Uit de Pers.
In de Zondagsbode voor Noord-Holland — een blad waar al de rechtzinnige predikanten van N.-Holland boven 't IJ in schrijven — zegt Ds. J. O. V. van Bemmel van Beverwijk (vroeger modern doch nu rechtzinnig) van de Haagsche Vergadering o.a.
«Ontroering omving de schare, toen daar naast de Getuigenis: «De Heer is waarlijk opgestaan!» de echt-ouderwetsche moderne negatie klonk, decenniën geleden haar hoogste triomfen vierende, «Jezus de Nazareensche timmermanszoon was de schoone, ja de verhevenste mensch!«
Nu hebben ze het gehoord al de ambtsdragers, komende uit de uithoeken van Nederlands provinciën, waar alles is pais en vree, waar men hoogstens zoetekens kibbelt over futiliteiten, dat zich verheft in de Ned. Herv. Kerk een stemme van den Antichrist: «Neem weg! neem weg den Christus naar de Schriften.»
Dit is zeker allereerst het groote belang van deze bijeenkomst: er zijn oogen geopend en er zijn ooren geopend voor de machtige beweging in de Hervormde Kerk, die zich verbergende onder het «in geest en hoofdzaak» ide zaak Christin, ondermijnt.
Als tweede les van de Haagsche vergadering hebben we geleerd, zegt Ds. van Bemmel:
«O, het klonk zoo edel van een predikant, dat hij de deur van den kansel openliet, letterlijk en overdrachtelijk. Maar diezelfde predikant sluit dan toch maar in eigen gemeente het kanseldeurtje voor de moderne «broederen.«
En het is héél makkelijk te adviseeren: «onthouding», »rust« — maar de Heere laat het Ezechiël ook niet op een accoordje gooien met de valsche herders, om het volk en het land maar rustig te dóen blijven; want alzoo zegt de Heere Heere: «Ik zal Mijne schapen uit hunnen mond rukken, zoodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn! Op eene goede weide zal Ik ze weiden!»
Neen! geen tusschenman. Niet goochelen met woorden. Geen schipperen meer in de Herv. Kerk! Geen evenredige vertegenwoordiging! Voer of tegen den Christus! Heelemaal beslist.
Zie, dit is in de tweede plaats het groote belang van deze bijeenkomst».
Vervolgens schrijft Ds. van Bemmel:
«De Kerk is geene vereeniging maar eene goddelijke instelling.
De Herv. Kerk is niet een soort Christelijke Sociteit; geen dispuutgezelschap, waar iedereen gelijk berechtigd zieleervaringen op tafel brengt; geen soort Woodbrookers-conferentie van dominees en leeken. De Herv. Kerk heeft haar fundament in de Belijdenis.
Aannemen of verwerpen der Belijdenis beslist over de wettigheid van langer verblijf in Christi Kerk.
Geen beroep op de wetten doet de grondwet te niet.
Laat iedereen, die niet thuis behoort in de Belijdende Kerk, naar andere Kerkgenootschappen gaan. Daar kan hij frank en vrij »ja« zeggen op allerlei vragen conform met z'n zieleervaringen. Hij behoeft dan niet meer het snoeimes genaamd «in geest en hoofdzaak» te hanteeren om vragen te besnoeien, waar hij eigenlijk «neen» op moet antwoorden.»
In de laatste plaats, zoo gaat de schrijver voort heeft, de Haagsche vergadering ons duidelijk gemaakt, dat ernu gehandeld moet worden. „Wie 't leven berghen wil, die berg het in der haest" zeggen we met Gijsbrecht van Amstel.
„'tis" — zoo zegt Ds. V. B.,
«'t Is geen tijd meer van moties, bijeenkomsten, vergaderingen etc.
De ure voor daden is gekomen.
Sommigen zeggen:16 April is mislukt; pLm. f 10.000 is in het water gegooid!
Laat ons erkennen dat nu voor het laatst vernomen is, dat het huis der Herv. Kerk verdeeld is tegen zich zelf.
Gebeurt er nu weer niets; blijft de Hoogeerwaarde Synode bewaren een diep stilzwijgen, dan scheurt de Kerk uiteen
Dan zal deze eerste en laatste bijeenkomst mede onvruchtbaar wezen en mislukt — wat de Heere God verhoede!
Wat De Heraut over de Haagsche vergadering van 16 April schrijft nemen we voor een gedeelte hier over:
«De groote vergadering, die de Synode der Hervormde Kerk te 's-Gravenhage bijeenriep en die door meer dan tweeduizend ambtsdragers moet zijn bijgewoond, behoort ongetwijfeld tot de meest belangrijke feiten uit het kerkelijk leven van onze dagen. Het is daarom wel te begrijpen, dat de pers, ook al werd ze van deze vergadering geweerd, zich druk met deze vergadering bezig heeft gehouden. Niet alleen de kerkelijke, maar ook de politieke Pers, zelfs Roomsche bladen spraken hun.oordeel over deze vergadering uit, en zelfs een blad als de Groene Amsterdammer, dat overigens weinig notitie neemt van wat op kerkelijk gebied voorvalt, wijdde aan deze vergadering een geheel artikel".
Nadat De Heraut dan betoogd heeft waarin de beteekenis van deze vergadering niet te zoeken is, volgt dan:
«Maar wel schuilt, naar het ons voorkomt, de groote beteekenis dezer Haagsche samenkomst in twee dingen.
Vooreerst hierin, dat uit deze vergadering in zoo sterke mate bleek, hoe de belijdenis-quaestie weer met alle kracht op den voorgrond treedt. Het mag na de Doleantie een tijdlang geschenen hebben, alsof door uitbanning en uitdrijving van de meest besliste Calvinistische elementen de belijdenis-quaestie nu voor goed gedood en begraven was, maar nauwelijks een kwart eeuw later staat ze uit haar graf weer op, beheerscht ze weer heel den kerkelijken toestand en is ze opnieuw het middelpunt van aller gedachten geworden. Wat aan deze vergadering, door de Hervormde Synode saamgeroepen, zulk een aantrekkingskracht schonk, dat meer dan tweeduizend ambtsdragers uit [alle deelen van het land naar 's-Gravenhage stoomden en deze vergadering tot een unicum in het kerkelijk leven maakte, was, dat op het program de belijdenis-quaestie de eerste plaats innam. Zoodra de belijdenis-quaestie afgehandeld was, slonk het gehoor en was er nauwelijks belangstelling meer.
Dat feit nu geeft ongetwijfeld hoop voor de toekomst. Van een Kerk, waar men voor de belijdenisquaestie niets meer voelt, maar de geest van tolerantie alle dogmatische geschillen wegdoezelt, waar het volk is ingeslapen en een stilte heerscht als op een kerkhof, is weinig meer te wachten. Maar een kerk, waar de belijdenis-quaestie zoo de harten nog in beroering kan brengen, is nog niet «levende gestorven". Reeds in zooverre is deze vergadering een moedgevend teeken, maar nog meer omdat de reorganisatie-quaestie, al kwam ze nu en dan nog even om den hoek gluren, ditmaal toch niet door de Gereformeerde broederen tot inzet van den strijd gemaakt werd. Naar het ons voorkomt, is het altoos een fout geweest van de Confessioneelen, dat door hen de strijd geconcentreerd werd op de reorganisatie. De reorganisatie is geen leuze, die het hart van het Gereformeerde volk ooit warm kan maken; bovendien kan ook een moderne en ethische zeer goed voor een reorganisatie der Kerk wezen, zonder daarom iets te voelen voor het Geretormeerde ideaal van een presbyteriaal geregeerde Kerk. En zuivere partijindeeling geeft deze leuze niet. Daarom verblijden we er ons in, dat de belijdenis-quaestie, die op den achtergrond was geschoven, nu weer in het middelpunt van den kerkelijken strijd is gekomen te staan. Daardoor draagt deze strijd een veel hooger karakter; komt er weer bezieling en gloed onder het Gereformeerde volk en wordt ook de scheidslijn weer zuiverder getrokken tusschen wat principieel niet bij elkaar hoort.
En niet minder-zijn we in de tweede plaats dankbaar voor deze vergadering, omdat daardoor aan onze Gereformeerde broeders in de Hervormde Kerk de gelegenheid is geschonken, zoo kloek en beslist getuigenis af te leggen van hun geloof. Het verschil, dat anders nog wel eens tusschen de Confessioneelen en de voorstanders van den Gereformeerden Bond tot haken en oogen aanleiding geeft, viel hier weg. Saam staande tegenover modernen en ethischen, werd de, diepere eenheid van beginsel weer gevoeld, en zoowel. Ds. Eringa als Ds. van Grieken hebben in de toelichting hunner stellingen met bezieling en heiligen gloed getuigd voor de noodzakelijkheid, dat de Kerk haar geloof in Christus zal belijden en deze belijdenis ook zal handhaven tegenover het ongeloof. Ook de andere predikanten, die op de vergadering aan de zijde dezer woordvoerders stonden hebben hun beginsel kloek beleden en met kracht gehandhaafd. Het lijdt dan ook geen twijfel, dat niet de moderne groep, die onder de schoonschijnende leuze, dat het geloof een zaak is van ieders hart, maar niet van de Kerk als geheel, en daarom feitelijk de Kerk aan persoonlijke willekeur wilden prijs geven; en dat evenmin de ethische groep, die halfslachtig als ze altoos is, even bevreesd was de Kerk te doen springen door de belijdenis beslister te handhaven, als de Kerk haar Christelijk karakter te ontnemen, door elke belijdenis af te schaffen en die daarom voor behoud van de bestaande formule pleitte, maar de Gereformeerde groep, die kloek en rond voor het belijdend karakter der Kerk uitkwam, de zedelijke overwinning heeft behaald. Zoo machtig was de indruk van het door hen gesprokene, dat zelfs moderne predikanten getuigen kwamen, dat ze thans hadden ingezien, hoe onwaar hun positie in de Hervormde Kerk was, en openlijk uitspraken, dat ze, wilden ze eerlijk wezen, de Hervormde Kerk hadden te verlaten.
Welke gevolgen deze vergadering voor de Hervormde Kerk hebben zal, is niet te voorspellen. Maar het teekent toch, dat de altoos zoo voorzichtige Mr. J. Schokking in de Gereformeerde Kerk deze ernstige waarschuwing aan de Synode doet hooren:
»Het op deze vergadering gesprokene is gehoord, gehoord ook door de leden van de Synode en aan het diepgaande verschil, thans in een kerkelijke vergadering openbaar geworden, zal moeilijk kunnen worden voorbijgegaan.
lndien dit toch gebeurt, dan zal het, naar wij vreezen, vroeger of later noodwendig tot ontbinding leiden. Maar het kan ook wezen, dat thans de noodzakelijkheid is gevoeld voor de roeping om het niet slechts uit te spreken, maar ook toe te zien, dat de Kerk als Christelijke Kerk den Naam des Heeren belijde".
Het laatste hopen ook wij van harte. Niets zou ons liever zijn, dan wanneer de Hervormde Kerk weer deze heilige roeping besefte en in daden omzette. Maar indien de Synode naar deze roepstem niet luistert en feitelijk de leervrijheid blijft handhaven, dan verblijdt het ons, dat ook een man als Mr. Schokking het toch uitspreekt, dat noodwendig de ontbinding der Kerk zal moeten volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's