De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

13 minuten leestijd

Is de Ned. Herv. Kerk de Geref. Kerk?

Het valt niet te ontkennen, dat het reeds dikwijls beweerd is, dat de Nederlandsche Hervormde Kerk met den nieuwen vorm van bestuur (organisatie) in het jaar 1816 heeft opgehouden de vroegere Gereformeerde Kerk te zijn.

En velen hebben dait ook vastelijk geloofd en hebben de Herv. Kerk den scheidsbrief gegeven om in te gaan in een ander huis.

Hoe hebben wij daartegenover te staan? Wij willen trachten in deze een duidelijke uiteenzetting en verklaring der dingen te geven, waarbij wij wenschen te doen uitkomen wat er wel veranderd is, maar ook wat er niet veranderd is. Waarbij onze conclusie zal zijn: onze Ned. Herv. Kerk heeft in den jare 1816 op onwettige wyze een on-gereformeerde bestuursinrichting gekregen, welke als een groote ramp te achten is en aan de Kerk 'onnoemelijke schade heeft berokkend, maar nochtans is zij in wezen niet veranderd maar is gebleven de aloude Gereformeerde Kerk in deformatie.

Om deze zaak ordelijk te behandelen willen we 5 vragen trachten te beantwoorden en wel:

1 welke vorm van Kerkregeering heeft onze Herv. Kerk van ouds gehad?

2 wat is er in 1816 gebeürd? 3 hoe is de tegenwoordige toestand? 4 wat deugt er niet in?

5 wat is bij deze deformatie der Kerk noodig om tot reformatie te komen ?

1. Welke vorm van Kerkregeering heeft onze Herv. Kerk van ouds gehad?

Gij bemerkt, dat we niet vragen welk bestuur of welke besturen had onze Herv. Kerk vroeger. Want vroeger was er eenvoudig geen sprake van besturen in de Kerk. Dat liet men aan de wereld over voor al haar vereenigingen. Maar de Kerk kende geen bestuursmacht.

Men sprak van kerkelijke vergaderingen of samencomsten.

Op meer dan éene Synode was hier omtrent het volgende bepaald: Vierderlei kerkelijke samenkomsten zullen onderhouden worden, de Kerkeraad, de Classicale Vergadering, de Particuliere of Provinciale Synode en de Generale of Nationale Synode.

Hetzelfde zeggen had de Classis over den Kerkeraad, hetwelk de Particuliere Synode had over de Classis en de Generale of Nationale Synode over de Particuliere.

Mocht iemand zich bezwaard achten door eene uitspraak der mindere vergadering, zoo mocht hij zich op eene meerdere kerkelijke vergadering beroepen.

De Kerkeraad. Elke, tot de waarheid des Evangelie's teruggekeerde of gereformeerde gemeente had, naar uitwijzen van de Schrift, haren Kerkeraad, bestaande uit den predikant of uit de predikanten en de ouderlingen.

Was de gemeente klein, dan hadden ook de diakenen zitting in den Kerkeraad.

De benoeming van Kerkeraadsleden geschiedde of door den Kerkeraad zelven, behoudens goedkeuring van de gemeente, of door de gemeente uit een dubbeltal door den Kerkeraad aan de gemeente voorgesteld. Een verkiezing dus van Kerkeraadsleden onder leiding van het ambt-en niet door het kiescollege.

Wat. het werk des Kerkeraads betreft en de ambtsplichten van predikanten, ouderlingen en diakenen, zulks kan men gewaar worden uit de Formulieren om te bevestigen de Dienaars des Woords en de ouderlingen en diakenen, van ouds in onze Herv. Kerk gebruikt en nog steeds van kracht zijnde.

Want wat veranderd is, in wezen is de Kerkeraad van heden gebleven wat de Kerkeraad van vroeger was, gelijk ook de predikanten, ouderlingen en diakenen in tal van gemeenten woordelijk hetzelfde aanhooren en beloven bij hun bevestiging, geljjk eertijds het voorgeslacht.

De Classicale Vergadering. Boven den Kerkeraad stond vroeger niet, gelijk thans wel, een Classicaal Bestuur, maar de Classicale Vergadering.

Eenige gemeenten samen vormden namelijk eene Classis.

De Classicale Vergadering bestond uit al de predikanten der classis, benevens een even groot aantal ouderlingen.

Deze Vergadering kwam vier-of zes malen in het jaar bijeen. Ieder der predikanten was op zijne beurt voorzitter, welke functie eindigde als de vergadering uiteen ging.

Wat de werkzaamheden betreft, deze waren vele en velerlei. Zaken, welke in de vergadering van eenigen Kerkeraad niet konden afgehandeld worden, werden daar, zoomogelijk, ten einde gebracht. Aan een ieder werd gevraagd of de Kerkeraadsvergaderingen gehouden werden, of de kerkelijke tucht werd gehandhaafd, of de armen en scholen bezocht werden, of er iets was, waarin het oordeel en de hulp der Classis noodig was. Een predikant, daartoe in eene vorige vergadering aangewezen, had een korte predikatie uit Gods Woord te doen, de anderen hadden te oordeelen en mocht er iets aan de predikatie ontbreken, dit aan te wijzen. Voorts benoemde deze Vergadering twee predikanten en twee ouderlingen als afgevaardigden voor de Provinciale of Particuliere Synode. Deze afgevaardigden hadden niet naar eigen goeddunken te oordeelen over zaken welke op genoemde Synode zouden behandeld worden, maar het oordeel der classicale vergadering hadden zij over te brengen; zij hadden dus instructies.

Voorts benoemde deze vergadering nog eenige predikanten, minstens twee, die alle gemeenten, tot de classis behoorende, hadden te bezoeken. Zij werden visitatores (bezoekers) genoemd.

Zij hadden te onderzoeken of de leeraars, Kerkeraden en schoolmeesters hun ambt getrouw waarnamen, bij de zuiverheid der leer voortleefden, de aangenomen Kerk-orde in alles onderhielden en de stichting der gemeente en der jeugd naar behooren, zooveel hun mogelijk was, met woorden en werken bevorderden, ten einde degenen, die nalatig bevonden werden in het een of ander, intijds broederlijk te vermanen en met raad en daad alles tot vrede, opbouwing en het meeste nut der Kerken en scholen te helpen besturen.

Dan nog bepaalde zich de werkzaamheid der Classicale vergadering tot het examineeren der aanstaande predikanten. Eerst had men het voorbereidend (praeparatoir) examen, tot verbinding aan den dienst der Kerk. Het andere, emd-(peremptoir) examen werd afgenomen, wanneer de proponent bij eene gemeente der classis was beroepen. Bij beide examens waren na de Synode v. Dordt 1618-'19 afgevaardigden van de Provinciale of Particuliere Synode.

Wanneer wij nu nog weten, dat de Classicale Vergadering in onderscheidene aangelegenheden der gemeente een beslissende stem had, b.v. dat een predikant, na ontvangen beroep, zijne gemeente niet zonder voorweten of advies der Cl. vergadering mocht verlaten, waarbij de Clasis onderzocht of de Kerkeraad het vertrek van den predikant al dan niet goedkeurde; — dat zonder toestemmingen authoriteit der Synode of Clasis geen predikant elders mocht prediken; — dat zij recht had Dienaren des Woords af te zetten; — dat een Kerkeraad de avond-gebeden niet zonder hare toestemming mocht opheffen; — dat zij zorgde, dat aan alle plaatsen Kerkeraden werden aangesteld, zoo deze er nog niet waren; — dat zij bij vacature zorgde voor de vervulling der predikbeurten; — dat zij eenigen uit haar midden benoemde, die te verschijnen boeken hadden te onderzoeken {visitatores librorum) om de goedkeuring der Classis te geven, wanneer in bedoelde boeken niets werd gevonden, dat in strijd was met de leer der Kerk; — dat zij hare meening uitsprak over zaken, welke op de Prov. Synode nader zouden behandeld worden, welke meening, gelijk wij, ' reeds zagen, de Afgevaardigden naar de Synode hadden over te brengen — dan blijkt uit een en ander welk eene beteekenis de Classicale Vergadering had voor het kerkelijk leven in de jaren vóór 1816, althans voor 1795.

De Patticuliere of Provinciale Synode. De samenstelling van de Particuliere of Prov. Synode was aldus: Elke Classicale Vergadering had twee predikanten en twee ouderlingen te zenden, die, gelijk wij reeds weten, het gevoelen der Class. Vergadering hadden over te brengen.

Voorts waren ter vergadering aanwezig de afgevaardigden van de overige Provinciale Synoden des lands. Daardoor vormde deze Synode een band van eenheid tusschen de onderscheidene provinciën des lands. Bedoelde afgevaardigden werden genoemd: deputaten ter correspondentie. Zij hadden eene praeadviseerende (raadgevende) stem en deelden de besluiten, door hunne Synode of Classis genomen, mede.

Zeeland echter en Drenthe zonden geene afgevaardigden. In Zeeland werd na 1638 geene Particuliere Synode toegestaan door de Staten. Zonder toestemming der Prov. Staten kon geene Synode gehouden worden. Men had in Zeeland om de drie jaren wel eene kerkelijke samenkomst (coetus), alleen tot afdoening van zaken. Drenthe zond geene afgevaardigden, wijl aldaar de Particuliere Synode slechts om de vier, later om de drie jaren samenkwam. Wel mochten ook andere predikanten en ouderlingen, behoorende tot de Classis, waar deze Synode bijeenkwam de vergadering bijwonen, eene beslissende stem hadden zij echter niet.

Vergaderde de Class. Vergadering viertot zesmalen in het jaar, de Particuliere Synode kwam éénmaal des jaars bijeen, tenzij de nood vorderde eerder bijeen te komen.

Gelijk reeds is gezegd — in betrekking tot Zeeland — was de toestemming der Provinciale Staten noodig voor het houden dezer vergadering; was deze toestemming gegeven, dan zonden zij twee Commissarissen-Politiek, alsmede de Overheid der stad, waar de vergadering bijeenkwam, zond éen afgevaardigde uit haar midden, om de orde te handhaven en te waken tegen mogelijke inbreuken op het Staatsbelang.

De plaats van vergadering was bij toerbeurt een der hoofdplaatsen der Classen.

De werkzaamheden van de Prov. Synode bepaalde zich tot het ten einde brengen van die zaken, welke op Class. Verg. niet konden afgedaan worden; voorts, in het algemeen, de classen in voorkomende zwarigheden de hand te bieden. Zij had te waken voor het behoud der zuivere leer. Zij vaardigde deputaten af om bij de classicale examens der proponenten tegenwoordig te zijn. Ook zou zij afgevaardigden ter Generale Synode hebben te benoemen — doch na de Algemeene Synode van 1618—19 is deze niet meer bij een geroepen. Zoolang nu geene Algemeene Synode gehouden werd, deden de Provinciale Synoden hetgeen anders de taak was der Algemeene of Nationale. Ook werd op de Prov. Synode beraadslaagd over tegemoetkoming in de behoeften van noodlijdende kerken en personen binnen en buiten 's lands.

De Algemeene of Nationale Synode. Ging de verkrijging van toestemming tot het houden eener Prov. Synode reeds met moeilijkheden gepaard, tot het houden eener Algemeene of Nationale Synode werd na 1618—19 door de Overheid des lands geene toestemming verleend en zoo bleef deze geheel achterwege. Zij had moeten samengesteld zijn uit twee predikanten en twee ouderlingen uit elke Provinciale Synode, zoowel van de Nederduitsche als Waalsche kerken.

Om de drie jaren zou zij moeten gehouden zijn. Dit geschiedde niet, daarom werden zaken tot deze Synode behoorende beslist op de Prov. Synoden.

Eéne Commissie was er echter, die eenigszins de Algemeene Synode vertegenwoordigde. Eenigszins — omdat zij was samengesteld uit afgevaardigden van al de Synoden. Zij bestond echter alleen uit predikanten en niet uit ouderlingen, n.l. eén predikant uit elke Synode en van de Synode der Waalsehe kerken. De werkzaamheid van deze ten jare 1641 totstandgekomen Commissie was, dat zij, om de driejaren de Kerkelijke geschriften, welke destijds deels in den Haag, deels te Leiden, zich bevonden, had na te zien.

Deze geschriften waren: de handelingen van de vroegste Synoden, van 1572 af, als mede de Autographa der Staten-Overzetting des Bijbels (de oorspronkelijke geschrevene overzetting des Bijbels.) Al deze stukken waarbij later nog andere kwamen, berusten thans in 's Gravenhage, onder toezicht van den Secretaris der Synode.

Deze Commissie kweet zich niet zonder plechtigheid van hare taak. Tot het jaar 1794 heeft deze Commissie stand gehouden, toen de omwenteling ook hieraan een einde maakte.

Uit dit overzicht van den vorm van kerkregeering — dat wij bijna woordelijk hebben overgenomen uit: Heeft de Nederl. Herv. Kerk met den nieuwen vorm van bestuur {organisatie) in het jaar 1816 opgehouden de vroegere Gereformeerde Kerk te zijn? van wijlen Ds. F. Oberman te Leiden (uitgave E. J. Brill, Leiden) — blijkt, dat onze Herv. Kerk van ouds een regeering gehad heeft in presbyterialen vorm; dat wil zeggen: er was gelijkmatige vertegenwoordiging.xln de Kerkeraden, Classicale Vergaderingen en Synoden hadden evensëer ouderlingen als predikanten zitting; — de Commissie tot het nazien der Kerkelijke geschriften behoorde niet eigenlijk tot het bestuur der Kerk.

Zooals men weet is deze presbyteriale vorm van kerkregeering ons bewaard in de Dordtsche Kerke-ordening van 1619.

Daar lezen we in art. 29 „Viérdelei kerkelijke samenkomsten zullen onderhouden worden enz. En dan in art. 30: „In deze samenkomsten zullen geen andere, dan kerkelijke zaken en dezelve op kerkelijke wijze verhandeld worden. In meerdere vergaderingen zal men niet handelen, dan 't geen in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden of dat tot de kerken der meerdere vergadering in 't gemeen behoort."

Onze Vaderen gingen dus bij de kerkregeering uit van het beginsel, dat de plaatselijke kerken door hun plaatseliike Kerkeraden, door hun eigen dienaren. Herders, Leeraars en Opzieners moeten worden regeerd.

Deze plaatselijke kerken zijn — reeds de gemeenschap der heiligen eischt dit — geroepen met elkander in geordend kerkelyk verband te treden en goede kerkelijke correspondentie met elkander te oefenen. (Zie Hand.  15 en 2 Cor. 8.)

Terwijl — zooals de Dordtsche Kerkeorde dan ook in art. 41 enz. omschrijft — alle genabuurde kerken eener zelfde streek door middel van hun afgevaardigden moesten saamkomen, om af te handelen wat in een of andere plaatselijke gemeente niet afgehandeld kon worden, of te bespreken de dingen die de gemeenschappelijke kerken raakten. Deze vergaderingen werden Classicale vergaderingen genoemd (4 of 6 verg. per jaar.)

En op dezelfde wijze vergaderden de Gereformeerde kerken eener zelfde Provincie ééns per jaar (Particuliere of Provinciale Synode.) De Gereformeerde Kerken van het gansche land zouden dan om de drie jaar in Synode saamkomen (Generale of Nationale Synode.) Naar deze lijnen is de kerkregering der Herv. Kerk steeds geweest — tot er in 1816 een einde aan werd gemaakt door Koning Willem I

(Wordt vervolgd.)

De Unie-Collecte.

Men schijnt op verschillende plaatsen niet te weten wat men doen moet met de Unie-collecte. Zal men die collecte nog houden onder de huidige omstandigheden? In sommige gemeenten schijnt men er over te denken om maar niet rond te gaan dit jaar.

Wij kunnen dat niet goedkeuren. Onze scholen hebben het zoo noodig. En wij mogen  in deze dagen en weken ons onderwijs niet vergeten. Wij mogen onze scholen onze gave niet onthouden, om die misschien aan anderen te geven. En daarom zouden wij willen adiseeren laat men ook in deze doen zooals wij dat gewoon zijn. Men zal zien — het valt dan toch mee!

Wij nemen gaarne over wat onze ijverige Unie-secretaris, de heer R. Derksen van Zeist schreef, bij zijn verantwoording van de 2e lijst van giften.

Hij zegt daar: Het gaat met de Unie-collecte naar wensch. De redacteur van een blad, dat ijvert voor de School met den Bijbel, zal naar wij vertrouwen, geen gehoor viniden voor zijn raad om de Unie collecte te beperken.

De aanvrage om Unieblaadjes gaat geregeld voort.

Op een der forten hield mén zelfs de Uniecollecte.

Een flinke Unie-gift werd ons gezonden als protest tegen het uitstellen der Unie-collecte in een onzer groote steden.

Neen, de financieele belangen van de Scholen met den Bijbd moeten niet, mogen niet en zullen niet vergeten worden, ondanks de benarde tijden, die wij beleven.

Treffende staaltjes van geloofsmoed en geloofsijver van correspondenten, en mededeelingen van blijde verrassingen, zouden wij kunnen vermelden. Wij doen het echter niet, maar blijven deze Unie-collecte op het hart binden van alle Unie-mannen en Unie-vrouwen, met de bede, dat God de Heere in gunste zal nederzien op allen, die met woord en daad onze Scholen met den Bijbel willen dienen.

R. DERKSEN,

Secretaris de Unie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's