De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en maatschappij.

6 minuten leestijd

Mr. Groen van Prinsterer.

De Augustusmaand is de geboortemaand van onzen onvergetelijken Staatsman Mr. Guillaume Groen van Prinsterer.

Op 21 Augustus 1801 werd hij te Voorburg uit ouders van aanzienlijken stand geboren.

Onlangs vonden wij van Mr. Groen in een jaarboekje een korte biografie dat wij hieronder afdrukken.

Op 22-jarigen leeftijd promoveerde Groen van Prinsterer in de Rechtsgeleerdheid en in de Klassieke Letteren,

Vier jaar later werd hij benoemd tot Referendaris bij het Kabinet van Koning Willem I en huwde toen de 18-jarige Elisabeth Maria Magdalena van der Hoop.

Weer twee jaren later ontving Groen eene nieuwe benoeming: hij werd Secretaris van Z. M. kabinet. Die post bracht hem dagelijks in persoonlijke aanraking met onzen eersten Koning, die hem in 1834 de zorg voor het Archief van het huis van Oranje opdroeg.

Te Brussel had Groen reeds omgang gehad met den Christen-geschiedschrijver Merle d'Aubigné, den Christen-dichter Da Costa; den Christen-improvisator De Clercq.

Waarschijnlijk ten gevolge van dien omgang waren de geschriften van Buitenlandsche „ Anti-Revolutionairen" onder Groen's aandacht en een voorwerp van zijn ernstige studie geworden.

En nu, in 1834, de voor deze beginselen zoo gewichtige taak om het huisarchief van Oranje te bewaren, te onderzoeken en te bewerken!

Waarlijk, de Heere liet middelen en wegen saamloopen om van Groen te maken, wat deze staatsman, naar Gods bestel, voor ons Vaderland worden moest.

In 1839 vestigde Groen van Prinsterer zich metterwoon te 's-Gravenhage. Nog wijst men u zijn huis op den Vijverberg, waarin hij op bijna 75-jarigen leeftijd (19 Mei 1876) overleed.

Vergeten wij de beide kernspreuken niet van den man, die in ons land als een „reus Godes, " maar ook vaak als een „eenzame wachter" heeft gestaan om te bepleiten de heerschappij van Gods eeuwige waarheid over volk en overheid:

„Een staatsman niet, een Evangeliebelijder." „In ons isolement ligt onze kracht."

Maar vatten wij die uitspraken niet op, gelijk tegenwoordige misbruikers van Groen's naam die verklaren, maar gelijk hij zelf ze heeft uitgelegd:

„Een staatsman niet, een Evangeliebelijder, wat beteekent deze spreek anders (zegt Groen) dan dat enkel in de belijdenis van het Evangelie ook in den politieken strijd mijne kracht ligt."

„In ons isolement ligt onze kracht.^' Dat beteekent, verklaart Groen: „In onze zelfstandigheid en in onze beginselvastheid ligt onze . kracht."

Wij eindigen, ziende op wat de Heere door onzen Groen van Prinsterer tot stand bracht, met de Habakuks bede:

„Uw werk, o Heere! behoud dat in het leven in het midden der jaren."

Het groote kwaad in Indië.

Nog altijd bestaat in Indië het groote kwaad dat gelegen is in het gebruik van opium.

Toen de Indische regeering met het pachtstelsel brak en overging tot het stelsel van de regie (de verkoop van opium verbonden met verantwoordelijkheid en aflegging van rekening) om daardoor tot beperking van het gebruik te geraken, werden wel de vele misstanden, die onder het stelsel der verpachting bestonden, weggenomen, maar een vermindering van het opiumverbruik werd niet verkregen. Integendeel, valt onder de werking der regie, vooral in de laatste jaren, eene belangrijke toeneming van dat verbruik waar te nemen.

Uit de openbaar gemaakte cijfers der Koloniale Verslagen betreffende het debiet van regie-opium op Java en Madoera, waar sedert 1904 de regie in alle gewesten in werking is, blijkt dat in het tijdvak van 1904—1912 het debiet van 735225 thails in 1904 tot 872584 thails in 1912 of met meer dan 18 percent en in het driejarig tijdperk 1910—1912 zelfs met niets minder dan bijna 14 percent, dus 41/2 percent 's jaars gestegen is.

Alhoewel in de Buitenbezittingen, de regie eerst veel later is ingevoerd, waardoor op dit oogenblik nog de gelegenheid ontbreekt om vergelijkingen te maken, is er toch grond voor de verwachting, dat indien de regie naar dezelfde beginselen als op Java en Madoera worden gevolgd, beheerd blijft, ook in die Buitenbezittingen dezelfde teleurstellende uitkomsten zullen vallen te constateeren.

Van die meening gaat het Bestuur van den Anti-Opium-Bond uit in haar verzoekschrift van 20 Maart 1914 gericht aan den Minister van Koloniën.

Het is gebleken, dat noch een betrekkelijk geringe inkrimping van het aantal verkooplaatsen, noch een inkrimping van het aantal iitten met gemiddeld nog niet vier ten honderd 's jaars doeltreffende bestrijdingsmiddelen zijn en dat, wil men van deze middelen eenig gevolg zien, daaraan een geheel andere, veel ruimere toepassing zal moeten worden gegeven.

Wil men daarom in het geestelijk en zedelyk belang van den inlander werkzaam zijn, dan behooren zulke maatregelen genomen te worden, waardoor een gestadige afneming van het verbruik van opium verzekerd is.

Reeds is China ons Indië voorgegaan, waar in eerstgenoemd Rijk sinds eenigen tijd een algemeen opium-verbod werd uitgevaardigd.

Nu moge het waar zijn, dat betrekkelijk veel meer dan onder de inlanders, het opiumverbruik verbreid is onder de Chineezen in onze Koloniën, maar er is gegronde hoop, dat de anti-opiumbeweging in China mede zal werken dat onder dit deel der bevolking in Ned. Indië velen zullen gevonden worden die bereid zullen zijn de Regeering in hare bestrijdingspogingen steun te verleenen.

Een gelijke beweging tegen het opiumgebruik in China valt ook op te merken in Japan (Korea en Formosa) en Amerika (Philippijnen).

Welke richting zal nu behooren ingeslagen te worden om het Opium-verbruik reeds onmiddellijk te doen verminderen?

En dan is er te letten op het merkwaardige verschijnsel, dat op het eiland Madoera nog zelfs in het economisch gunstige jaar 1912 het totaal debiet van regi-opium met bijna 20 percent afnam.

. Het eiland Madoera geeft hier de weg aan. De opium-bestrijdingspolitiek, die daar gevoerd wordt en met kracht en beleid wordt volgehouden, bestaat in: registreering van alle opium-gebruikers, uitreiking aan dezen van persoonlijke vergunningen, en verbod van verkoop aan personen, die niet vaneen vergunning voorzien zijn, en voorts krachtige maatregelen tegen verboden invoer.

In het hierboven reeds genoemde verzoekschrift van het Bestuur van den Anti-Opium Bond worden naast deze maatregelen nog andere bestrijdingsmiddelen genoemd, die de volle aandacht der regeering waard zijn.

Ten opzichte van het opiumgebruik mag de regeering niet langer onverschillig blijven. Het kwaad moet met krasse middelen bestreden worden.

Wellicht is er binnen korten tijd gelegenheid dat de regeering en Kamer van hunne goedgezindheid ten deze kunnen doen blijken.

Bij de Kamer is nog eene motie van 5 rechtsche leden aanhangig die onze volle sympathie heeft.

Deze motie luidt:

De Kamer,

overwegende, dat handel in opium in welken vorm ook, anders dan voor geneeskundige doeleinden, als schadelijk voor de bevolking moet worden veroordeeld;

overwegende, dat de Regie een Vorm js van handel, des te meer te veroordeelen, dewijl zij uitgaat van het Gouvernement;

spreekt den wensch uit, dat maatregelen worden genomen om in een tijdvak van tien jaar te geraken tot het verbod van verkoop, vervoer en bezit van opium binnen het gebied van geheel Nederlandsch-Indie

en gaat over tot de orde van den dag.

Met deze motie te stellen werd een goed werk verricht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's