De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

3 minuten leestijd

De klachten houden aan.

Het kabinet-Cort van der Linden begint bij velen teleurstelling te wekken. Het moge al zijn dat enkele daden van den kabinets­ formateur met sympathie zijn begroet, toch kunnen deze de w«inige ingenomenheid niet vergoeden, die het gevolg is van de wijze waarop het geheele ministerie zijne taak als zoodanig opvat.

De klachten blijven dan ook niet uit.

Eerst werd de zwakke positie van den Minister van Koloniën onder handen genomen; daarna kwam de weifelende houding van het hoofd van het Marine-departement inzake de verdediging van Indië de gemoederen van hen, die de groote gevaren zien, waaraan onze koloniën blootstaan, ontstemmen; voorts bleek dat de bewindsman, die over 's lands financiën gaat, met zijne belastingplannen geen vertrouwen wekte; en ten slotte maakte de Minister van Landbouw, op wiens wetgevend talent veler hoop aan de linkerzijde was gesteld, zulk een pover figuur, dat zijne naaste politieke vrienden zich haast gaan schamen hem tot één der hunnen te moeten rekenen.

Dit laatste bleek nog weer bij gelegenheid ran de behandeling van de Stuwadoorswet. Het ontwerp, dat Ier bestrijding van de misstanden onder de bootwerkers door Minister Talma was ingediend, werd door Minister Treub zóo gewijzigd, dat het eigenlijk alleen de vrij-liberalen kon bevredigen. Een der sociaal-democraten moest zelfs verklaren, dat hetgeen na de wijziging overbleef, niets meer was dan een „naakt geraamte."

Er viel bij den vrijzinnig-democratischen Minister geen zweem te bekennen van medelijden met den bootwerker in het stuwadoorsbedrijf, zoo b.v. ten aanzien van den overmatigen arbeidstijd, als ten aanzien van den velen Zondagsarbeid, welke in dat bedrijf nog altijd aan de orde van den dag is, althans de Minister stond tegenover elk ingrijpend voorstel, dat verbetering in den toestand kon brengen, , beslist vijandig.

Voor de concentratie, die voor het aanblijven van het kabinet zekere verantwoordelijkheid draagt, is deze gang van zaken zeker niet verblijdend.

Weer toegestaan.

In 1912, toen de meerderheid van den Raad in Rotterdam rechts was, besloot hij op voorstel van een der rechtsche leden om het houden van muziekoptochten op Zondag, die meermalen voor politieke reclame dienden, te verbieden.

Sindsdien gelukte het aan de vrijzinnigen de meerderheid te verplaatsen. En nauwelijks geschiedde dit, of van liberale z, de kwam het voorstel om artikel 13 der gemeentelijke verordening op de straatpolitie te wijzigen en het houden van optochten met muziek op Zondag weer toe te staan.

Met 21 tegen 18 stemmen nam het liberaalsocialistische blok links tegen rechts het voorstel aan.

Zoo eerbiedigt de vrijzinnigheid de godsdienstige gevoelens van andersdenkenden.

Waar blijft hier het religieus bewustzijn van de liberalen, die daarvan bij de verkiezingen vaak zoo hoog opgeven?

De argumenten, die de voorstanders van optochten ter motiveering van hun voorstel aanvoerden, waren gronden van billijkheid, het herstellen van geschonden recht, het opheffen van het verbod van iets, waarop een groot gedeelte van de burgerij gesteld is enz. enz., allerlei gelegenheidsargumenten, maar, dat een ander groot gedeelte der burgerij bij regels het rondtrekken van optochten met muziek elke op Zondag geërgerd wordt, daaraan storen de vrijzinnigen zich niet. Zij zijn te verlicht, en daarom mogen zij aan de bekrompen neigingen van het niet-denkend gedeelte der natie niet toegeven.

En zoo zal de bevolking van Rotterdam des Zondags weer kunnen genieten van het­geen de vrijzinnigheid voor de volksopvoeding wenschelijk acht.

Jammer, dat nog zoowelen die de Ohristelijke levensbeschouwing zijn toegedaan, zich door de vrijzinnigen laten verschalken.

Hoe gansch anders kon het zijn als men schouder aan schouder stond tegenover hen die de geboden des Heeren tegenstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's