Staat en Maatschappij.
De „nieuwe" vrienden.
De Ned. Herv. Kerk, althans dat gedeelte van hare ambtsdragers en leden die door hun politiek optreden partij kiezen voor de concentratie en daarmede het aanblijven van het vorig kabinet onmogelijk maakten, beleeft van hare palstaanders aan de linkerzijde niet veel pleizier.
ln de eerste plaats bleek dit weer bij gelegenheid van de behandeling der Stuwadoorswet, toen bij artikel 10, waarin de Zondagsarbeid van de bootwerkers geregeld wordt, het adres der Algemeene Synode aan de orde kwam.
In dat adres, zoo zal men zich herinneren, werd Regeering en Kamer verzocht een eind te maken aan den overmatigen arbeid op Zondag, waardoor het betreurenswaardig feit zich voordeed, dat zóó vele bewoners — gelijk het in dit adres heette — van den Hoek van Holland (om zich tot dit onderdeel van de gemeente Rotterdam te bepalen) op den dag des Heeren tot arbeid werden verplicht, dat slechts een klein gedeelte der Gemeente in staat was de godsdienstoefeningen bij te wonen en den Zondag te heiligen.
De Algemeene Synode, die deze gewichtige zaak eerbiedig en ernstig in de welwillende overweging van Minister Treub aanbeval, kreeg èn van den Minister èn van de Kamer nul op haar verzoek. Geen enkel lid der linkerzijde stemde voor het amendement der rechterzijde, dat ten doel had om tot beperking van den Zondagsarbeid te geraken, integendeel een der voormannen van de palstaandersbeweging tijdens de verkiezingen van het vorig jaar, Prof. Dr. Eerdmans, verklaarde notabene dat de omvang van den Zondagsarbeid niet veel te beteekenen had.
Niet minder vriendelijk betoonden de steunpilaren van de Ned. Herv. Kerk zich bij de beraadslaging over de vraag of aan enkele Gemeenten van de Ned. Herv. Kerk in de Mijnstreek de subsidies mochten behouden die zij sinds 1909 ten behoeve van de geestelijke belangen van arbeiders bij de Staatsmijnen reeds genoten.
Minister Talma had in dat jaar in overeenstemming met hetgeen in Limburg bij particuliere mijnen gebruikelijk is, subsidie verleend, ter tegemoetkoming in de kosten van de geestelijke verzorging der arbeiders. Het bedrag van deze subsidie was gesteld op f 1 'sjaars per arbeider.
In verband nu met de omstandigheid dat Minister Treub van meening was dat deze uitgaaf aan de goedkeuring der Staten-Generaal behoorde te worden onderworpen, had hij in een suppletoire begrooting van zijn departement .een artikel opgenomen voor een verhooging der post met f 1. Natuurlijk om daarmede eene principieele beslissing der Kamer uit te lokken, om, wanneer deze beslissing in gunstigen zin uitviel, dan de subsidie op den ouden voet voor 1914 uit te keeren.
Voor de gelegenheid om hare sympathie voor de Ned. Herv. Kerk uit te drukken en de kleine Limburgsche gemeenten met eene geringe bijdrage te steunen, bedankte de linkerzijde echter vriendelijk. Zij stemde in haar geheel tegen de stemmen der rechterijde het artikel af.
Voor de Ned. Herv. Kerk in het algemeen en de gemeente Sittard, wier voorganger als warm strijder naast Mr. van de Laar het vorig Kabinet bestookte en welke gemeente een van de gegadigden is voor de rijkssubsidie, in het bijzonder, om zich over de daden der nieuwe „vrienden" in de concentratie te verheugen.
De vrijzinnige zegsman.
De vrijzinnige pers weet in den laatsten tijd heel wat nieuwtjes uit het intieme leven van de coalitie-partijen mede te deelen. Het heet daarbij, dat de berichten van goed ingelichte zijde afkomstig zijn en dat ze, om de juistheid van de mededeelingen boven alle verdenking te stellen, van zegslieden zijn die tot de politieke partij behooren, waaromtrent men het een en ander aan de groote klok heeft Ie hangen. Natuurlijk vinden zulke praatjes, want meer zijn ze in de meeste gevallen niet, een gereed oor, terwijl ze voor het groote publiek de hoogste wijsheid spreken.
Nu mogen die verhalen, als zij over de politiek loopen, zoo opgedischt kunnen worden dat zij den buitenstaander nog niet zoo geheel onwaarschijnlijk toelijken, maar als de berichten over het kerkelijk leven gaan, zijn ze vaak zoo potsierlijk, dat er uit blijkt hoe weinig notie de vrijzinnige heeren eigenijk hebben van hetgeen in het kerkelijk leven omgaat. Zij loopen bij zulk een gelegenheid et hun zegslieden dan eens recht in de gaten. Dit bleek weer onlangs in een artikel in Het Vaderland, het orgaan waarin de kopstukken
der liberale partij hun licht dagelijks laten schijnen. De redactie had het over de reden die er toe geleid moet hebben, dat bij de laatste predikants-vacatures in Amsterdam in een der open plaatsen Dr. de Visser niet zou zijn beroepen geworden. Daarover schreef zij:
Wat het niet-slagen van zijne (Dr. de Visser's) candidatuur voor predikant in Amsterdam betreft, deelde onze zegsman (die fameuse kerel) ons mede, dat dit een gevolg is van de ontstemming aldaar over het feit, dat, toen het synodale besluit de combinatie predikant-Kamerlid onmogelijk maakte,; hij niet als Dr. Schokking voor het predikantschap heeft geopteerd.
De zegsman van Het Vaderland heeft de reden wel diep gezocht. Toch lijkt deze niet de juiste. De eenige reden, die tot de nietberoeping van Dr. de Visser leidde, ligt vlak. voor de hand. Zij is deze: dat Dr. de Visser de ethische richting is toegedaan, terwijl de meerderheid van het Kiescollege te Amsterdam in confessioneelen zin beroept. Ziedaar de oplossing van het raadsel. Ze is nog al eenvoudig. Dat we bij dit geval even stilstaan, was om duidelijk te maken welke waarde te hechten is aan de vertelsels van de zegslieden uit redactiekringen van de vrijzinnige pers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's