De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

15 minuten leestijd

Hoe zeer men links aast op een nieuwe afscheiding in de Ned. Herv. Kerk blijkt wel uit een stuk dat onlangs in de N. Rott. Courant stond. Wat zou men in de handen wrijven in den kring der modernen en in het kamp der liberalen als de gereformeerden in de Herv. Kerk eens zóo dwaas waren, om op een gegeven oogenblik, moedeloos geworden zijnde, als éen man uit te trekken!

Bedriegen ons de teekenen der tijden niet, dan is daar evenwel op dit oogenblik weinig kans voor. Integendeel, ons lijkt het toe, dat er hoe langs hoe meer verdeeldheid komt onder de vrijzinnige Hervormden en hoe langs hoe meer samenwerking onder degenen, die op den bodem der belijdenis staan. Van een nieuwe afscheiding spreekt onder deze laatsten niemand, van nieuwe aanvallen met vereende krachten bijna ieder. Het gaat naar 1916, Bijna 100 jaar drukt het synodale juk. Steeds is er geprotesteerd. Verschillende aanvallen op de Bestuursinrichting onzer Kerk zijn gedaan. Wat zou de victorie groot en heerlijk zijn, indien er met vereende krachten eens zóo'n aanval nu gedaan zou worden, dat 1916 ons verandering bracht!

De Heere, die alle dingen weet en alles regeert, zij ons en onze Kerk genadig en zegene ons naar den rijkdom Zijner barmhartigheid, niet gedenkende onze zonden tot vergelding des loons.

Het stuk van de N. Rott, Courant, dat wij bedoelen, luidt als volgt:

Een nieuwe afscheiding op handen!

De verschijnselen op grond waarvan wij voor enkele dagen de voorspelling uitspraken, dat het met de orthodoxe drijverij naar verscherping der belijdenisformulieren wel eens anders kon loopen dan de drijvers oorspronkelijk dachten, en dat inplaats van een uittocht der vrijzinnige elementen eerder een afscheiding van de uiterste rechterzijde te verwachten is, zijn weer met een paar vermeerderd. Nu het plotseling dien eerst niet vermoeden kant blijkt uit te gaan, verliezen de aanvoeders in den heiligen kruistocht eensklaps hun moed. Zelden hebben wij met meer spanning het confessioneele weeklad »De Gereformeerde Kerk" tegemoet gezien, waarin dr. Schokking ongetwijfeld op het merkwaardige stuk van den Rijswijkschen inzender terug zou komen. Men herinnert zich immers dit stuk, hetwelk wij hebben overgenomen als een getuigenis van een onvoldaanheid der belijdende leekenbroeders over het gebrek aan revolutionairen zin bij hunne leiders. Dr. Schokking heeft de vorige week dit stuk slechts met een korte toelichting voorzien, omdat hem »voor heden de gelegenheid" (ontbrak) »op het bovenstaande wat uitvoerig in te gaan", en bepaalde zich met eenerzijds den inzender gerust te stellen door te zeggen, dat hij niet bedoeld heeft een pleidooi te houden voor of ook voedsel te geven aan afwachten, geduld oefenen enz." en anderzijds zijn strijdvaardigheid ietwat te temperen door nogmaals te herinneren aan »het belang van een zoo goed mogelijk in acht nemen van de reglementaire vormen",

Hoe verbaast het ons, thans in het nieuwe nummer van de Gereformeerde Kerk ... niets meer over deze zaak te vernemen! Zou dr. Schokking nóg geen gelegenheid hebben gevonden, er wat uitvoerig op in te gaan? Maar dit lijkt ons een bedenkelijk teeken, terwijl deze schrijver week in week uit artikelen pleegt aan een te rijgen over hetzelfde onderwerp, en uit den treure toe de onwetmatigheid van de tegenwoordige besturen, de onschriftuurlijkheid der tegenwoordige reglementen, de ontoereikendheid der tegenwoordige belijdenis-formulieren heeft uiteengezet, en daarom even geregeld in zijn blad opkwam voor reorganisatie van de kerk, verscherping van de reglementen, omzetting van de besturen e, d. Hoe vaak komt hij. op hetzelfde onderwerp terug, en nu het hier een op dit gebied zoo uitermate ingrijpend verschijnsel geldt, blijft hij zwijgen!

Waarschijnlijk is zijn zwijgen een symptoon van de verlegenheid waarin de confessioneele leiders na het optreden van den Bennekomschen kerkeraad zijn geraakt. Zij zien aankomen, dat de door hen geworpen bom verkeerd gaat springen. Zou hun toenadering tot de mannen van den Gereformeerden Bond niet moeten worden beschouwd als het angstig vastgrijpen van de hand van den vriend die op scheiden staat en dien men ondanks alle onderling krakeel toch niet kan missen? De Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk zijn slechts tevreden te stellen door dit ééne: dat de Ned. Herv, Kerk inderdaad weer, en dat zoo gauw mogelijk, wordt Gereformeerde Kerk in den zin zooals zij dat zich voorstellen. Zij staan sterk in dien eisch; immers, wordt hij niet ingewilligd, dan hebben zij daarbuiten een huis, welks poorten te allen tijde voor hen geopend staan en welks deurwachter hen 'tot binnentreden noodt, zoodra het hun te benauwd wordt in de groote kerk «waar zulke goddelooze dingen gebeuren, " dat* ze »zelfs het mos niet waard is, dat op hare daken groeit."

Nu zijn deze Gereformeerde broeders al jarenlang gepaaid met het vooruitzicht op reorganisatie in den door hen gewenschten zin; toen al hunne adressen en die der confessioneelen aan de «onwettige" en «onschriftuurlijke" synode niets baatten, en hun gemor langzamerhand bedenkelijke vormen ging aannemen, hebben de confessioneelen te hunner eere en met hen in verband de geweldige stormklok ter Haagsche vergadering geluid, groote verwachtingen zijn opgewekt, alsof een nieuwe Dordtsche synode in aantocht ware! het krijgsrumoer was niet van de lucht; nu zou de groote slag geslagen, en de kleinsten der kleine luyden rekten al hunne halzen om óók iets te kijken te krijgen van de terechtstelling van de moderne ketters..,

Op menig classicale vergadering is deze strijdlustigheid gebleken; in Dokkum werden de vrijzinnigen door den quaestor van 't Classicaal Bestuur openlijk gehoond en de voorzitter gaf er zijn zegen op door den spreker niet tot de orde te roepen, zoodat de linkerzijde eenparig de vergadering verliet. Dank zij de ophitsing der confessioneele en gereformeerde leiders hebben de classicale vergaderingen dit jaar alom in 't teeken der onverzoenlijkheid gestaan. En als de orthodoxe predikanten zwegen, dan werden zij, gelijk dat te Haarlem gebeurde over hunne lankmoedigheid tegenover den modernen gruwel gekapitteld. De stemming is er: De modernen zullen en moeten er nu uit, het koste wat het wil! De vaan is opgestoken ; afvallige van Christus de Koning is, wie thans niet het zwaard neemt ten heiligen krijg.

Groote verwachtingen zijn opgewekt. Wat, indien zij nu eens niet in vervulling gaan? Wat, indien de koude straal der teleurstelling komt over de verhitte hoofden ? De Synode, reeds lang door de orthodoxie gesmaad omdat zij niet kras genoeg optrad, zal thans, wil zij niet al haar gezag en daarmee tevens het gezag van het gansche bestuursstelsel der kerk op het spel zetten, den eisch der uiterste rechterzijde moeten inwilligen, »Waarom", aldus zou deze immers vragen, »hebben we anders een synode met 12 orthodoxen tegenover 6 vrijzinnigen ? " Allicht echter zal het voorstel Lütge c. s, tot verscherping der proponentsformule en van de belijdenisvragen nog heel wat bezwaren en tegenstand op zijn langen weg ontmoeten, aleer het tot wet is verheven. En dan nog: zal het iets uitwerken? Reeds heeft dr. Niemeijer in het Weekblad der Vrijzinnige Hervormden van deze week verklaard: »Wij althans, zouden, al hebben wij liever andere woorden, geen bezwaar hebben, de formule met die toevoeging te onderteekenen".

Is het voor de van ongeduld trappelende belijdenismannen niet om tureluursch te worden? Nu zullen ze dan, met al hun ophitsing in de pers, met al hun getuigen op de Haagsche vergadering, met hun overstelpende meerderheid in de classicale vergaderingen, met hunne adressen en voorstellen aan eene voor 1/2 orthodoxe synode, en met hun als vrucht van jarenlang onverdroten strijden behaalde verscherping der formulieren bereikt hebben, dat de modernen doodkalm zeggen: "wij hebben geen bezwaar te onderteekenen; wij blijven waar we zijn!"

Hetzij de verscherpingsvoorstellen verworpen, hetzij ze aangenomen worden, is een geweldige teleurstelling en tengevolge hiervan een geweldige opstand der uiterste rechterzijde te wachten. De slotsom zal zijn, dat ze haar onmacht gevoelt, binnen het kader der reglementen haar doel te bereiken. Zij zal als hare uiterste krachtsinspanning tot kerkzuivering op niets is uitgeloopen, overtuigd zijn geraakt van het bankroet der genootschapskerk. En zij zal de reglementen als ongeschreven gaan beschouwen, en doen of de be­sturen niet bestaan. De revolutie, in Bennekom voorbereid, waar ze zich inmiddels reeds over gansch den ring Wageningen gaat uitstrekken; door schrijvers als de Rijswijksche inzender in De Gereformeerde Kerk met blakende strijdlust aanbevolen, zal het eind. zijn. Totdat de geschiedenis de derde herhaling te boeken krijgt van hetgeen in 1834 en in 1886 gebeurd is en een derde generatie van afgescheidenen den band met »de goddelooze synodale hierarchie" vrijwillig of gedwongen zal hebben verbroken.

Meer en meer laat het zich aanzien, dat het op een uittocht aanloopt, maar de uitgetredenen zullen niet aan de linker maar aan de rechterzijde moeten worden gezocht.

Men ziet dus, hoe men ons weer opnieuw moedeloos wil maken, door te zeggen: de modernen onderteekenen toch alles; en het helpt u niets wat gij ook formuleert.

Terwijl men ons in de tweede plaats wil ophitsen, om in een revolutionairen weg het Kerkverband te verbreken.

Maar door het eerste laten we ons niet ontmoedigen. Willen de modernen zich meer nog als beginsel-en karakterloos laten kennen dan ze nu reeds doen — dat moeten ze zelf weten en kan niet óns, maar hun alleen schaden.

En wat het tweede betreft: door ons optreden en handelen willen we hoe langs hoe meer laten uitkomen, dat het gansche toestel van de kerkelijke reglementen in strijd is met art. 11 waar handhaving van de leer de Kerk als hoofddoel voor de kerkelijke besturen wordt voorgeschreven, om dan in ordelijken weg. het belijdend karakter van onze Herv. Kerk in de reglementen te doen uitkomen.

Willen de modernen dan als eerlijke modernen het tegendeel in hun program schrijven, welnu, dan kan het een eerlijke strijd worden — waarbij wij vastelijk vertrouwen, dat de Heere regeert en dat er niets bij geval geschiedt!

Spraakverwarring.

Er wordt door Modernen hoe langs hoe meer over geklaagd dat door moderne predikanten woorden en termen gebruikt worden, waaraan zij zelf een gansch andere be teekenis geven dan er gewoonlijk in gelegd wordt. Daardoor komt allerlei spraakverwarring en onder de Modernen zijn er, die gaan zeggen: als onze moderne dominé's daarmee voortgaan gaan we niet meer naar de kerk, want we willen niet meedoen aan dat bedriegen en misleiden der schare.

Waar moet het ook heen als iedere dominé spreekt van „het Evangelie, " of van geloof, ' hoop, Jezus Christus, zonde, bekeering, de onsterfelijkheid, de kerk, de godsdienst, het Godsrijk, enz. enz, en ieder bedoelt er dan iets anders mee?

Waar moet het heen, als de moderne dominé's die bij de schare geliefde, traditioneele uitdrukkingen en woorden blijven bezigen alsof zij er precies mee bedoelen, wat men er altijd in de christelijke kerk mee bedoeld heeft, terwijl men er toch zelf een gansch andere beteekenis aan hecht?

't Is misleidend.

En gelukkig dat er onder de Modernen hoei langs hoe meer komen, die deze manier van spreken der predikanten afkeuren,

„Wereldlente" — onder redactie van Ds, de Leeuw van Oud-Karspel — wijst er ook weer bij vernieuwing op, dat er klaarheid in deze moet komen; 't welk dan geschreven wordt naar aanleiding van een beschouwing van C. H, K, in 't jongste nummer van De Hervorming.

„Wereldlente" zegt:

, , , . En een gruwel moet het heeten, wanneer de babylonische spraakverwarring listig wordt dienstbaar gemaakt aan het voeren van zoogenaamde kerkelijke politiek.

Ook hier straft intusschen het zwaard weer zichzelf, en wij zijn 't ten volle met den bewusten inzender in De Hervorming eens, wanneer hij mede in dit euvel een oorzaak van den veelbesproken tegenzin tegen kerkbezoek ziet, "

Om dan te vervolgen:

"Wij voor ons zullen maar aanstonds de koe bij de horens vatten, en althans een poging wagen om van enkele der meest gebruikte woorden de verschillende beteekenissen na te gaan, en te zeggen welke beteekenis er door onszelf bij voorkeur aan wordt gehecht.

Wij beginnen met de uitdrukking Het Evangelie."

En dan krijgen we een artikel over

Het Evangelie

dat als volgt luidt:

Over één ding zijn wel alle predikanten, in onze Vaderlandsche Kerk en daarbuiten, van den Redacteur van De Waarheidsvriend af tot den Redacteur van Wereldlente toe, het hartroerend met elkander eens, dat zij geroepen zijn om Het Evangelie te verkondigen. Zonder eenig voorbehoud belooven zij allen bij de aanvaarding van hun ambt van harte gaarne hunne gaven en krachten te zullen wijden aan dien arbeid. En niet zelden hoort men hen bij den aanvang hunner loopbaan met de woorden van 1 Cor, 9:16 een »Wee mij!« over zichzelf uitroepen, wanneer zij nalatig mochten worden bevonden in het volbrengen van die taak.

Een grootsch schouwspel moet het opleveren zulk een machtige phalanx van ontwikkelde en geestdriftige mannen — waarbij zich, vurig van geest, ook vrouwen beginnen aan te sluiten — als één eenig man te zien optrekken om stormenderhand de wereld te veroeren voor dat eene, dat hun boven alles gaat; Het Evangelie! Honderden gloeien van geestdrift voor de »heilige« Zendingszaak, die de verkondiging van Het Evangelie aan een «blinde heidenwereld"; beoogt. Honderden anderen beijveren zich verwaarloosde knapen, »gevallen« meisjes, ongehuwde moeders, ouderlooze kinderen, ongeneeselijke kranken ja zelfs. idioten en krankzinnigen te winnen of te behouden voor Het Evangelie. En als de Nederl, Hervormde Kerk eene Groote Vergadering van 2000 ambtsdragers bijeenroept, waar voor 't eerst, zoolang die Kerk bestaat, de verschillende, zeer ver uiteenloopende richtingen officieel worden erkend, dan laat ze die Vergadering niet uiteengaan voor ze al die menschen met hun zoo verschillende, godsdienstige staatkundige en oeconomische opvattingen en beschouwingen nog eens in ernst de vraag heeft gesteld wat zij, Nederlandsche Hervormde Kerk, kan doen om Het Evangelie te brengen aan diegenen harer leden, die van Godsdienst en Kerk zijn vervreemd.

Het Evangelie!

Zoo bepaald mogelijk, zou men zeggen.

Voor geen tweeërlei opvatting of uitlegging vatbaar!

Wanneer 's Zondagmorgens de leden van eenzelfde huisgezin zich gereedmaken om naar de Kerk te gaan is er bij niemand hunner ook maar de allergeringste twijfel aanwezig welke Kerk het zal zijn. Niemand denkt er ook maar over om te zeggen: Wij gaan naar de Roomsche, naar de Gereformeerde, naar de Hervormde Kerk, omdat met de Kerk maar ééne enkele Kerk, en dat is hun Kerk, kan worden bedoeld.

Het Evangelie!

Alleen in de Ned. Herv, Kerk zijn een kleine tweeduizend Voorgangers, bij alle verschil in inzicht, dat hen overigens moge scheiden, 't eens over dit ééne, dat zij geroepen zijn tot verkondiging van Zijn Evangelie, Wie zou ook maar één oogenblik kunnen twijfelen welk Evangelie nu eigenlijk wordt bedoeld?

Toch heeft de Kerk, om zelfs de ondenkbare mogelijkheid van twijfel onmogelijk te maken, in hare proponentsformule de nadere aanduiding gedaan, en als wij, zonder ééne enkele uitzondering, met volle overtuiging en in blijdschap des gemoeds belooven Het Evangelie van Jezus Christus te zullen verkondigen, kan toch eigenlijk geen mensch met gezonde zinnen nog onderstellen dat wij, bij alle verschil in persoonlijkheid en inlicht, 't in dat ééne, dat de hoofdzaak, dat eigenlijk 't een-en-al is, niet volkomen eens zouden zijn.

Nochtans is de werkelijkheid, hoe ongeloofelijk het moge klinken, met deze toch waarlijk gewettigde onderstelling op de meest onbarmhartige en onverzoenlijke wijze in strijd.

Wanneer een uiterste rechter-en een uiterste linkerzijde elkander zonder genade bekampen op het spreekgestoelte en in de pers, dan vindt dit zijn oorzaak in het feit dat »Het Evangelie van Jezus Christus, * door den een uit de volheid des harten verkondigd, in het oog van zijn tegenstander niet veel minder dan godslastering is. Wanneer Wereldlente niet motdt wordt te toornen op de Christelijke Zending, dan toornt het feitelijk, veel meer dan tegen de Zendingsmannen zelve, tegen eigen heele of halve geestverwanten, die uit berekening of gemakzucht toelaten, zelfs in de hand werken, dat het onkruidzaad van wat men rechts onder »Het Evangelie van Jezus Christus* verstaat, en dat wij in eigen akker bestrijden, in den akker van onze donker gekleurde broeders aan gene zijde der oceanen met milde hand wordt gestrooid.

Wanneer wij niet meedoen aan al de schijn-philantropie der Rechtzinnigheid, dan ligt dat hieraan, dat wij wat zij als »Het Evangelie van Jezus Christus  betitelt, voor al die verwaarloosden, vereenzaamden, gevallenen en ellendigen veel verderfelijker achten dan de ellende waaraan zij 'ten prooi' zijn. En omgekeerd, wanneer wij, Modern-godsdienstigen, uitjubelen wat ons in Het Evangelie van Jezus Christus», wat ons «de kracht Gods tot zaligheid» is, dan acht zich de Orthodoxie uit volle overtuiging gerechtigd de vervloeking van Gal. 1:8 en 9 op ons van toepassing te verklaren, de vervloeking die bestemd is voor wie »een ander Evangelie* verkondigt dan «hetgeen gij ontvangen hebt, d. w. z. hetgeen door de kerkelijke traditie is geijkt.

Er is niet veel waarheidszin en gave des onderscheids noodig om te beseffen, dat deze toestand niet kan, niet mag worden bestendigd. Met name in onze Ned. Herv. Kerk heerscht een sfeer van onwaarachtigheid, die onduldbaar wordt op den duur. Wij willen 't onze doen om de verstikkende .zwoelheid te verdrijven, zij 't dan door een onweer, dat ons van onze fondsen, gebouwen en goederen berooft. Wij zullen, zoodra de tijdsomstandigheden ons in staat stellen onze rede weer op te vatten, allereerst in 't licht stellen welke zeer uiteenloopende dingen alzoo onder den term «Het Evangelie van Jezus Christus" worden verstaan,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's