De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Fondament of ornament.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Fondament of ornament.

13 minuten leestijd

De bevredigings-commissie werkt stil door. De geruchten over den stand der zaken in de vergaderingen zijn even ijlwazig, als de rook uit den conclave-schoorsteen, bij de ver­kiezing van een paus. Zooiets als: Geen motieven zijn aanwezig om aan een goed resultaat dezer onderhandelingen te wanhopen. Ja, 't lijkt wel, of men een Munsterschen vrede staat te beleven. Wat we van harte hopen. De strijd was zeker niet korter. In Munster lag op de vergadertafel het Evangelie open en daarop een kruis. Mooie symboliek voor deze vrede-mannen. Het Evangelie open, dat is: Vrijheid en recht in ons land om onze jeugd naar uitwijzen van dat Evangelie op te voeden. Vrijheid om ook met het kind te verwijlen bij het kruis.

De strijd was wel niet korter. Meerdere scholen hebben hun vijftig-jarig bestaan reeds voor enkele jaren gevierd. Telkens als ge er van leest, groepen zich beelden te zamen en voor u too ver t zich een schoon stuk van Neerlands kerkhistorie. Of was niet de schoolstrijd op onzen bodem een stuk van den kerkstrijd aller eeuwen? De 20ste eeuw noemt zich de eeuw van het kind, maar de 19e behelst den strijd om het kind. De geest dier eeuw trachtte het gedoopte zaad des Verbonds als een buit weg te voeren en te ontrukken aan den God des Verbonds. Maar toen het zoo zwaar was om te kunnen zijn: blind voor de toekomst en te zien in het gebod, toen plantte de Heere Zijn wachters op de muren. Ons jongeren past eerbied en dankbaarheid tegenover dien heiligen geloofsstrijd en den goddelijken zegen daarover. Elfhonderd scholen staan nu tegenover die, waaraan de natie gehecht heette. Zullen ze er nu naast komen te staan en gelijke rechten erlangen? Ziedaar het criterium der Onderhandeling. Begrijpen we toch waarom de belijdende Kerk van Nederland haar kroost heeft onttrokken aan een opvoedingssysteem, dat zulk een schoonschijnend devies in haar vlag voerde, n.l.: opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden. Waarom anders, wijl ze geen fundament wilde inruilen voor ornament.

De Schrift zegt: Niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, n.l. Jezus Christus. En dit woord moet toegepast ook op de opvoeding, om te leeren den jongen de eerste beginselen naar den eisch zijns wegs. Jezus Christus, het begrip: Gezalfde, Zaligmaker als fundament der opvoeding. Dus de elementen er van als: zonde-recht, verzoening, vergeving, wedergeboorte, bekeering de fundamenteele steenen.

Maar ook evenzeer als de cathegeet bij de bespreking van den naam Christus dadelijk handelt over den christen, zoo ook sluiten de grondgedachten der opvoeding volgens Gods Woord, dezulken in, die basen zijn voor een Gode welgevalligen levenswandel.

Zoo geeft ons het Woord een positieven grondslag, een hecht fundament en mogen we zeggen: het vaste fundament Gods staat. Ja het staat, ondanks den bitteren strijd van een volle eeuw.

In 1801 toch, met de Wet op het Lager Onderwijs, begon de eerste aanval op de vrijheid van onderwijs. De school zou voortaan beheerd worden door den Staat. Het volk berustte, maar zag met weerzin dat de Bijbel zijn plaats moest inruimen voor: „een eenvoudig samenstel van den natuurlijken godsdienst." Gevoelde dat volk van Nederland toen misschien reeds bij intuïtie, dat het fundament ondergraven werd en zou verbrokkelen? Zeker, men mocht nog als positief geloovig onderwijzer zijn onderwys een godsdienstige kleur geven, maar .... men mocht het ook laten. De wet van 1808 kwam en met haar het driearmig monster, dat is blijven grijpen naar het kind: de combinatie der stelsels van Montaigne, Locke en Rousseau werd openlijk in deze wet gehuldigd. Wat die stelsels behelsden? Montaigne wilde een bloot verstandelijke opvoeding. Bleef er zoo plaats voor een opvoeding, die rekende met de nood en van 's menschen hart? Locke bestreed alle leerstelsels. Weg het dogmatische in het christendom. Wat zou er dan van overblijven? Rousseau verwierp de openbaring en achtte den natuurlijken godsdien«t genoegzaam, dus een deugdenleer zonder meer voldoende. Zoo werd het revolutiezaad rijkelijk gestrooid op den akker der opvoeding. En de wasdom kwam. De schoolwetten van '57 en '78 zijn daar tot bewijs. Het fundament losgewoeld door de grondwateren der revolutie. En waar bleef de Bijbel? 't Is waar, toen kon men nog niet zeggen, dat het een verboden boek was, hoewel hij niet voorkwam op de boekenlijst van 1810. Maar als reden gaf men daarvoor op: diepe achting en eerbied er voor en 't sprak van zelf, dat de onderwijzer er zijn gepast gebruik van zou maken. Mooi gedacht, maar straks is juist het verzwijgen van „het Boek" oorzaak, dat de ongeloovige onderwijzer rechtens vrij uitgaat, als hij het vervatte in dat Boek negeert. Reeds in de wet van 1806 kwam het schoone vlagdevies voor van christelijke deugden en evenals thans nog, was men ook toen nieuwsgierig te vernemen hoe het gouvernement over dit woord dacht, 't Is te merkwaardig om hier niet te vermelden, hoe een prijsvraag de beantwoording leverde. Luister slechts:

„Wanneer wy niet alleen omtrent anderen zoo handelen, gelijk wij wenschen, dat omtrent onszelf geschiede; wanneer wij niet alleen een ware zorg voor ons wezenlijk welzijn dragen, maar ook daarenboven zoodanig van God gevoelen, zoo van Hem denken en zoo handelen, gelijk schepselen omtrent hunnen Schepper betaamt; wanneer wij dien eerbied en die liefde; dat vertrouwen, die gehoorzaamheid in al ons doen en laten, in al ons denken en spreken jegens God oefenen, welke het aan afhankelijke schepselen jegens hunnen Schepper en Weldoener, hunnen Verzorger en Vader alleen betaamt, en welke de leer van Jezus zoo nadrukkelijk inprent en gebiedt; wanneer wij daarenboven als belijders van Jezus alle maatschappelijke deugden in een veel uitgebreider zin beoefenen dan wij als leden der maatschappij behoefden te doen; wanneer wij niet alleen het welzijn van elk lid der maatschappij in het algemeen behartigen, maar zelfs ook onzen vijand liefhebben, kwaad met goed vergelden, het welzijn onzer vervolgers zoeken enz., dan beoefenen wij Christelijke deugd, wanneer dit alles voortspruit uit erkentenis aan Hem, als den zedelijken wetgever, uit geloof aan die hulp, ons daartoe beloofd en geschonken door Jezus Christus, aan een toekomstig leven, het gevolg van een deugdzaam leven op aarde ...."

Moet ik nog verder gaan ? Hoort ge in dit geheele aangehaalde stuk niet de onvervalschte wapenklanken uit het moderne kamp? Waar bleef zoo het fundament Jezus Christus en dien gekruist? Veel moois en goeds wordt er in gezegd voor het practische leven, ook volgens het Woord. Ja zeker, maar tegelijk is het duidelijk: het ornament bleef met opoffering van het fundament. In de richting hierboven aangehaald is de lijn aangegeven, waarlangs de ontwikkeling heeft plaats gemaakt van de gemengde school. We gevoelen, dat met zulk een uitgangsprincipe de openbare school moest zijn en blijven de moderne secteschool. A priori is zoo haar karakter sectarisch, en toch schreeuwt men van de overzijde, dat wij de sectestichters zijn. En waarom ? Omdat wij het fundament willen behouden evengoed, neen liever nog dan het ornament. Met het fundament hebben we immers van zelf het ornament. Zijn we daarin zoo dwaas? Vóór alle dingen de grondslag hecht, graniet en geen zand. Heeft niet Jezus daarvan gesproken als Hij ons in gelijkenis gaf het huis op de rots en het huis op den zandgrond ?

De bijbel behoefde niet weg, zei ik straks, maar reeds in 1819 begonnen de klachten, dat hij zoo in 't vergeetboek raakte, 't Kan toch niet verwonderen dat het zoo ging en niet anders. Snelle afloop der wateren. Men was afgegleden van het fundament; de dageraad moest wegzinken in nachtelijk zwart, omdat Wet en Getuigenis het zwijgen werd opgelegd. Het ornament moest nu voor fundament dienen. Het Nut, de groote propagandiste voqr deze zonderlinge opvoedingsarchitectuur, bouwde een vreemd slag huis; het dak onder. Brave Hendrik moest met braaf zijn, zijn hemel verdienen. En deze school zou het instituut moeten wezen, waaraan het Calvinistisch Nederland gehecht heette.

Dat bij dat' alles het geloovig Nederland zweeg, was het geen sprekend bewijs, dat de Kerk zelf niet meer reageerde op Wet en Getuigenis. Getuigt het niet van groote schuld tegenover den Verbondsgod, dien Potentaat der potentaten, waarmee een Oranje een vast verbond had gemaakt?

Maar neen, gelukkig neen, 't kon zoo niet blijven, het geloofsvuur, voor een tijd bedolven onder de asch van de Revolutie-vulkaan, zou weer opvonken. De ontwaking zou komen! Het reveil zou het geloovig deel van Nederland wakker schudden en opstellen tegenover het denkend deel. De donkerte werd gezien, de zwarte mantel begon te drukken. Da Costa, als een profeet van den ouden dag, zuchtte: „Wachter, wat is er van den nacht? " en straks dan roept diezelfde mond ons ingezonken geloofsvolk toe:

„Bouwt scholen, waar het Evangeliezout, Een jeugd voor ongeloof behoudt."

Zoo is onze schoolstrijd geworden een episode uit den strijd, der Kerk,  tegen de weerpartijdige machten. Tegen dien Engel des Lichts, den leugenaar van den beginne, die de kracht der Kerk trachtte te ontzenuwen, door het kind af te trekken van het fundament Christus. Een Christendom zonder Christus, een godsdienst zonder God. Dat werden de gebroken bakken, die geen water hielden. En evenwel het vaste fundament bleef. De enkele getrouwen staken de bazuin op en bliezen verzamelen. Niet om het valsche, maar om het ware Evangelie gebouwd op het fundament van apostelen en profeten; niet op een natuurlijken godsdienst als hoeksteen, maar op dien steen, waarop het geheele gebouw opwast tot een heiligen tempel, een sieraad der wereld, een ornament van godzaligheid en goede werken gefondeerd in het geloof.

Locke mocht getracht hebben in de opvoeding al het leerstellige los te breken, om te komen tot een Christendom zonder kerkelijke dogma's, de opleving na het reveil op schoolgebied bewees, dat de zegelsteen in dat fundament geen doode grafzerk was, maar in vurig schrift het toekende: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn. Kindermonden zongen nu weer:

't Verbond met Abraham, Zijn vrind, Bevestigt Hij van kind tot kind.

Neen, het kind werd niet gesteld voor afgetrokken leerstellingen, maar gewezen op een persoonlijk God, die leeft, en op deez' aarde vonnis geeft, 't Zou verkeeren moeten dicht bij zijnen Schepper, in Hem levende, zijnde, bewegende, van den God des Heils alles verwachtende. Geen ornament van doode werken maar: het afstaan van ongerechtigheid op grond van: „Wie den naam van Christus noemt."

Zoo staat het fundament, en zoo kroont hem het ornament.

Montaigne's leer heeft in de 19de eeuw succes gehad. Het materialisme is als een stortvloed over ons heengegaan, gevolg van de zuivere verstandsrichting. De natuurwetenschap heeft de bedding van den loop er van nog uitgediept en nader geformuleerd wat Montaigne nog maar onbelqnd zag, nl. alles stof, alles stoffelijk, wat niet stof is bestaat niet. Maar het Christendom, heeft het niet in de opvoeding van haar kroost en den invloed daarvan een dam opgeworpen tegen dien wassenden vloed? „Bouwt scholen met het Evangeliezout." Deze strijdkreet greep in, kreeg vat op het orthodoxe volksdeel. De God van Nederland heeft de Hollandsche natie gezegend door de aangroeiende kracht der Christelijke opvoeding; want ten slotte is dat drievoudig stelsel een uitheemsch monster, terwijl een opvoeding gefundeerd op het Woord aansluiting vindt bij het overgroote deel van het Protestantsche Nederland. Het Christelijk onderwijs is het nationale onderwijs. En juist de waarheid dezer gedachte had zoo machtige stuwkracht, dat ze een Sturm-und Drang-periode te voorschijn riep in dit laatste tal jaren. De beweging voor christianiseering der Openbare School kwam tot uiting in congres en pers en de mannen van de Vrije School kozen er positie tegen. De geschiedenis zal straks bewgzen dat één doel werd nagestreefd, nl. herstel van het Christelijk onderwijs als het nationale onderwijs.

De oplossing van den schoolstrijd zal ook van aanmerkelijken invloed zijn op deze botsing der meeningen in eigen kring en zij juist zal een geheel nieuw stadium openen voor dezen strijd. Of ook de oplossing? Zooveel is zeker, dat deze beweging niet anders dan verre deining kon teweegbrengen. Nadat Jhr. de Savornin Lohman deze strijd formeel ingeluid had door zijn veel opzien verwekkende rede over de Christianisatie der Openhare School, ontbrandde aan de andere zijde, onder de verdedigers der Openbare School de strijd over de neutraliteit. Tweeërlei moment valt dadelijk hier aan te wijzen. De bekende Ossendorpsche rede riep de Bondsmannen op ten strijde voor de absolute neutraliteit en als tegenhanger kwam Schook met de minder radicale Genootschapsidee der relatieve neutraliteit. De Bond haar wensch geformuleerd in Voltaire's leus: Ni Dieu, ni maltre, iii dezen zin opgenomen: absolute geloofs-en politieke neutraliteit, het Genootschap ruimte vragend voor occasioneel godsdienstonderricht. Opgemerkt zij, dat deze wensch geen vraag was naar een fundamenteel godsdienstige grondslag voor de opvoeding op hun school.

Wie nauwkeurig „Het Schoolblad", jaargang 1912, doorleest, merkt, dat deze vraag naar godsdienstige uiting slechts een middel is, een ornament, om de gehechtheid der natie niet te doen verflauwen. Typische bedoeling van zulk godsdienstonderwijs op de openbare school spreekt uit wat een inzender schrijft in het blad van 13 Juni '12. Daar staat: „Mijne ervaring is, dat zulk onderwijs (*dus met godsdienstige tint) niet alleen het bijzonder onderwijs kunnen terughouden, maar het zelfs kan terugdringen." En deze inzender heeft in zeker opzicht gelijk. Er zijn nog o zooveel streken, waar Christenen zich door een ornamentje laten beetnemen, en mankeeren in hun vragen naar een fundamenteele opvoeding, naar den grondslag der opvoeding Jezus Christus.

Terwijl het Genootschap aan het schipperen ging, om nog te redden zooveel als mogelijk was, kreeg ze geduchte afstraffing van den Bond. Deze noemde in haar Bode van 15 Maart '12 de geheele bedoeling van relatieve neutraliteit verraad aan de Openbare School. Wat een geval met dat ornament. Terwijl de een lijmt en kramt om het nog als lokmiddel te gebruiken, gooit de ander de heele zaak naar beneden. En we zien rustig toe, en zeggen: Vermoei u niet en strijd niet over dat ornament, 't is ons geen cent waard, indien het niet past bij het fundament, waarbij het hoort.

Ons vaste fundament staat.

Deze strijd onder broeders palstaanders voor de Openbare School gaf rijke leering. De heer Oosterlee kwam terug op de lezing van Jhr. de Savornin Lohman en op de jaarvergadering van „Volksonderwijs" prees hij het oude standpunt weer aan, nl.: „In den weg der Vrije School ligt de oplossing." Mannen als Dr. Kromsigt gaven hun christianisatie-idee niet prijs, maar werden gedwongen hun gedachten uit te werken.

De verdieping in dit onderwerp bracht de groote moeilijkheden aan het licht. De gedachte aan een schoolgemeenschap, gecreëerd om een openbare school, gaf uitkomst, alleen de idee grenst weer zeer na aan Vrije School, met .dit groote verschil, dat het ornament zwaarder zal worden dan het fundament. Hoe het zij, we staan nog voor den school vrede, we houden het kruit op de pan droog, en herinneren ons met liefde den ouden strijd. Moge het zijn als een schoone herinnering aan 't werk van Isrels God die krachten geeft, en moet het anders, als een aansporing, om biddend weer den strijd in te gaan, met het aangezicht naar Hem, van Wien het volk zijn sterkte heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Fondament of ornament.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's