De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

9 minuten leestijd

Wonderlijke dingen.

Op' de Haagsche vergadering heeft zeker de halve kerkelijke wereld zich geërgerd aan het spreken van Ds. van Noort, secretaris van Chr. volksonderwijs, voorzitter van het Nederl. Jongelingsverbond enz. enz., toen hij — waar het pas gaf om juist andersom te getuigen — met allerlei aardigheden doorspekt een rede hield getiteld „de geopende deur." Hoe iemand als Ds. van Noort zoo iets kon doen, waar de deuren van de Herv Kerk openstaan voor een ieder — socialist, anarchist, Boeddhist, spiritist, enz. enz., is voor velen, ook na zijn verklarend woord in „de Nederlander" nog een raadsel. En nu komt waarlijk een tweede verrassing op dit terrein.

Door tal van predikanten is een adres aan de Synode gericht inhoudende het verzoek om de prop. formule te wijzigen. En wel zóo te wijzigen, dat duidelijker zal uitkomen dat het Evangelie van Jezus Christus en dien gekruisigd moet worden gepredikt.

Ons dunkt — daar moest ieder orthodox mensch vóór zijn. Want er wordt toch zoo schandelijk misbruik gemaakt in onze Herv. Kerk van de vrijheid die nu bestaat! Ieder weet dat.

Maar wat doen nu de Amsterdamsche predikanten Schuller tot Peursum, Barger, Lammerts van Bueren, de Sopper en Engelberts? Die gaan een tegen-Adres aan de Synode opstellen en die gaan vragen om alles toch te laten zooals het is — voor welk tegen-Adres zij handteekeningen in den lande zoeken te verzamelen.

Wie kan zulks nu van orthodoxe predikanten begrijpen? Wie kan het nu verstaan van mannen als Dr. Barger, voorzitter van de Ned. Zondagsschool-vereeniging; van Ds. Lammerts van Bueren, bestuurslid van Chr. Volksonderwijs ?

Wordt de Christus Gods dan niet gehoond in het midden van onze kerk? Wordt de waarheid Gods niet tot leugen gemaakt? Wordt het huis Gods niet jammerlijk verdeeld en verscheurd, waar alle wind van leer wordt toegelaten en geduld ? Weet men dan niet dat zielen worden misleid? Dat de fondamenten der kerk worden omgestooten? Is dat in Amsterdam niet bekend? En voelt men daar niet, dat de kerk toch iets dom moet in deze; dat het niet mag worden geduld, dat openlijk misbruik gemaakt wordt van de bestaande vrijheid?

Men schijnt daar in Amsterdam onder genoemde predikanten niets van te voelen.

En inplaats dat ze dan rustig aan God overgeven wat er worden zal van het goedbedoelde pogen van anderen, gaan ze een tegen-Adres opstellen en handteekèningen daarvoor verzamelen in de lande, om toch, zoo mogelijk, een kleine wijziging van de prop. formule ten goede, vooral maar tegen te houden en te verhinderen.

Wat ze dan doen op een wijze, die gemakkelijk misverstand wekken kan.

Immers spreken ze van een adres dat in den Amsterdamschen Kerkeraad is besproken en aangenomen — terwijl de vergadering , zéer onvoltallig" was.

Dat kan zoo iets van den indruk geven , dat er maar net genoeg leden wareu; dat het voorstel er haastig doorgejaagd is en dat het. maar nauwelijks een meerderheid kon halen."

En van dit alles is ongeveer niets waar. Want was de vergadering eerst onvoltallig

(Maandag 16 Juni), den volgenden Maandag waren er ruim 40 kerkeraadsledeh aanwezig (ook o.a. de predikanten Barger en de Sopper) — en op die 2de vergadering is het voorstel aangenomen met algemeene stemmen op 7 na!

Dus men is in 't geheel niet overhaastig te werk gegaan; men heeft rustig de eerste vergadering verdaagd; men heeft op de 2e vergadering, toen alle kerkeraadsleden wisten wat er aan de orde was, de zaak rustig besproken en aan de tegenstanders ruim gelegenheid gegeven hun bezwaren uit te spreken — met het resultaat dat het voorstel toen aangenomen werd door bijna geheel de vergadering.

Wat zegt men nu van een dergelijke voorstelling van de 5 Amsterdamsehe predikanten Schuller lot Peursum, Barger, Lainmerls van Bueren, en de Sopper en Engelberts?

Wij hopen, dat men ze stil met z'n vijfen zal laten tobben.

Met z'n vijfen — want dat de Duitsohe predikant K. Bahr het tegen-Adres mede onderteekende laten we maar liever geheel buiten beschouwing!

Modern bedrog.

Men zal zich herinneren, dat we kort geleden schreven over de oneerlijkheid der modernen, die veelszins allerlei bekende termen gebruiken en er niets van meenen, Het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden dat met ons geen rekening meer houden wil, maar toch bijna elke week over ons schrijft, was er aanstonds bij om ons allerlei lieflijke veiwijten naar het hoofd te slingeren, waaraan we reeds gewoon zijn geraakt.

We waren natuurlijk weer aan 't liegen geweest en we hadden natuurlijk voor de zooveelste maal weer eens bewezen gekrenkt te zijn in onze hersenen enz. enz.

Nu is 't wel aardig even op te merken, dat een moderne collega n.l. Ds. de Leeuw in Wereldlente, het voor ons opneemt, ons wat de zaak zelve betreft in 't gelijk stelt en zijn stukje over „orthodoxe termen" aldus besluit:

„Wanneer het ook bij vroegere oneenigheden tusschen het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden en De Waarheidsvriend soms gestaan heeft als thans, dan kon het met de onkunde en de onoprechtheid van laatstgenoemde wel eens minder ongunstig gesteld zijn, dan men ons haast zou hebben doen gelooven.

Voor ons verschijnt de karakteradel en de innerlijke kracht van het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden hier niet bepaald in het gunstigste licht."

Wij behoeven er niets aan toe te voegen, 't Kan zoo well

Onze Reglementen.

De Reglementen onzer Herv. Kerk moesten zijn de samenvatting van hetgeen Christus van onze Kerk en hare leden eischt volgens getuigenis van Gods Woord.

Zij moesten zijn eene duidelijke, eerlijke aanwijzing van de wegen langs welke ambtsdragers en gemeenteleden des Heeren Woord hebben op te volgen en uit te voeren in het midden van het kerkelijk leven.

Zij moesten zijn de juiste dispositie voor alle hare leden t. w. dat een iegelijk naar zijn aard op z'n plaats kwam staan, saam Jezus Christus roemend als den Koning der Kerk en saam van öods Woord belijdend, dat het de goddelijke regel voor leer en leven van allen is.

En dat bedenkend roepen we uit: wat hebben we een ellendig stel Reglementen, die den dood brengen over onze Kerk!

Doops-en Avondmaalsbediening.

11 Juli 1817 is door de Synode per circulaire aan de Kerkeraden de wensch te kennen gegeven dat er toch vooral een stichtelijke en plechtige bediening van den H. Doop en van het H. Avondmaal zou zijn in het midden van de Herv. Kerk.

Wat de bediening van den H. Doop betreft schreef de Synode:

aTot eene statelijke en doelmatige doopsbediening acht de Synode noodig, dat de leeraren zich van het Doop-formiilier niet dan met be­daarden ernst bedienen, en nimmer die heilige plechtigheid door oneerbiedige overhaasting onteeren; hiertoe vermaant zij hen met allen nadruk, wegens het gewicht, de achtbaarheid en de strekking van deze dierbare instelling onzes Heeren.» 

Dat zegt dus wel iets ten opzichte van den geest, het beginsel en het karakter van onze H. Kerk in 1817.

De Doopsbediening moest plaats hebben met plechtige lezing van het Doop-formulier.

De Doop dus opgevat naar den zin van dat oude Formulier onzer Gereformeerde Kerk.

Waarmee alle vrijzinnigen principieel verschillen — de Groningers even goed als de Modernen.

Wat de plechtige bediening van het Heilig Avondmaal aangaat, schreef de Synode van 1817:

«Tot betere viering van het H. Avondmaal heeft de Synode de volgende schikkingen gemaakt:

Volgens het stichtelijk gebruik, dat reeds van ouds in Groningen en Friesland plaats had, waar in de voorbereiding voor het H. Avondmaal, aan het einde der leerrede, eenige vragen door den leeraar worden voorgesteld aan de Gemeente, die zij staande aanhoort en met eene buiging beantwoordt, zal van nu voortaan, overal bij het einde der voorbereidingspredicatie en vóór het nagebed, aan de Gemeente gelegenheid worden gegeven ter plechtige vernieuwing en bevestiging van hare belijdenis.

De leeraars zullen zich tot dat einde richten naar het volgend voorschrift:

«De leden der Christelijke Gemeente, welke eerlang het H. Avondmaal wenschen te vieren, gelieven op te staan en in de tegenwoordigheid , van God, den kenner der harten, met mij te antwoorden op de vier volgende vragen:

«Ik vraag u dan vooreerst, of gij van harte gelooft dat de waarachtige en volkomene leer der zaligheid, ons van Gods wege geopenbaard, vervat is in de boeken des O. en N. Verbonds?

Die dit gelooven, zeggen met mij : ja!

«Ten tweede vraag ik U, of gij van harte gelooft, dat gij door uwe zonde diep bedorven en voor God strafwaardig zijt, en u zelven deswege mishaagt met ootmoet en berouw ?

Die dit gelooven en eensgezind zijn, zeggen met mij : ja!

«Ten derde vraag ik U, of gij van harte gelooft, dat God, uit loutere genade, ons Zijnen eenig geboren Zoon Jezus Christus heeft geschonken tot onzen eenigen en volkomen Zaligmaker Wiens lichaam voor ons verbroken en Wiens bloed voor ons vergoten is tot vergeving der zonden; en of gij Hem voor u zelven met een geloovig hart aanneemt tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing ?

Die dit gelooven en hiertoe gezind zijn, met mij : ja! zeggen

«Ten vierde vraag ik U, of gij, overeenkomstig de verplichting, die door uwen doop op u gelegd is, een oprecht voornemen hebt, om, door de kracht des Heiligen Geestes, bij deze belijdenis te volharden, uw geloof te sterken, uw leven te beteren, in ware liefde en eenigheid met uwen naaste te leven, en alzoo Gode waarachtige dankbaarheid voor Zijne genade te bewijzen?

Die van zoodanig voornemen zijn, zeggen met mij : ja!

Deze vragen beantwoord zijnde, doet de leeraar een zegenwensch, en gaat vervolgens tot het nagebed over.»

Over de invoering van deze vragen spreken we nu niet. Die daarover lezen wil sla o. a. op: Kist en Royaards, Archief voor Kerkel. geschiedenis (Eerste reeks) D. VI, blz. 1—40.

We spreken ook niet over het drijven van vele predikanten om de gemeente vooral te dwingen deze vragen staande aan te hooren.

Noch over de invoering zelve, noch over i de uitvoering hier en daar hebben we het nu.

Maar over de zaak als zoodanig: dat ook uit het stellen van deze vragen blijkt hoedanig het beginsel van onze Herv. Kerk was in 1817 ten opzichte van de leer van zonde en genade; gelijk er uit blijkt dat het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus als de hoofdzaak van het Evangelie werd geleerd.

Nooit heeft men een Sacramentsbediening gewild in modernen zin.

Doop en Avondmaal, water, brood en wijn hebben in onze Herv. Kerk altijd beteekenis gehad naar uitwijzen van de Heilige Schrift en van onze belydenisschriften — waar de moderne zich nooit mee vereenigen kan.

Wanneer zal de tijd eens komen, dat de modernen zullen ophouden jaar op jaar de Sacramenten van Doop en Avondmaal te ontheiligen op de erve onzer Vaderlandsche, Gereformeerde Kerk, die steeds in deze dezelfde belijdenis gehad heeft?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's