstig protest zullen doen hooren tegen dat onwaar en onwaardig gedoe.«
Het devies voor , het Weekblad voor de Vrijzinnig Hervormden" zal dus, volgens Ds. de Leeuw moeten zijn "hier strijkt en plooit men."
En in heel het optreden en spreken van Dr. Niemeyer ziet hij een goochelen met woorden om zijn aandeel aan de kerkelijke fondsen niet te verliezen.
't Is verpletterend als door een modern man zoo iets gezegd kan worden I
Niet gelukkig.
De correspondent van de N. Rott. Courant heeft den indruk ontvangen op de Haagsche Vergadering dat de klove tusschen orthodoxen en modernen diep gaat.
Hij wanhoopt blijkbaar aan de mogelijkheid, dat die twee groepen in de Herv. Kerk bij elkaar zullen kunnen blijven.
En waar Dr. Niemeyer van Bolsward een poging deed om het middel aan de hand te doen dat hiertoe dienen kon, daar moet de N. Rott. C. antwoorden: „kunnen twee zoo weinig tezamen hoorende groepen blijven samenleven in hetzelfde Kerkgenootschap ? En zoo ja, op welke formule?
De door dr. Niemeyer voorgestelde belijdenis vragen dunken ons niet bizonder gelukkig geformuleerd."
Nu, dat dachten we ook.
Hierin zijn we het roerend eens met de N. Rott. Courant.
. *
Eerbied voor Jezus.
„Wij hebben óok eerbied voor Jezus" — zei Dr. Niemeyer in zgn laatste woord.
„En wij gelooven óok, dat er wel sommige menschen door Hem tot God gekomen zijn."
Hoe vindt ge zoo'n uitspraak?
Is het een christen niet onbetamelijk zulks te zeggen?
Sommigen door Jezus tot God gekomen.
De anderen, de meesten dus buiten Jezus om.
Uit zich zelf. Zonder Jezus.
Maar.... die dat zeggen zijn geen christenen meer!
Zeg zelf: mogen zij die Jezus niet noodig hebben, zich naar Hem noemen? Immers neen!
Een huisgezin.
Ds. de Buck, — „evangelisch" genaamd, hoewel niet sprekend naar het Evangelie, — zei op de Kerkelijke Conferentie van 16 April: de Kerk is 't best te vergelijken met een huisgezin.
Prachtig! — overigens niets nieuws.
Maar eilieve: staat er in de Schrift niet ergens dat een huis niet tegen zich zelf verdeeld mag zijn?
Dat hoorden we van hem niet.
En dat wierp tegelijk heel z'n redeneering onderstboven.
Neen — geen Christus-belijders en Christusverwerpers.
Kinderen die het Hoofd des Gezins niet erkennen, n.l. Jezus Christus het Hoofd Zijner Gemeente, behooren zich aan Hem te onderwerpen of — henen te gaan. ,
Om de wille van ons volk!
„Laat ons, modernen, in de Herv. Kerk, we hebben elkander noodig, we vallen elkander aan en wanneer we blijven in de Herv. Kerk dan zal dit ons volk tot voordeel zijn, daar anders ons volk nog méér wegzinkt in onverschilligheid en godsdienstloosheid."
Zoo ongeveer was de ernstige smeekbede van Dr. Bleeker van Dronrijp.
„Hoe? " — zoo vroeg een van de debaters, , , hoe? trekken de modernen dan het volk en zullen zij ons volk bewaren voor onverschilligheid en godsdienstloosheid?
En ik dacht, dat, waar een moderne prediking is, de Kerk overal leeg staat, de onverschilligheid toeneemt, het socialisme en anarchisme wordt voorbereid en allerlei ellende over de gemeente komt? "
Wij voelen veel voor die woorden van dien debater.
Als er een adres te teekenen is zijn er zéér veel moderne-handteekeningen altijd. Maar als er een moderne domine is zijn er geen kerkgangers.
En heel dikwijls neemt de verwildering, de wereldzin, de godsdienstloosheid in die gemeenten ziender oogen toe!
We waren 2den Paaschdag nog in de gelegenheid te kerken in een moderne gemeente waar toen een rechtzinnige prediker optrad — en terwijl er anders bijna geen mensch in de Kerk is, wanneer de moderne leer verkondigd wordt, was nu het Kerkgebouw zóo vol, dat er geen muis meer in kon.
Wat hebben de modernen toch véél op hun geweten, waar ze zich overal opdringen en waar overal de Kerk door hen wordt afgebroken.
Véél, véél, veel meer Nederlanders kwamen in de Ned. Herv. Kerk indien overal de Christus der Schriften werd verkondigd.
Dan kwamen er voor de 10 die dèn zouden wegblijven zeker 50 terug.
Zou dat niet tot heil voor ons volk zijn?
Gods Woord en de belijdenis.
Wéér is ons gevraagd: of wij de belijdenis boven Gods Woord willen eeren.
En wéér is door ons geantwoord: neen! Wij hebben een belijdenis.
Of liever onze Kerk heeft een belijdenis.
Die belijdenis zijn we van harte toegedaan.
Die belijdenis dient ieder Hervormde aan te nemen en te belijden.
En in die belijdenis staat, dat steeds Gods Woord boven die belijdenis staat en, mocht er in de belijdenis iets zijn, dat niet overeenkomstig dat Woord is, dat dit dan naar luid van Gods Woord veranderd moet worden.
Daar zijn we het hartelijk mee eens.
We beginnen dus met de belijdenis onzer Kerk aan te nemen.
Natuurlijk! — daarom zijn we Hervormd. En als dan de Kerk weer haar Kerkelijke vergaderingen terug heeft, dan wil de Kerk - alles wat, naar uitwijzen van Gods Woord tegen die belijdenis aangevoerd wordt, geduldig aanhooren, ernstig bespreken, nauwkeurig aan de schrift toetsen — om daarna als Kerk te beslissen of de belijdenis dient gehandhaafd te blijven zooals ze is, of veranderd naar uitwijzen van Gods Woord.
Wordt ze niet veranderd, dan is dat omdat men het bezwaar tegen haar ingebracht niet naar Gods Woord acht.
En dus dan toont men Gods Woord het hoogste gezag toe te kennen door niet te veranderen.
Maar mocht men het bezwaar tegen de belijdenis ingebracht, naar Gods Woord achten te zijn, dan wordt ook de belijdenis veranderd ! En dus toont men dan Gods Woord te eeren, door wêl te veranderen.
Steeds Gods Woord boven al!
Alleen — we beginnen met de belijdenis der Kerk, waartoe we behooren, te erkennen en te gehoorzamen en we blijven roepen oin het herstel van onze Kerkelijke vergaderingen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's