De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

Dood, waar is uw prikkel? hel waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus. 1 Cor. 15:55—57.

De dood verslonden tot overwinning.

't Is een verrukkelijk gezicht wanneer de wind het graanveld zacht in beweging brengt en de zon hare goudgele stralen over den akker uitgiet, 't Is dan een groote zee gelijk, .waar het goudgolvend koren rusteloos zioh beweegt over de lengte en de breedte.

En het is een blijde stond wanneer de landman den sikkel mag slaan in het graan, 't Is een dag des gejuichs wanneer het rijke koren in de schuren wordt ingedragen, de aren gevuld met dertig, zestig of honderd korrels.

Maar — dat geschiedt slechts op éene voorwaarde.

Als het zaad dat gezaaid is, is gestorven in de donkere aarde. Want wanneer het graan niet sterjt in de aarde komt er ook geen uitspruitsel, geen aar, geen vrucht.

0! wat zal het een blijde stond zijn, een dag des gejuichs, wanneer in den grooten dag der dagen de sikkel van den grooten Landman zal geslagen worden in het graan en de kinderen Gods van den akker des tijds zullen worden binnengebracht in de eeuwige schuren hier boven. Wat zal er dan een gejuich opgaan, van groot en klein en wat zal die groote schare, die niemand tellen kan, met hemelsche klanken groot maken den Heere, die Zijn volk genadig was.

Grootelijk zal dan de Heiland zich verheugen in het midden van Zijn Sion. Dat is toch de stond waarnaar Hij verlangd heeft in de bedeeling dezer tijden. Dat is de vreugd. Hem voorgesteld van eeuwigheid, waarnaar Hij zelfs het kruis heeft willen dragen en de schande heeft veracht.

Alles, alles heeft Hij op Zich willen nemen, om dat te kunnen bewerken, dat gansch Sion zou worden binnengebracht in den hemel der heerlijkheid. Maar... het heeft Hem het leven gekost. Hij moest daarom in den dood ingaan.

Hij moest vernederd worden, in het donkere graf worden bijgezet. En daar, in Zijn dood, ligt hun verlossing, hun zaligheid, hun leven.

Daar spruit het heil uit van Sion. Daar groent de aar, daar rijpt de vrucht. En het leven is aangebracht, het leven blijft tot in eeuwigheid, om uitgedeeld te worden aan allen die gelooven.

Onder de macht des doods ligt een ieder. Door de zonde is dat alzoo geworden. En de zonde, die door gegaan is tot alle vleesch, brengt den dood als bezoldiging over alles wat leeft en zondigde tegen God.

Geen vleesch is vrij. Geen vleesch kan het houden tegen den dood. Het is den mensch gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Niemand leeft er, of hij zal den slaap des doods eenmaal slapen, om dan te vallen in de handen des hemelschen Rechters.

O! dat is zoo vreeselijk, dat de dood heerscht over alles; arm en rijk, jong en oud.

En.... die dood heeft een oorzaak. Die dood is zóo maar niet gekomen; en die dood maait zóo maar niet aller leven af.

Neen, die dood wordt óok gezonden. Die dood moet komen. Die dood wordt voortgedreven van huis tot huis en van geslacht tot geslacht.

Een groote drijver staat achter dien dood, om den dood voort te jagen, zonder ruste, van stad tot stad en van dorp tot dorp; van mensch tot mensch. En die drijver is de zonde.

„De prikkel nu des doods is de zonde". Dat wil zeggen: de mensch heeft gezondigd ' en nu komt de zonde vragen om den dood des menschen.

De zonde heeft den mensch in z'n macht; de mensch is de zonde tot een buit geworden. En nu is de eisch der zonde over een ieder: deze zal sterven!

O! dat is zoo vreeselijk, dat er een oorzaak 'en een drijver achter den dood zit.

Daarom kan de dood ook nooit ontloopen worden. Daarom is het sterven zelve zoo vreeselijk. Want 't is om der zonde wil.

En die zonde staat zoo sterk tegenover den mensch. De mensch kan maar niet zeggen: ik heb geen zonde. De mensch kan maar niet zeggen: mijn zonden zijn niet vele en zij beteekenen zoo weinig.

Want de kracht van de zonde is de wet.

De zonde brengt er een mee, die haar getuige zal zijn. Die haar recht op een ieder zal verdedigen. Die bewijzen zal, dat zij recht heeft om den dood van een iegelijk te eischen en den dood tot een ieder uit te zenden.

En die der zonde vergezelt en de zoude zoo sterkt in haar zware eischen tegenover ieder is de wet, de wet Gods; de wet die geestelijk is; de wet die ieder den mond stopt; de wet die alle vleesch voor God verdoemelijk maakt.

O! neem die drie: de dood — de zonde — de wet. En ziet, dan is aller oordeel bepaald. Dan is aller vonnis geteekend. Tegenover die drie staande is het uitgemaakt: vleesch en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven.

Neen, de verschrikking van den dood is maar niet weg te nemen door een bloemenkleed en de beteekenis van het graf is niet teniete te maken met een groenen palmtak.

De dood is er om der zonde wil; en de zonde vindt haar kracht ten doode in de wet.

En zóo zal ieder die sterft, sterven om der zonde wil en de zonde zal zijn eeuwig doemvonnis zeker maken, naar het woord van de wet: die tegen mij zondigt is vervloekt.

Maar immers dan is het onmogelijk, dat ooit iemand uit de macht dés doods verlost wordt; dan is het onmogelijk dat ooit iemand zal vrij komen van het oordeel Gods, dat rechtvaardig is. Want tegenover een ieder komt de zonde als aanklaagster en de wet is als bewijs des doods waardig te zijn.

Wie staat niet schuldig tegenover de wet ? Die in éen van de geboden gestruikeld heeft staat schuldig aan dlle geboden. En waar is de man, waar is de vrouw die slechts in éen gebod schuldig staat?

Of is de wet niet geestelijk en zijn wij niet allen onbekwaam tot eenig goed ongeneigd tot alle kwaad ? Zijn we niet allen melaatsch en gansch onrein?

En dan gaat Paulus tegenover den dood staan en zegt: „de dood is verslonden tot overwinning."

Dat wil zeggen: waar de mensch het verliezen moet tegenover den dood, daar is de dood te niete gemaakt voor Gods volk. Waar ieder mensch de overwonneling is van den dood, daar mag Sion zeggen: de dood heeft over mij geen macht.

En alsof Paulus den dood en de hel tarten wil, roept hij triomfantelijk uit: „dood, waar is uw prikkel ? hel, waar is uw overwinning ? "

En juist daar ligt de oplossing. Zeker, de dood komt nog wel over de geloovigen en de hel ontsluit hare deuren om alle vleesch te ontvangen tot eeuwige verderfenis met smart.

Maar de dood zal de geloovigen, allen te zamen en ieder hunner persoonlijk, moeten loslaten en de hel zal ze niet ontvangen, omdat voor Sion de zonde is weggedaan en aan de wet betaald is, door Jezus Christus hunnen Heere.

Jezus Christus is tot zonde gerekend geworden voor hen; Hij heeft voor hen gehoorzaamheid aan de wet betaald, tot het laatste oogenblik zijns levens toe.

En nu is, omdat Hij tot zonde gerekend is, en voor de zonde betaald heeft tot in den dood, ja, tot in den dood des kruises — nu is de kracht en de macht aan den dood ont rukt; — en als de dood Gods kinderen wegmaait, moet het graf ze aan den Heere teruggeven, die ze zal brengen in de eeuwige heerlijkheid.

Ja, Paulus mag het zien in den geloove, dat Jezus, die, dood geweest is maar nu leeft, alle de Zijnen wacht aan de overzijde van het graf, om hen toe te roepen, terwijl de hemeldeur opengaat: Komt in, gij gezegendon Mijns Vaders en beërft'het Koninkrijk Gods, dat voor u is weggelegd van vóór de grondlegging der wereld.

Neen, Gods kind heeft niets in te brengen als de dood komt tot verderfenis.

Want de zonde snoert hem den mond.

De wet maakt hem verdoemelijk voor God. Maar te mogen weten, dat de prikkel aan den dood ontrukt is en dat aan de hel de buit is ontworsteld door Hem die voor de zonde betaald heeft en in alles aan de wet in gehoorzaamheid heeft betaald, ziet, dat doet de hope levendig worden en dat komt het geloof wekken en sterken, om, ziende op den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, de zaligheid te verwachten, die zal worden uitgedeeld om niet aan gansch Sion.

O! als de dood dan wordt voortgedreven door de zonde; als de zonde aller doodvonnis bekend maakt en de voltrekking ervan eischt; als dan de wet alle vleesch verdoemelijk maakt en aller mond komt stoppen — weten wij dan reeds dat de zonde voor óns is weggedaan in Christus en weten wij dan reeds dat aan de wet in alles gehoorzaamheid is bewezen door den Borg, óok voor ons?

Dat is toch het éenige middel om van den dood bevrijd te worden en op te staan tot de beërving van het eeuwige leven.

Want de dood is de bezoldiging der zonde en de straf der zonde is het eeuwig oordeel — maar het eeuwige leven is door Jezus Christus verworven voor een gansch verloren volk, om in die zaligheid te deelen tot roem van Gods genade.

O! dat onze ziele dan maar kennis mag hebben aan Hem, die is gestorven voor onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dan is de dood verslonden tot overwinning. Waarbij Sion hier en in de eeuwigheid niet anders weet dan te juichen tot roem en prijs van Hem, Die tot zonde gemaakt is en aan de wet heeft voldaan, zeggende: „Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's