De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Het gewijzigd Unie-Rapport.

Nu de Staatscommissie inzake het onderwijs reeds geruimen tijd aan den arbeid is, om gelijk het in de Troonrede genoemd werd, een onderzoek in te stellen in hoeverre eene algemeen bevredigende regeling mogelijk is met betrekking tot de subsidieering van het bijzonder onderwijs en het haast zeker is, dat de regeering met de indiening van voorstellen tot Grondwetsherziening op de indiening van het Rapport der Commissie wacht, kan het verwacht worden, dat deze met haren arbeid in den loop van het komende voorjaar gereed zal komen.

Voor de voorstanders van het bijzonder onderwijs zal het in 't bijzonder van groote beteekenis wezen tot welk resultaat de Commissie komt en welke voorstellen in het Rapport zullen worden gedaan.

In dit verband lijkt het ons niet ondienstig om ter bepaling van de gedachten nog eens de aandacht te vestigen op de wenschen, welke van de zijde der voorstanders van Christelijk onderwijs zijn geformuleerd geworden in het bekende „Gewijzigd Unie-Rapport voor Schoolwetwijziging." Voor velen is dit Unie-Rapport slechts bij naam bekend. En is men al op de hoogte met de conclusiën, toch staan de gronden waarop die conclusiën rusten waarschijnlijk voor de meesten niet helder meer voor de aandacht.

De vraag of het „Gewijzigd Unie-Rapport, " waarmede de aanwezigen op de vergadering van de „Unie" op 17 April 1900 zich vereenigden, daarbij nog steeds de lijn aangeeft waar langs op dit oogenblik de oplossing van het onderwijsvraagstuk , moet gedacht worden, kunnen wy ditmaal onbesproken aten. Het Rapport zelve heeft toch altijd og actueele beteekenis.

Alvorens wij het Rapport laten volgen oge herinnerd worden aan de namen van e leden der Commissie, die destijds het apport samenstelden. Het waren de heeren A. E, Mackay voorzitter, H. Bavinck, T. Bos, H. J. Emous, Th. Heemskerk, R. Husen, A. W. van Kluyve, A. Kuyper, A. F. de Savornin Lohman, T. P. Mackay, M. Noordzij, H, Pieron, J. E. N. Schimmelpenninck van der Oye, . Woltjer, D. Wijnbeek en R. Derksen secretaris.

Het Rapport dat de goedkeuring der vergadering kreeg, luidde:

Tegen de bestaande regeling van het Lager nderwijs kunnen o.a. drie groote grieven worden aangevoerd:

a. zoolang het grootste deel van de kosten er openbare school, mede door de wijze waarop de meeste gemeentebesturen, in strijd met den geest der schoolwet, de schoolgeldheffing hebben geregeld, ten laste komt van de gemeentekas, blijft er eene ongewenschte rechtsongelijkheid bestaan tusschen diegenen, die het voor hen bruikbare onderwijs van gemeentewege ontvangen en diegenen, die dit zelve moeten bekostigen;

b. zelfs lotsverbetering van de openbare onderwijzers is niet mogelijk zonder de reeds te zwaar gedrukte gemeenten nog meer te belasten, terwijl ook het Rijk die slechts ter harte kan nemen indien, terwille van het in de wet opgenomen beginsel van rechtsgelijkheid, de bijdrage aan alle scholen wordt verhoogd;

c. het blijkt meer en meer, dat vele open­bare scholen onder de leiding komen van onderwijzers, wier beginselen door de ouders der aldaar schoolgaande kinderen worden afgekeurd, zonder dat iemand bij machte is zoodanige onderwijzers te weren.

De vraag dringt zich op, of meer volledige toepassing der in 1889 aangenomen beginselen op schoolwetgebied niet verbetering zou brengen in den toestand; of niet aan de genoemde en vele andere genoeg bekende grieven kan worden tegemoet gekomen, door de gemeentebesturen te ontheffen van de verplichting om zelve de kosten van haar lager onderwijs te dragen, door deze ten laste te brengen van het Rijk, en door aan alle scholen eene bijdrage op gelijken voet uit te keeren, en alzoo de oprichting van bijzondere scholen, onverschillig van welke richting, in de hand te werken.

De bestaande schoolwet verbindt aan de uitkeering der bijdrage voorwaarden, die, gelijk thans een ieder toegeeft, de noodige vrijheid van opvoeding en onderwijs niet belemmeren, behalve dat, evenals in den tijd toen er van rijksbijdragen nog geen sprake was, de onderwijzers moeten voldoen aan zekere van Staatswege gestelde eischen, welke echter met de bijdrage in geen onverbrekelijk verband staan, en op zichzelve moeten worden beoordeeld.

Door de bijdrage aan voorwaarden te verbinden, die elke school, van welke richting ook, kan aanvaarden, heeft de wetgever het in zijne hand overal den toestand der school te verbeteren, zonder den ijver en het initiatief van particulieren te dooden.

Evenals thans, zou de bijdrage grooter en kleiner kunnen zijn, naar gelang van het aantal vakken in de school onderwezen en het in de school benoodigd en aanwezig onderwijzend personeel.

Bq de regeling van het bedrag der bijdrage zou ook rekening kunnen worden gehouden met de plaats der vestiging van de school, omdat de scholen ook bij gelijke inrichting niet overal hetzelfde kosten. De regeling, bij de vaststelling van het bedrag in acht te nemen, en de voorwaarden aan de uitkeering der bijdrage verbonden, konden, evenals  thans, in de wet worden opgenomen. Het  juiste bedrag waarop de bijdragen moeten  worden vastgesteld zou of in de wet zelve  of telken jare bij Koninklijk besluit kunnen worden bepaald.

Bij de vaststelling van die bijdrage zou alles in aanmerking moeten komen, wat voor het houden eener school vereischt wordt, derhalve:

a. de minimum-jaarwedde voor het onderwijzend personeel;

6. het minimum-bedrag, dat voor eiken onderwijzer betaald moet worden om hem een pensioen te verzekeren;

c. de huur voor eene vrije woning ten gebruike van het hoofd der school;

d. eene zekere vergoeding voor lokaliteit;

e. hetgeen noodig is voor het aanschaffen en onderhouden der schoolmeubelen, schoolboeken, leermiddelen èn schoolbehoeften; voor verlichting, verwarming en.schoonhouden der lokalen.

Slot volgt.

* **

Het waarschuwend voorbeeld.

De vermindering van het geboortecijfer in Frankrijk houdt aan. Naar de berekening van den directeur van den statistieken dienst daar te lande, daalde dit cijfer in 1913 vergeleken bij die van 1912 weder met ruim 5000 levend geborenen. Tengevolge van die daling en een stijging der gestorvenen was ook het geboorte-overschot 16000 eenheden kleiner dan in 1912. Daaruit-blijkt, dat de krachtige propaganda van den bond, die ten doel heeft de ontvolking in Frankrijk tegen te gaan, benevens de steun van de overheid in allerlei vormen aan de groote gezinnen verleend, niet bij machte ziin om de daling der geboorten tot staan te brengen, De beteekenis van dit feit spreekt te sterker, omdat de beweging in Frankrijk vroeger begonnen is dan in de omringende landen.

Bedraagt het overschot in Frankrijk nog maar 41.901 meer geboren dan gestorven, in Duitschland, waar het geboorte-overschot eveneens dalend is, is dit cijfer nog altijd 22 maal meer. Zelfs in ons land is het nog 2 maal zoo groot.

Ook het cijfer van het aantal echtscheidingen klimt in Frankrijk elk jaar. Was het gemiddelde cijfer in de jaren 1901—1910 per jaar 10.356, voor het jaai 1913 vallen er zelfs 15.076 gevallen van echtscheiding te boeken.

Frankrijk blijft altijd nog het waarschuwend voorbeeld voor de beschaafde volken der wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's