De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Mr. van der Brugghen en Groen

Mr. J. de Wilde vestigt in de antirevolutionaire Nieuwe Haagsche Courant er de aandacht op, hoe op de vergadering van Chr. Volksonderwijs, de onderwijsvereeniging aan wier hoofd dr. de Visser staat, bij sommigen eene neiging viel te bespeuren om Groen van Prinsterer te doen dalen en mr. van der Brugghen te doen rijzen. Hij schrijft daarvan:

Van der Brugghen zou dan geweest zijn de man met den breeden blik. Niet Groen's, maar v. d. Brugghen's ideaal was voor verwezenlijking vatbaar. Van der Br., de voorstander der vrijheid, Groen, hopend op de hervorming der Staatsschool. Hoe staat het hier nu mede?

Zonder twijfel bepleitte v. d. Brugghen de vrijheid van onderwijs en wenschte hij zelfs subsidieering van het onderwijs in de schoolwet geregeld te hebben. Maar tegelijkertijd maakte hij de openbare school tot de valschelijk genaamde neutrale school, die wij nu ' kennen 'en bracht hij door de handhaving der woorden : opleiding tot alle maatschappelijke en Christelijke deugden, verwarring.

Practisch kwam wat v. d. Brugghen in 1857 deed, hierop neer, dat de Nederlandsche jeugd aan godsdienstloos onderwijs werd overgeleverd.

Groen daarentegen streed voor splitsing der openbare school naar de gezindheden, hopende op die wijze aan een zeer groot aantal kinderen positief Christelijk onderwijs te kunnen verschaffen. Het was er hem om te doen de jeugd te behouden, en van een verwaterd Christendom wilde hij.niet weten.

Toen echter de Schoolwet van 1857 eenmaal was aangenomen, heeft Groen, ziende dat van den kant der openbare school geen heil meer te wachten was, zijn kracht gezocht in de vrije school, die aan heel de natie diende gegeven te worden. Die leuze is door onze beste voormannen overgenomen, en zie, nu tellen wij reeds meer dan 1100 vrije Chr. scholen.

Is dit nu aan v. d. Brugghen of aan Groen te danken ?

Wie de historie geen geweld wil aandoen antwoordt: Natuurlijk aan Groen. Die heeft de eerste kiemen gelegd, welke tot zoo heerlijke ontwikkeling zijn gekomen.

Het grofste clericalisme.

Prof. Mr. O. P.. D. Fabius schrijft in zijn „Studiën en Schetsen" het volgende onder den titel , het clericalisme der vrijzinnigheid" :

"Voor een predikant kan het heel aangenaam zijn in niets gebonden te wezen, wat aangaat hetgeen hij van den kansel zal verkondigen; in de catechisatie leeren; aan de huizen spreken.

Maar in eene Kerk is toch ook nog zoo iets van een gemeente. Voor welke zoodanige vrijheid minder aangenaam is.

In gemeenten met een zeer groot aantal predikanten moge zich het bezwaar iets minder doen gevoelen. Maar dergelijke gemeenten zijn uitzondering. Men handelt dus practisch met die buiten rekening te laten.

En dan komt toch leervrijheid van den predikant, gelijk reeds Groen van Prinsterer schreef, op hoordwang voor de gemeente neer.

Ja, zij is eigenlijk het meest krasse clericalisme, waarbij alle recht der gemeente ondergeschikt wordt aan het inzicht van den predikant.

Verandert deze, gevestigd in eene gemeente met slechts éen predikant, eenigszins principieel-van overtuiging, dan verliest feitelijk een deel, wellicht het grootste deel der gemeente den predikant. Voor haar is de toestand, als ware de gemeente herderloos. Neen, erger nog, want de predikant houdt de plaats bezet.

Het is toch weL der aandacht waardig, hoe dat eleriealisme, door de vrijzinnigheid gewoonlijk in bescherming genomen, onder tal van predikanten wordt beschouwd als tot hunne positie te behooren.

Voor vele jaren zag ik in een Bijbel van een predikant heel wat doorgehaald in een der formulieren; ik meen in het doopformulier. Hij voegde mij echter toe, dat hij reeds meer daarvan las; ook een deel van wat vroeger was geschrapt; wijl hij zich daarmee allengs beter had kunnen vereenigen.

De gemeente kreeg dus van het formulier kortweg te hooren wat de predikant beaamde.

Nog onlangs kon men in de bladen lezen, dat een predikant bij de bevestiging van kerkéraadsleden eenvoudig de door de kerk gestelde vragen met éene had vermeerderd.

Zoo heeft een predikant het in zijne macht uit den kerkeraad te weren, dien hij daarin niet wenscht.

Zoodanig clericalisme, dergelijk rechteloosheid van de gemeente tegenover den predikant is toch voor normaal werkende hersenen moeielijk te verduwen.

Ja, zulk een ongerijmd clericalisme heeft men zelfs in de Roomsche kerk niet.

Daar is niet elke pastoor oppermachtig ten aanzien van wat hij leeren zal.

Het grofste clericalisme vindt men aan vrijzinnigen kant."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's