De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De 36ste Unie-collecte.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De 36ste Unie-collecte.

7 minuten leestijd

De Unie-collecte in de maand Augustus te houden voor onze scholen met den Bijbel, blijft altijd nog een merkwaardige gebeurtenis in het midden van ons volk. Die collecte kent men. De collecte zit er in. Die collecte zal niet gemakkelijk door een andere verdrongen worden. Die collecte wil ons volk niet missen. Dat is ook verleden jaar nog gebleken. Wat was er een zorg bij velen, dat de Unie-collecte na den zoo droeven uitslag der Juni-verkiezingen een totale mislukking zou worden. Men vreesde dat velen de banden in den schoot zouden leggen en niet meer met den schoolstrijd zich zouden inlaten. En wat was het resultaat?

In 1912 bracht de Unie-collecte f 101821.545 op. Eu in 1913 offerde men f 108083.25. Ruim 108 duizend gulden gaf men vrijwillig en blijmoedig voor de zaak van het christelijk onderwijs!

Wat zal 1914 nu geven?

Meer of minder dan 1913?

Er is zooveel noodig. Nog is de strijd iu deze niet uit. De nood dringt in zoo menige gemeente.

De Heere geve dat velen hun offer blijmoedig mogen brengen op dit altaar en dat er een geestelijke zegen in ruime mate over ons volk uitvloeie door onze scholen, waar Gods Woord tot een lamp voor den voeten een licht op het pad mag wezen!

Het is een kostelijk opwekkend woord, dat het bestuur van de Unie „Een school met den Bijbel" tot ons christenvolk richt.

Wij laten het.36ste Unieblaadje hier volgen en bevelen tegelijk de Unie-collecte nog eens hartelijk aan voor stad en dorp.

Wie veracht den dag der kleine dingen?

(ZACH. 4:10a),

Wij menschen zijn licht geneigd het meest te letten op de dingen, die groot zijn.

Het kleine, onaanzienlijke trekt ons niet aan. Wat wij beginnen wordt vaak met ophef aangekondigd, breed opgezet en met veel beweging tot stand gebracht.

Soms wordt innerlijke degelijkheid aan den uiterlijken vorm opgeofferd.

En ten slotte stelt de uitkomst van het werk teleur.

Wat we tot stand brachten is niet, wat we gehoopt en verwacht hadden.

Het was met ons werk een afdalende reeks: het begin groot, het eind gering.

Niet alzoo het werk des Heeren;

Reeds de natuur leert ons, hoe God den trotschen eikeboom uit den nietigen eikel doet opwassen, of den enkelen graankorrel met een honderdvoudige opbrengst zegent.

Zoo gaat het ook, waar Hij den mensch roept Zijn werktuig te zijn.

Een arme monnik slaat zijn stellingen aan de slotkerk te Wittenberg aan en er ontstaat een beweging in de harten der menschen, die een keer brengt in den loop der historie van kerk en maatschappij.

En wordt zelfs niet het Koninkrijk der Hemelen door den Zaligmaker vergeleken bij den zaadkorrel — klein en nietig in zijn aanvang, maar groot en machtig in zijn toekomst, tot het eens alle rijken der aarde zal omvatten.

Wie veracht den dag der kleine dingen? Ook ons Christelqk onderwijs heeft zulk een klein begin gehad.

Klein en veracht was zijn aanvang; klein en veracht waren ook zij, die er voor arbeidden.

Want het waren niet de rijken en aanzienlijken, die er mede aanvingen; geen groeten en machtigen, die er voor begonnen te ijveren.

Het waren eenvoudige Christenen in den lande: vaders en moeders, zonder staat of ambt, die het eerst voor hun kroost Christelijk onderwijs verlangden.

En, waar hun geringe middelen tekort schoten en hun stem te zwak was om gehoord te worden, verwekte God mannen, die met hun groote gaven en talenten zich het lot der kleine luiden aantrokken, om voor hen te spreken en te handelen, opdat zij hun begeerte mochten vervuld zien.

Maar ook die mannen, hoe hoog in stand, hoe edel van afkomst, ze moesten ervaren, dat ook zij klein moesten beginnen, dat ze zelf klein en gering geacht werden, nu ze dit werk ter hand namen.

Smaad en verachting van hun vijanden was hun deel.

Hun vrienden keerden hun den rug toe, wijl ze zich tot zulk een werk leenden.

Doch ze hebben zich dier vernedering niet geschaamd!

Zg wilden liever met Gods volk kwalijk gehandeld worden, dan de eer der wereld te genieten.

En ze hebben gebeden en gestreden met die verachten en geringen voor de school, waar de jeugd kan worden opgevoed naar den eisch van Gods Woord.

Velen hunner zijn heengegaan vóór zij een hoopvolle toekomst voor het Christelijk onderwijs mochten aanschouwen.

Maar in 't eind is hun werk toch heerlijk bekroond geworden!

Hun tranen en gebeden hebben gezegende vruchten gedragen.

Thans is de Christelijke School een macht geworden in ons land.

Heuglijke gedenkdagen hebben we mogen vieren.

De duizendste school met den Bijbel mochten we inwijden met een dankbaar Soli Deo Gloria!

En niet het minst: jaar op jaar mochten we ons blijde oogstfeest vieren, als in de augustus-collecte de gaven der liefde en dankbaarheid onzen scholen toestroomden. In de verloopen jaren zagen we steeds verrassender uitkomsten!

De laatste inzameling overtrof al de voorgaande: ver over de tonne gouds bedroeg de blijde inkomst.

En wat zal de Augustusmaand van dit jaar ins brengen?

Zullen we verrast worden met nog rijker tave?

Er komen in het leven feestdagen; maar er zijn weken en maanden, dat alles zijn gewonen gang gaat.

Dan zwijgt de stemme des gejuichs, dan daalt de stemming zoo licht tot koelheid, tot ontevredenheid.

Maar dan is het goed te vragen: „Wie veracht den dag der kleine dingen!"

Neen, we moeten niet slechts zien op de groote dingen, die God gewerkt heeft; maar ook op de geringe middelen, die Hij daartoe wilde gebruiken.

Niet altijd maar tellen die elf-, twaalfhonderd scholen met den Bijbel of die tonnen, maar ook letten op de enkele scholen, die elk met zooveel opofferingen gesticht zijn, ook op die stuivers en centen, waarmede al die honderdduizenden guldens zijn saamgebracht.

Niet alleen zien op al die groote mannen, door wier samenwerking de wetten tot stand kwamen, waardoor het Cbristelijk onderwijs van zijn zwaarsten druk werd ontheven, maar ook op die ouders, die daar spaarden van hun karig loon, die neerknielden in hun binnenkamer om de toekomst aan hun Hemelschen Vader op te dragen

O, als wy dat doen, dan zien wij nog zoo veel heerlijks, dan is er nog zooveel vurige liefde voor de School mét den Bijbel, zooveel opoffering voor de jeugd!

Neen, we behoeven niet te denken, dat de liefde verkoeld is in veler harten, omdat de druk minder is geworden.

Evenals vroeger zijn er nog vaders, die zich allerlei genoegens ontzeggen, om hunnen kinderen eene Christelijke opvoeding te kunnen geven.

Er zijn nog moeders, die zich afsloven om door allerlei werkzaamheden het schoolgeld voor hare kinderen te verdienen, daar zij ze niet willen zenden naar een school, waar moet gezwegen worden over de hoogste belangen van haar kroost.

Zulke opofferingen zijn meer waard dan de dingen, die groot schijnen en schitteren; ze zijn gelijk aan het Penningske van de weduwe bij de schatkist, waarvan de Heiland met zooveel waardeering heeft gesproken.

En daarom: het is zulk eene schoone zaak, waarvoor in de Unie-collecte uw gaven worden gevraagd.

't Is een edel doel, waarvoor ge geeft: edel in het groote, maar niet minder edel in het kleine!

Gij allen, die dit inziet: Gij rijken en aanzienlijken, die uw krachtige stem en uw machtigen invloed gebruikt om te werken en te strijden voor de School met den Bijbel, wij vragen uw gaven, zooals reeds zoovele malen: geeft ze ons thans weder, geeft rijkelijk en mild, geeft met een ruim en dankbaar hart!

Maar ook Gij, geringen en minder aanzienlijken, ook uw gaven worden niet versmaad. Wij weten het: Gij gaaft reeds veel. Gij doet veel, Gij werkt. Gij bidt; maar zoo ge kunt offert thans nog uw penningske; ook dat wordt doar God medegeteld.

Want wie veracht den dag der kleine dingen? Wij menschen doen het vaak, doch bij God is daarvan gedachtenis!

Hij, de Heere, zegene uwe gaven, de kleine en de groote!

Hij verblijde ons met eene ruime opbrengst der zes en dertigste Augustus-of Unie collecte!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De 36ste Unie-collecte.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's