Stichtelijke overdenking.
En Stefanus, vol geloof en kracht... Hand. 6 : 8.
Geloof en kracht.
Hij was een Grieksche Jood, vereenigde dus beide elementen van ergernis en dwaasheid tegenover het Evangelie in zich, en door deze aftrekkende polen kregen de uitnemende gaven, waarmee de Heere hem toegerust had, een richting van God af, werden ze dienstbaar aan de weerpartijdige machten van Christus' Koninkrijk.
Maar de Heere kwam met Zijn Geest werken in dezen Stefanus, ook voor hem werd de profeet van Nazareth, de Zone Gods. Tegenover ijdel filosophisch droomen rees de waarheid voor hem op. God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende. En moesten toen die kostelijke gaven van wetenschap, van sprankelend vernuft overboord? Waren ze niet wapenen der ongerechtigheid geweest? Ja, en juist daarom zouden ze nu worden wapenen der gerechtigheid, Als de Heere het hart verandert, dan komt een nieuw vooroordeel tegelijk de wissel van ons denken omstellen en beweegt zich alle denken en andere geestesgave naar het centrale punt des geloofs en wordt dat verstand vrijwillig gevangen gegeven onder de gehoorzaamheid van Christus.
Stefanus' omzetting stelt zoo klaar in 't licht, dat de vrucht der wedergeboorte tweeledig is, nl. geloof naar de zijde des verstands, bekeering naar de zijde van den wil.
De kracht der dwaling overwonnen door dekrachi des geloofs. Nu was het: Wij weten, wat wij weten. En ik weet veel. Ik weet het groot mysterie: God is mijn deel.
Hij stond dan in het geloof, dank zij 'sHeeren groote genade. Ja, hij stond, wakende, mannelijk, sterk, om de Kerk van Christus tot op dezen dag te toonen, welk een kracht gepaard gaat met het geloof, als dat een levend geloof is, als de kracht Christi daarin woont. En juist zulk een omzetting is voor de wereld zoo onbegrijpelijk. Zelfs zoo onbegrijpelijk, dat slechts huichelarij in dat alles gezien kan worden. „Begrijp je dat nu van iemand, die zoo verstandig is? " wordt dan gevraagd.
't Is toch zoo waar: voor de wijzen en verstandigen is dat werk des Geestes, die stille geheime werking in 't hart, verborgen en niet anders dan dwaasheid. Zoolang hij nog maar een stil belijder was, zal men hem wel met rust gelaten hebben, doch God had hem een andere, minder rustige stelling toegewezen. Hij zou aan de armen prediken, dat Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods was. En dat was te erg. Een openlijk afvallige van de Grieksche wereld, wijze leermeesters en vrienden. Een gevaarlijk tegenstander, die de armoede van dat oude levensbeginsel zonder Christus als Borg, doorvoeld had, die schrijnend gepijnigd was door Godsgemis bij al zijn godsdienst. Eerst moest geprobeerd, hem tot rede te brengen, want Stefanus was eigenlijk meelijden waard, misschien wel zielsziek, zoo dacht men.
En toch, zij zijn te beklagen, die schouderophalend tegenover het werk Gods in de bekeering van zondaren staan. Immers het Evangelie is verborgen voor degenen, die verloren gaan. Wat sloeg hun stemming over in feilen haat, toen deze „renegaat" openlijk optrad en in debat (zouden we thans zeggen) de Libertijnsche aanvallen op zijn geloof niet alleen afsloeg, maar zeif aanvaller werd en in 's Heeren kracht hen sloeg. Ze konden niet wederstaan de wijsheid en den Geest, door welken hij sprak. De Heere legt toch de steenen van het Godsgebouw zeer sierlijk. Ga eens na, hoe de wachters op Sions muren steeds mannen zijn, die in wijsheid en wetenschap uitblinken. In kerkvaders en hervormers vinden we die twee kostelijke zaken vereenigd: wijsheid en kracht des Geestes. De verdediging der waarheid eischt beide, de verkondiging der waarheid evenzeer.
Wie de wijsheid, de studie dus, negeert en „door den geest" wil getuigen, miskent 's Heeren gaven en doet aan de kracht van het Woord tekort, 's Heeren Geest is een geest van wijsheid en leidt in alle waarheid in. En daarom juist is het zoo noodzakelijk dat van het Woord der waarheid met ernst studie worde gemaakt tot opbouw van 's Heeren Kerk. De Gemeente Gods moet toch, onder beding van Zijn Geest, komen tot het aannemen van Christus zelf in het gewaad der Heilige Schriftuur.
Hij was vol geloof en kracht. Geloof op zich zelf is kracht. Kracht des vertrouwens. Zie hem straks staan voor het Sanhedrin, niet zelfbewust, maar Gods trouw bewust.
Geen bange zorg verduisterde zijn aangezicht, kalme rust des vertrouwens straalde er af. Wat zou hij met al zi]n kennis en wetenschap indien de Heere Zijn mond niet opende en zijn verstand verlichtte? Maar juist lezen we van hem: Hij was vol des Heiligen Geestes. Dat was die kracht, welke voor hem de woorden en gedachten opvoerde tot boven den drempel van zijn bewustzijn en ze als zoovele pijlen voortdreef tot in het hart der tegenstanders. Zoo werkt de bovennatuurlijke kracht gansch niet onnatuurlijk voor die gelooven en hun kracht hebben van Isrels God, die ze geeft. De Heere werkt middellijk.
Als Stefanus antwoorden moet op de vraag des hoogepriesters of deze dingen alzoo zijn, dan treedt hij in een breede historische Schriftbeschouwing en laat het Woord rechten of hij lastert of niet. Zooals later Luther op den Rijksdag, die zich geheel vastklampte aan dat Woord, zoo ook deze Stefanus. Hij ondervindt, hoe dit Woord levendig en krachtig is, 'tzij dan ten oordeel, in de uitwerking op de hoorders.
Het Woord heeft geen magische kracht, maar wel een bovennatuurlijke, omdat bij de rechte prediking de bediening des Geestes niet achterwege blijft. Zeker, dat Woord kan machteloos zijn, maar dan is menschelijke inzetting en inmenging verduisterend tusschengetreden.
Vol geloof en kracht... en 't was of deze hemelsche gave van Christus' Geest vermeerderde, met het toenemen van het verzet en het openbaren van de vijandschap jegens hem. Want als zij, die ouderlingen en priesters en aanklagers, de tanden knersen, dan volgt weer dat woord: maar vol zijnde des Heiligen Geestes. Zoo werkt elke kracht, die haar oorsprong vindt in de kracht der opstanding van Christus. Hoe meer gebruikt, hoe overvloediger ze toestroomt.
Vol kracht des Geestes door het geloof, om den laster te bestrijden, de banier der waarheid hoog te heffen en als 't moet zich zelf als een dfankoffer te offeren. En dat moest. Zijn kroon des levens zou een martelaarshoofd drukken. Maar hij vermocht al deze dingen door Christus, die hem kracht gaf. De ruwe hand des gewelds zal weldra hem treffen, maar zijn oog aanschouwt niets van alles, wat dreigt ten doode. Zqn geloof verandert in aanschouwen.
Heerlijk ontsluit zich Gods hemel en Jezus, aan de rechterhand der kracht Gods, gunt den strijder voor de eere Zijns Naams een blik op Zijn volzalige verschijning, waardoor de geloofskracht van Stefanus tot ver boven mate opgevoerd wordt.
Geen kracht tot eigen troost alleen, maar zulk eene, die nog wijd uitslaat over deze bende aanvallende vijanden. Zij stoppen de ooren voor dien gehaten naam, dien hij zich niet schaamt, doch belijdt met getrouwheid tot den dood.
Geloof en kracht, ze stralen u nog tegen als het levenslicht verdooft en zijn stervende lippen bidden voor zijne vijanden. Augustinus heeft gezegd, dat we Paulus verschuldigd zijn aan het gebed van dezen zieltogende. Wat was dat een krachtig gebed; wat vermocht dat veel.
Heere Jezus, ontvang mijnen geest! Ja deze geest, waar zulk geloof en zulke kracht in huisde, stijgt op tot Hem, die het geloof als een gave Stefanus had geschonken en door wien hij van kracht tot kracht was voortgegaan. Alles keerde weer vanwaar het gekornen was en in de heugenis van dezen martelaar blijft alleen naschitteren de Almachtige kracht van Christus, Wien gegeven is alle macht in hemel en op aarde.
Heeft de Heere door Zijnen Geest dat werk, waardoor Stefanus' leven andere koers kreeg, ook in u begonnen? Kwam in uw bewustzijn de vrucht der wedergeboorte, dat is het geloof, tot helderheid? Hebt gij daarin bevindelijk leeren kennen de kracht van Christus' opstanding ?
Werkte die kracht door in den.weg der bekeering en bracht ze de verootmoediging, waardoor gij den dood leerdet schrijven op alles wat uit u kwam? Werd door dat ingeplante geloof en de kracht van Christus' geest de zonde u in de zelfkennis duidelijk, Gods heiligheid, trok ze u op ten gerichte en werd een schuldovernemende Borg u noodzakelijk ? En indien gij de hand des geloofs hebt mogen leggen op het offer op Golgotha gebracht, bleef dan het Woord, en dat alleen voor u krachtig en levendig? Bleven de talenten van geloof en kracht des Geestes in het leven te midden van uw kring toch niet ongebruikt, maar zoekt ge de eere uws Gods, en hebt ge uw vleesch, dat die eere voor zich eischte, gekruist? Hebt gij goeden grond om te gelooven dat uw geloof heerlijk aanschouwen zal worden, aanschouwen van den Levensvorst, voor Wiens voeten schittert ook de kroon van Stefanus?
De Heere geve dat, door Zijn genade!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's