De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

12 minuten leestijd

Uit de Synode.

III.

In de twaalfde zitting (Dinsdag 28 Juli) wordt voorzien in de vacaturen in de Algem. Syn. Commissie (welke Commissie gedurende het geheele jaar de loopende zaken behandelt). Gekozen worden Ds. J. Steenbeek van Vianen en Prof. Dr. S. D. van Veen van Utrecht.

Vervolgens komen in behandeling de verslagen over den arbeid onder de Hollanders in Duitschland, waarna Prof. van Veen rapporteert over een verzoek van Ds. ten Bokkel Huiniuk van Well en Ammerzoden, om nadere inlichtingen te mogen ontvangen omtrent de beteekeuis van gecombineerde gemeenten. De Synode verklaart zich onbevoegd en verwijst op grond van art. 13 al. 1 Algem. Regl. naar het Class. Bestuur.

Dezelfde rapporteur behandelt het voorstel van de heeren Eilerts de-Haan, Cremer en Knappert: om aan de Universiteiten te Leiden, Utrecht en Groningen cursussen te doen geven over de maatschappelijke vragen uit christelijk oogpunt bezien, en voor dit doel f2000 beschikbaar te stellen, terwijl de uitvoering zal worden overgelaten aan de Syn. Commissie. De meerderheid van de commissie is er tegen. Het zal later behandeld worden.

In de dertiende zitting wordt ter tafel gebracht een nieuw reglement voor kerkelijk opzicht en tucht, omdat sommige besturen dikwijls door de bepalingen van het tegenwoordige reglement verward raken. Een andere volgorde, een strenge onderscheiding van bestuurszaken, geschillen en tuchtzaken, ook invoeging van sommige bepalingen is noodig gebleken. Een commissie werd benoemd, bestaande uit de heeren Mr. J. Knottenbelt te 's Gravenhage, Mr. J. Schokking te Leiden, en de leden der Synode Dr. Weyland, Eilerts de Haan en Schrieke.

De herziening lag in het nieuwe reglement met heldere memorie van toelichting ter tafel. Een overzicht wijst dadelijk aan, welke artikelen gewijzigd, verplaatst of nieuw ingevoegd zijn. Bij de algemeene beschouwingen zegt o.a. Ds. Steenbeek, dat hij gaarne de leertucht had geregeld gezien in het nieuwe reglement. Hij acht nu den tijd voor herziening niet geschikt, nu van vele kanten op leertucht wordt aangedrongen. De heeren Eilerts de Haan, van Veen, en Schrieke beantwoorden dezen spreker. De leertucht is in art. 6 niet vergeten.

De behandeling der artikelen wordt uitgesteld.

Een rapport van Prof. Cannegieter behandelde een voorstel van de Classicale Vergadering van Alkmaar, tot opneming van een bepaling in het Regl. op het godsd.onderwijs, dat minderjarigen, die lidmaat willen worden, een verklaring hebben over te leggen, waarin de vader, voogd of voogdes de aanneming van den minderjarige als lidmaat der Kerk verzoekt.

Dit voorstel is een uitvloeisel van een arrest van den Hoogén Raad, waardoor lidmaten tijdens hun minderjarigheid aan de Kerk verbonden worden, die de belastingplicht dóet ontstaan, niet erkent. De commissie van rapport beveelt de bepaling aan, zeggende, dat geen geestelijk belang geschaad wordt en misschien stoffelijke belangen gebaat zullen zijn.

Het rapport wordt later behandeld.

Een verzoek van onderscheidene theol. studenten te Leiden, Utrecht en Groningen was ingekomen ter vereenvoudiging van de theol. examens, door het kerkelijk voorbereidend examen met het proponents-examen te doen saamvallen of door de vakken van het laatste te verminderen.

Het rapport over deze zaak stelt voor vereenvoudiging van het prop.-examen; en wil dat dan deze vakken zullen behandeld worden: bijbelverklaring van het O. en N. T., met het oog op de practijk; de geschiedenis van het kerkelijk leven van den nieuweren tijd, inzonderheid van Nederland ; de leer der Ned. , Herv. Kerk volgens de Ned. geloofsbelijdenis, den Heid. Catechismus en de Dordtsche Leerregels, in vergelijking ook met die der andere *Kerken; de Chr. zedeleer; de bijbelsche geschiedenis ; de practische theologie, vooral van de theoretische zijde en het Herv. Kerkrecht.

Het rapport wordt ter inzage gelegd.

Veertiende zitting: De beslissing der beide Synodi Contractae werden heden voorgelezen: De eerste gold een besluit van het prov. Kerkbestuur van Gelderland tot vernietiging van een besluit van het Class, Bestuur van Arnhem, welk bestuur niet goedkeurde een toevoeging aan het Huish. Regl. van den kerkeraad te Arnhem van een bepaling, den doop betreffend. De beslissing acht de Synode niet bevoegd om in te grijpen en het Class. Bestuur onontvankelijk, wijl het zich tot het verkeerde adres wendde.

De andere gold een besluit van het Prov. Kerkbestuur van N.-Holland tot afkeuring van een wijziging in het Regl. der Weduwbeurs van de voorm. Classis Enkhuizen, die de buitenleden benadeelt. Deze beslissing werd gehandhaafd.

Een schoon rapport werd door den heer Dr. Visser voorgelezen over het onderzoek der schriftelijke kerkvisitatie van dit jaar. Onafgebroken werd de aandacht der vergadering er door geboeid. Het vormde, gelijk gewoonlijk, een bont geheel van allerlei onderwerpen, waarvan wij enkele aanstippen. De commissie maakte de aanmerking, dat de opgaaf van het zielental der kerk van jaar tot jaar zoo uiteen loopt, hetgeen niet wijst op vertrouwbare gegevens! Betreurenswaardig is het, dat er in zoovele gemeenten maar zoo korten tijd van het jaar gecatechiseerd wordt, waaruit blijkt, dat sommige predikanten spaarzaam ernst maken met den eisch van hun beroepsbrief en met art. 23 Regl. op het godsdienstonderwijs. Bij de mededeeling dat het aantal catechisanten vermindert, wordt opgemerkt dat door velen gecatechiseerd wordt buiten het kerkeiijk terrein. Tal van Chr. vereenigingen worden genoemd, die versterking van den ouderlingen band en betooning van Chr. liefde bedoelen. Vooral wordt er op aangedrongen, dat de kerkeraden toch openhartig onomwonden antwoorden, zoodat de waarheid niet bedekt wordt. Velen antwoorden bijvoorbeeld aangaande de Zondagsviering: „goed", „behoorlijk", enz., terwijl tusschen de regels is te lezen, dat de toestand niet goed is door sport, vreemdelingenvereer en allerlei werkzaamheden, waaruit blijkt, dat het woord Zondagsviering verschillende opvatting toelaat. Eveneens is het met de zedelijkheid, door een kerkeraad „vrij goed" genoemd, terwijl hij intusschen klaagt over beursspel, termijnhandel, bioscoopgevaar, enz. Vooral tegen het laatste zag de commissie gaarne de Synode krachtig optreden. Bij de werkzaamheden der diakonieën legde de commissie den nadruk op de zorg voor voogdijkinderen, de pogingen tot vermeerdering harer inkomsten, zorg voor de armen door werkverschaffing, e. d. Ook spreekt ze van pogingen om de leden der gemeente weder tot deelneming aan het kerkelijk leven te brengen. Alles worde aangegrepen, om menschen te brengen onder den invloed van het Evangelie. Dit rapport wordt uitvoerig besproken.

Vooral de conclusie tot benoeming van een Comm. ter bestrijding van het bioscoopkwaad, vond veel instemming. Anderen vinden het bedenkelijk, dat de Synode zich hierbij aan het hoofd stelt. Evenwel is niet een kerkelijke commissse bedoeld, maar eene, samengesteld uit verschillende maatschappelijke personen. Prof. Knappert stelt voor, dat de Synode benoemt een comm., bestaande uit kerkelijke en niet-kerkelijke personen, aan welke zij opdracht geve, het onderzoek naar de bioscoopvoorstellingen, voor zoover dit reeds hier en daar is geschied, aan te vullen en in samenwerking met andere vereenigingen de middelen te beramen om het kwaad en die voorstellingen te bestrijden en het goede te versterken. Een goeden indruk zal het maken, indien de Synode toont, voor het niet denkbeeldig gevaar een open oog te hebben. De heer Eilerts de Haan wenscht geen onvoorbereide benoeming eener comm. en geeft daarom de volgende wijziging: „dë Synode besluite het initiatief te nemen tot het vormen van een comité tot onderzoek en bestrijding van het bioscoopgevaar en de uitvoering hiervan op te dragen aan de Synod, Comm." Aldus is besloten.

Het rapport wordt met dank voor kennisgeving aangenomen.

Door de gemeente Coevorden was aan den Ring van dien naam een anderen pred. als consulent verzocht, omdat men den overblyvenden pred. als zoodanig niet begeerde, wegens richtingsverschil met het oog op het godsd. onderwijs. Zij wilde voor gemeenten met 2 pred. hetzelfde recht als voor die met 1 pred. Het oordeel der kerkel. besturen is niet gunstig. Er is geen reglementsverandering noodig, en de zaak van het godsd. onderwijs kan op andere wijze geregeld worden. Waar nog een pred. der gemeente aanwezig is, kan deze geen consulent worden en dus slechts één adviseerende stem verkrijgen, noch een consulent naast zich zien optreden, waardoor hij het presidium van den kerkeraad zou verliezen. De Synode vereenigt zich geheel met het rapport van prof. Knappert, in denzelfden geest namens de comm. uitgebracht.

Nog wordt behandeld een verzoek van de Predikanten Geheelonthouders-Vereeniging, dat, nu door het volkspetitionnement voor Plaatselijke Keuze opnieuw krachtig de aandacht gevestigd is op den strijd tegen den alcohol, de Kerk in deze niet werkeloos mag blijven, waarom de vereeniging aan de Synode vraagt, in de Kerk, bijzonder in de ringvergaderingen de vraag te doen bespreken, welke roeping de Kerk van Christus heeft in den strijd tegen den alcohol. De conclusie der comm. van rapport is afwijzend. Zij wordt door sommigen verdedigd, door sommigen bestreden. Velen vinden haar koud en onbevredigend, waarom de comm. zich wil beraden een andere voor te stellen.

Aan het einde der zitting herdenkt de president, dat thans de secretaris Ds. J. Knottenbelt, voor het laatst in de vergadering is. Hij richt tot  hem een hartelijk woord van afscheid, hem dankend voor alles wat hij voor de Synode en de Ned. Herv. Kerk deed, hem toewenschend een aangename rust van nog verscheidene jaren, die zeker wel een werkzame rust wezen zal. Een schoone levensavond zij hem geschonken, waarna hij als een trouwe dienstknecht de vreugde zijns Heeren moge smaken. Met bewogen woorden dankt de secretaris voor deze heilbede, verheugt zich, dat hij zoo lang mocht arbeiden, dankt voor aller vriendschap, en blijft zich nog verder aanbevelen, tevens toezeggend nog verder gaarne zijne krachten aan het belang van Kerk en Godsrijk te willen geven. Hierna wordt de zitting gesloten.

Vijftiende zitting: De zetel naast den secretaris was heden ingenomen door diens secundus Ds. L. W. Bakhuizen van den Brink, die hartelijk begroet wordt door den president.

Voortgezet wordt de behandeling van het Regl. voor Kerkel. opzicht en tucht. Gelegenheid wordt gegeven tot het indienen van amendementen. Er wordt opgemerkt, dat deze niet aanstonds in behandeling kunnen komen, zonder bekend en bestudeerd te zijn. Besloten wordt daarom ze te laten drukken en daarna te behandelen.

In bespreking komt een voorstel van de class, verg. van Deventer, waarover de heer de Groot rapport uitbrengt. Het wil voorschrijven, dat elders woonachtigen, die in een andere gemeente willen aangenomen worden, een bewijs moeten overleggen, dat zij de laatste twee jaar voor de aanneming getrouw de catechisatie hebben bezocht. Van deze bepaling kan slechts met toestemming van tbeide kerkeraden worden afgeweken. Dit voorstel komt in verschillende bewoordingen telkens tot de Synode terug vanwege de bezwaren, die herhaaldelijk op dit gebied gevoeld worden. Ook te Deventer verkreeg het den steun van predikanten en ouderlingen zonder onderscheid van richting. Toch vindt het in de Synode geen meerderheid. Wel betuigen allen hunne hooge belangstelling voor het godsdienstonderwijs, doch dan volgt een maar... met verschillende bezwaren. De meerderheid der comm. van rapport (4 leden) nameös wie de heer de Groot sprak, vindt dat het voorstel niet kan aangenomen worden, zooals het nu luidt."

De bepaling moet gelden niet alleen voor elders woonachtigen, maar voor allen, ook voor de eigen leden.

Ook moet wegvallen, dat voor dispensatie de toestemming van beide kerkeraden noodig is. Dit geeft aanleiding tot kwesties, vooral bij richtingverschil. Maar dan ... zijn er nog zooveel bezwaren, met gehuwden, bejaarden en jongelui, die door werk verhinderd, die onder dienst zijn, of menigmaal van woonplaats verwisselen. Om al deze bezwaren stelt de meerderheid de verwerping van het voorstel voor. Eén lid der comm. is daartegen, omdat hij verbetering van den tegen woordigen toestand dringend noodzakelijk acht. Na breede discussie, waarin de verschillende overwegingen van het rapport onderstreept en vermeerderd worden, wordt na het advies der meerderheid hare conclusie aangenomen en dus het voorstel-Deventer verworpen. Toch vinden een aantal leden het jammer om het hierbij te laten. Vooral prof. Knappert sprak dit uit en zou het voorstel aldus gewijzigd willen zien, dat het door het wegvallen der bezwaren aannemelijk werd.

De heer Menthen diende daarop een voorstel in, dat herhaaldelijk gewijzigd tenslotte aldus luidde: „het derde lid van art. 38 Regl. op het godsd. onderwijs worde gelezen: de kerkeraad, na zich te hebben verzekerd, dat er tegen het gedrag der aannemelingen geen bezwaren zijn, en dat zij de laatste 2 jaar getrouw godsd. onderw. ontvangen hebben, vaardigt tot de aanneming af" enz. Het recht van dispensatie van dit voorschrift op ernstige gronden wordt den kerkeraad toegekend, voor elders woonachtigen aan den kerkeraad der gemeente, waar men de aanneming begeert. Lang wordt het voor en tegen bepleit. Sommigen zagen hier een geven met de eene hand, wat de andere terugneemt. Anderen vonden, dat door opneming van het voorgestelde de toestand in ieder geval verbeterde. Nu was er in 't geheel geen bepaling; het voorschrift van godsdienstonderwijs gedurende de laatste twee jaren bood in ieder geval een steun tegenover vrijmoedige catechisanten. Weder anderen meenden dat men alles aan de kerkeraden moet overlaten. Het voorstel werd verworpen. Tegen stemden, naar het advies van prof, Cannegieter, de heeren Visser, Picard, Steenbeek, Couvret, E.lerts de Haan, Cremer, de Groot, van Veen, Tammens en Franke. Voor stemden, naar het advies van prof. Knappert en den secretaris Knottenbelt, de heeren Bloem, Timmers, Weyland, Creutzberg, Menthen, Koopmans, Schrieke, Werner en de voorzitter.

Weder komt de zaak van den Liederenbundel op het tapijt. Naar de auteursrechten is door de Syn. Comm. onderzocht en het is gebleken, dat de liederen van den Gezangenen Vervolgbundel, ten gevolge van contract, alleen uitgegeven mogen worden door de Evang. Gezangencompagnie. Daaraan is niets te doen. Deze compagnie heeft aan de Synode een voorstel gedaan, waarbij met haar eigen belangen zoozeer gerekend was, dat aanneming daarvan niet kon volgen. Daarom wordt besloten, volgens het rapport van den heer Couvret, het voor kennisgeving aan te nemen. Tevens wordt ingezien na dit schrijven, dat de uitgaaf van den concept-liederenbundel-Schrieke nu niet kan geschieden, weshalve het onderzoek dienaangaande moet opgegeven worden en pogingen in die richting gestaakt. De zitting wordt gesloten.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's