De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Ernstige tijden.

Do ontzettende toestand waarin Europa door den oorlog is gebracht, heeft tot de volkeren heel wat te zeggen.

De Heere God heeft zijn straffende hand op ons werelddeel gelegd. En het is voor onze zonden en die onzer vaderen dat wij worden gekastijd.

Kon het ook wel haast uitblijven dat de Heere de natiën kwam bezoeken? Het was niet tot de Wet en de Getuigenis dat de volkeren zich wendden, maar het waren de Baals die zij naliepen.

Men herinnert zich het woord van dien Franschen Minister, die de lichten aan den Hemel zou uitdooven, dat geroep van: „laat ons hunne banden verscheuren en hunne touwen van ons werpen, " dat instemmen met hen, die in den tijd van den profeet Jesaja leefden, en die het uitriepen: „laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij."

Het is thans geen tijd van critiek, maar van schuldbelijdenis.

Gansch Europa treurt vanwege de ellende van den krijg.

Wij beleven de tijden, die in de Openbaringen voorspeld worden en waar wij lezen: dat de kooplieden der aarde zullen weenen en rouw maken over haar (de groote stad Babyion) omdat niemand hunne waren meer koopt.

Alles is in verwarring. Het is een groote chaos, waarin wij ons bevinden.

Moge de Heere ons genadig zijn en Zijn toorn nog van ons afwenden.

Uit het Schoolverslag.

Het onlangs verschenen verslag van den staat der hooge-, middelbare-en lagere scholen' over 1912—1913, geeft weer als altijd een schat van gegevens, waaruit de toestand, waarin bet onderwijs zich bevindt, duidelijk blijkt.

Wat de toename van het aantal openbare en bijzondere scholen betreft, meldt het verslag, dat vergeleken met het jaar 1912 het aantal openbare scholen in 1913 met 9 vermeerderde, terwijl dat der bijzondere scholen met 78 vooruitging. De cijfers bedroegen respectievelijk voor de openbare school 3322 in 1913 tegen 3313 in 1912 en voor de bijzondere school in dezelfde jaren 2199 en 2121. Onder de 2199 bijzondere scholen zijn er nog 88, dat is 8 minder dan het vorige jaar, die geen aanspraak maken op de Rijksbijdrage.

Naar haren aard gesplitst komen er van het getal 2199 scholen voor de Protestantsche scholen 1097, voor de Roomsch-Katholieke scholen 1003 en voor de Israëlietische scholen 4, terwijl ér 95 scholen opgegeven worden, die niet onder een dier drie categoriën vallen. Al deze aantallen zijn het totaal, dat op 15 Januari 1913 aanwezig was.

Omtrent het aantal kinderen, die de dag school bezoeken, blijkt uit het verslag dat de openbare school op 15 Januari 1912 door 562867 leerlingen en op 15 Januari 1913 door 562125 kinderen bezocht werd, alzoo eene vermindering met 742* Op de bijzondere scholen stonden de cijfers op dezelfde data 365887 en 381081 wat op eene vermeerdering wijst van 15194-leerlingen.

De vermindering van het aantal leerlingen der openbare lagere school gaat zoowel absoluut als relatief steeds voort, wat juist het tegenovergestelde is bij het bijzonder onderwijs, waar het leerlingental telkenjare belangrijk stijgt.

Sinds het in werking treden der wet Kuyper van 1905 daalde het aantal leerlingen aan de openbare lagere school van 567764 op 15 Januari 1906 tot 562125 op 15 Januari 1913, terwijl de schoolbevolking bij het bijzonder onderwijs in dezelfde jaren van 289291 steeg tot 381081. Drukt men deze getallen uit in het percent vaii alle schoolgaande kinderen, dan ging het percent van de kinderen die de openbare school van 1906 tot 1913 bezocht terug van 66, 24 percent op 59.60 percent. Het sierkst ging het openbaar onderwijs na 1905 terug in de Provincie Utrecht en wel met 14.60 percent. In die Provincie en in de Provincie Noord-Brabant staat het percent van de leerlingen, die op de openbare school gaan reeds onder de 50.

Zoowel ten opzichte van de toename van het aantal scholen, als van de vermeerdering van het aantal leerlingen bij het bijzonder onderwijs, blijkt dat de toestand van dit onderwijs zeer gunstig is.

Het behoeft, als het zoo voortgaat, dan ook nog slechts ruim 10 jaar te duren, of ­ de meerderheid der schoolgaande kinderen bezoekt de bijzondere school.

Omtrent de uitgaven van het Rijk ten behoeve van het lager onderwijs vermeldt het sehoolverslag, dat het zuiver bedrag der Rijksuitgaven in 1912 was f 23575230,12», tegen f 22716504,155 in 1911. Voor het bijzonder onderwijs is aan bijdragen daaronder begrepen respectievelijk een bedrag van f 7191631,485 en van f 6787730,355.

Aan bijdragen aan de gemeenten werd over 1912 uitgekeerd f 12185497,145. Het totaal wat de gemeenten aan uitgaven aan het openbaar lager onderwijs in 1912 betaalden, bedroeg na aftrek der inkomsten van Rijk enz. een som van f 11751090,34, een bedrag dat f 1.106129, 34 hooger is dan in 1911.

Uit deze cijfers blijkt dus, dat het openbaar lager onderwijs aan Rijk en gemeente in 1912 de ronde som van 24 millioen kostte, terwijl de bijdrage die het bijzonder onderwijs in dat jaar uit de openbare kassen uitbetaald kreeg, slechts ruim 7 millioen bedroeg.

In vergelijking van het aantal scholen en het aantal kinderen, dat voor rekening der openbare lagere school komt, met de onderwijsinrichtingen en de bevolking, die de bijzondere lagere school heeft te onderhouden, kan er nog altijd van een zeer bevoorrechte positie van het openbaar onderwijs gesproken worden.

Ook de mededeelingen uit het Sehoolverslag op dit punt zijn zeer leerzaam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's