Uit de Pers,
Adres aan de Synode.
Het volgende adres is door de Evangelischen aan de Synode verzonden:
Ondergeteekenden, vertegenwoordigend het moderamen van het Convent van predikanten van Evangelische richting in de provincie Groningen, daartoe aangespoord door de aanwezigen op de samenkomst van genoemd Convent op Dinsdag 9 Juli j.l., gevoelen zich gedrongen bij Uw college aan te dringen op afwijzing van het verzoek van zestig predikanten om de door hen voorgestelde wijziging aan te brengen in artikel 27 van het reglement op het examen, in artikel 19 van het reglement op het Godsdienstonderwijs en in artikel 39 van hetzelfde reglement.
Zij doen dit op de navolgende gronden:
1e. Omdat zij de bijvoeging in de proponentsformule en in de formule voor de godsdienstonderwijzers bij de uitdrukking »De Beginselen en het karakter van de Herv. Kerk hier te lande" van de woorden: "zooals deze gekend worden uit hare belijdenisschriften", in strijd achten met de waarheid. De beginselen en het karakter onzer kerk zijn niet te vinden in het confessioneel beginsel van Gods souvereiniteit, met den aankleve van het treurige dogma der predestinatie in zijn beide vormen, de leer der electie en de leer . der reprobatie, tot uiterste consequentie gebracht in het supra-lapSarisme, welk denkbeeld ten grondslag ligt althans aan twee der belijdenisschriften, de Nederlandsche geloofsbelijdenis en de Canones van Dordrecht, maar in het reformatorisch of gereformeerd beginsel van Gods ontfermende Liefde in Christus geopenbaard, in het Evangelie gepredikt en door het geloof aan hart en leven ervaren. Dit beginsel achten zij het hoofdbeginsel onzer kerk te zijn geweest, bij hare wording, zooals o. a. in het licht is gesteld door Prof. Gooszen in zijne studiën over het »tertium genus" (zie Geloof en Vrijheid 28ste jaarg. 530 e. v.) en over soteriologisch-bijbel.sche richting der eerste Nederlandsche theologen, staande tegenover de intellectualistisch-speculatrese richting van Calvijn en zijne volgelingen (zie Geloof en Vrijheid 25ste jaarg. blz. 133 e. v.) en het nog te zijn ondanks de tijdelijke overheersching in vorige eeuwen van het tegen dat beginsel strijdende calvinistisch systeem. En als van dit hoofdbeginsel afgeleide beginselen beschouwen zij : het erkennen niet van een dogmatisch stelsel, maar van het Evangelie van Jezus Christus als de Godsopenbaring; waardeering der Heilige Schrift niet als een onfeilbaar Woord van God, maar als de kenbron van dat Evangelie; het in het midden plaatsen van Jezus Christus als degene in en door wien Gods ontfermende liefde geopenbaard is, en het erkennen van de kerk als de gemeenschap des levens van, niet der leer over Jezus Christus. Daarom ook achten zij het karakter onzer kerk te zijn niet Luthers, niet Calvinistisch, maar Gereformeerd, d. i. Hervormd, anti-Roomsch, en daarom vrijheid van geweten handhavend tegenover elken gewetensdwang, hetzij van Rome hetzij van Dordt,
2e. Omdat zij in de bijvoeging van de term «overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze recht-' vaardigmaking" in de proponentsformule en de formule der godsdienstonderwijzers een vruchtelooze poging meenen te zien om de kerk voor alle vrijzinnigen te sluiten, en alleen personen van orthodoxe richting in haar toe te laten tot predikambt en godsdienstonderwijs. De term «overgeleverd om onze zonden" schijnt zich te keeren tegen hen, die de leer der satisfactie of althans de Anselmiaansche theorie er over verwerpen en de term "opgewekt om onze rechtvaardigmaking" tegen hen, die niet aan lichamelijke opstanding gelooven. Toch kan deze Paulinische uitspraak zeer goed door allen worden aanvaard, die gelooven in het oorzakelijk verband tusschen Jezus' dood en de menschelijke zonde, en tusschen het hoogere eeuwige leven in en door Jezus geopenbaard en onze rechtvaardiging; zoodat de invoeging dezer woorden slechts een aanleiding tot kleinzielige twisten worden zou.
3e. Omdat zij de weglating uit art. 39 Reglement op het godsdienstonderwijs van de clausule «althans wat betreft geest en hoofdzaak der daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte" in strijd achten met het Protestansch beginsel der vrijheid van geweten, dat het noodig maakt ruimte te laten in onze kerk aan verschil van formuleering der Christelijke belijdenis, gelijk dat geschiedt in de vragen aan de lidmaten voorgelegd ter beantwoording bij hunne bevestiging, en dus een niet te dulden inkorting der vrijheid. De clausule toch is indertijd door Uw college ingevoegd om tegemoet te komen aan de feitelijk bestaande verscheidenheid van opvatting van het Evangelie; indien zij weer werd weggenomen zou dit beteekenen een uitsluiting van allen, die tegen de formuleering der belijdenisvragen in artikel 39 bezwaar hebben, waardoor onze kerk beroofd worden zou van tal van uitnemende voorgangers en leden, of aan die voorgangers en leden een juk van formuleering op. gelegd worden zou, waartegen hun geweten zou protesteeren, terwijl tevens velen, die geen bezwaar tegea die formuleering hebben, toch tegen den dwang van bepaalde formuleering dit wel hebben zouden. Onze kerk zou dus veel verliezen en niets winnen.
4e. Omdat zij de bijvoeging in de derde der belijdenisvragen van de clausule »in gehoorzaamheid aan Gods Woord" ten zeerste moeten afkeuren, omdat de bedoeling daarvan geen andere zijn kan dan om allen te binden aan ééne bepaalde bijbelopvatting, waarbij men de Heilige Schrift geheel met Gods Woord identisch acht, en aan haren ganschen inhoud bindend gezag wil geven; wat met het oog op de werkelijkheid zooals die aangaande de schriften des Bijbels door de bijbelcritiek is aan het licht getreden» een onbillijke met oprechtheid en waarheidszin strijdende poging geacht worden moet.
5e. Omdat zij het streven van de zestig predikanten en van de door hen vertegenwoordigde richting verderfelijk achten voor onze kerk en voor den godsdienst in het algemeen, daar het uitgaat van geheel verkeerde opvatting van het wezen van kerk en godsdienst. Terwijl dat wezen naar de overtuiging van ondergeteekenden bestaat uit het aankweeken en het bezit van ware godsvrucht als levenskracht, die zedelijk en geestelijk den mensch herschept en loutert en aan Jezus gelijkvormig maakt, ligt aan het confessioneele streven de overtuiging ten grondslag, dat godsdienst voor een belangrijk deel bestaat uit het beamen van een leer of dogmatisch stelsel, en de kerk slechts dient om die leer of dat stelsel te handhaven.
Redenen waarom zij Uw Hoog Eerwaard college dringend verzoeken het verzoek der zestig predikanten van de hand te wijzen en zoowel artikel 27 van het Reglement op het examen als de artikelen ig en 39 van het Reglement op het godsdienstonderwijs onveranderd te laten.
Namens het Moderamen voornoemd:
M. BEVERSLUIS, Zuidwolde, president.
J. J. H. BANGE, Zuidhorn, secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's