De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON.

4 minuten leestijd

(Nadruk verboden.)

13) In 't licht der historie.

Maar van ouds hebben wij beleden, dat Gods wil voor ons te kennen zij uit twee bronnen: de natuur en de Schriftuur.

De laatste, de Openbaring van Gods wezen en wegen, nu zegt ons duidelijk genoeg, dat het God is, die de menschheid schiep, ja, maar later — 't zij toegegeven uit oorzake en ter beteugeling der zonde — maar toch naar Zijn almachtig bestel, die menschheid in volken, in zelfstandige natiën indeelde, elk met zijn eigen toal en elk haar eigen woonplaats aanwees. Dien volkeren, ên afzonderiijk én gegroepeerd, een eigen taak gaf voor het Koninkrijk der Eeuwigheid. Wij denken slechts aan den profetischen zegen ên vloek van Noach over zijne zonen.

God dus stichtte de volkeren; dat leert ons de Schrift. En de natuur, de andere bron der Godskennis, bij deze vraag vóór ons tredend in de historie van ons land, heeft ons reeds gezegd, dat Hij onze natie vormde haar het Huis der Oranje's tot Overheid gaf.

Is dit niet voldoende om ons te doordringen van den plicht, zooveel onze krachten toelaten, te handhaven wat de Heere wrocht? Te handhaven, tot zoolang Hij ons door Zijn wereldbestuur doet verstaan, dat Hij het anders wil, zoo Hij andermaal ons nationaal bestaan zou willen vernietigen ? Maar zoolang dat niet blijkt en het is nog niet gebleken, dat zegt ons 1813 — zouden wij dan reeds bij voorbaat zóó mogen beslissen?

Neen, volk van Nederland, de God uwer Vaderen heeft u tot een natie gemaakt. Hij wees u dit plekske ter woning, gij hebt uw nationaal bestaan en uw nationalen grond te handhaven, zoolang gij kunt.

Wilt ge 't nog uit een ander oogpunt?

Daar is vaak heel veel, daar werd tijdens en in verband met den Balkankrijg weer zeer veel gefantaseerd op de profetieën des Bijbels. Laat ons bekennen, dat we er nog bitter weinig van weten te exegetiseeren. Maar dit is toch wel duidelijk, dat we thans leven, niet meer in den tijd der wereldrijken van Nebukadnezar's beeld, maar in de dagen, waarin de God des hemels bezig is het Koninkrijk der eeuwigheid te verwekken, dat al de koninkrijken der aarde vermalen zal.

Van die ure, waarop dat proces zijn eind­ punt gaat bereiken in het wereldgericht, weet niemand, heeft ons Christus gezegd.

Welnu, dan staat het ook vast, dat, zoolang die ure niet verschijnt, het goddelijke plicht der volken is, zich te handhaven op die plaats, waarop God hen riep.

Elk met zijn bijzondere taak.

Een oud man, een veelgeliefd dienstknecht Gods, legde voor eenige jaren een ernstige vraag aan de conscientie van ons Nederlandsche volk:

Of het niet kon wezen, dat God ons kleine Nederland in de bange worsteling tusschen het rijk der duisternis en het Koninkrijk van den Zoon des Lichts, die straks aan 't eind der wereldgeschiedenis gaat aanbreken, bestemd had om te zijn het Pella, de vluchtheuvel voor de Kerke Gods.

Ziende wat God werkt in ons vaderland in onderscheiding bij andere volken, is er inderdaad veel voor zulk een gedachte te zeggen. Maar laat ons dan onder Christenen niet langer twijfelen aan onze goddelijke roeping voor Volk en Vaderland.

Een andere vraag: Of het bij de ontwikkeling onzer Christelijke cultuur toch wel bestaanbaar is den onmenschelijken oorlog te handhaven door de instandhouding van leger en vloot en de voortgaande versterking der weermiddelen? Of het niet Christen-en menschenplicht is, van nu af „geen man en geen cent" meer ter beschikking te stellen en zoodoende den wreeden oorlog van de aarde te bannen?

We gaan hierby de antimilitairistische propaganda van Socialisme en Anarchie verachtelijk voorbij. Partijen, die schuldig staan aan de uitvoering of de verdediging van politieke sluipmoorden; mannen, die voor de nietigste partij voordeeltjes bij elke gunstige gelegenheid de logge volksmassa ophitsen, tot er bloed stroomt, moeten ons niet met huichelachtig gelaat komen spreken van de ellenden van den oorlog.

En als ze ons dan, naar het voorbeeld van Tolstoy, aan boord komen met de bergrede van den Christus, dan verontrusten ze ons niet, noch maken ons wankelmoedig, want wij weten, dat de Bergredenaar Zijn leer van het „niet-wederstaan" slechts heeft gesproken ter veroordeeling onzer booze lusten tot persoonlijke wraakneming, nimmer bedoeld als verbod tot handhaving — desnoods met het zwaard — der gerechtigheid en der .heilige orde."

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's