Allerlei.
Kaak.
In Leicester woonde een vrouw, die gewoon was bloemen naar het ziekenhuis te brengen en met de kranken, verpleegsters en zelfs dokters over de belangen hunner ziel te spreken.
Op zekeren dag sprak een der geneesheeren haar aan en vraagde: „Gelooft gij, dat God het gebed hoort? Ik ben platzak. Als ik Hem er om vraagde, zou Hij mij dan geld toezenden? "
Zij antwoordde: „Indien gij eens bij den prins werd toegelaten, zoudt gij dan uw hand terstond in zijn zak steken? "
„Weineen", sprak hij, „ik zou vnatuurlijk eerst beter met hem bekend moeten zijn."
„Juist, " antwoordde de vrouw, en gij moet ook eerst veel beter met God bekend zijn, eer gij een antwoord moogt verwachten op wat gij van Hem verlangt."
De Toepassing.
Eene nogal lastige vrouw zeide eens tot haar dominé: De predikanten maken nogal wat beweging over hun drukken arbeid. Wat is dat nu, zoo'n paar preeken in een week klaar te maken? Dat kan ik ook wel? "
„Wel, wel. Jannetje", zei de dominé, „laat ik dat eens hooren."
„Kom maar op met je - tekst, " was het alles behalve vriendelijke antwoord.
Maak dan maar eens een preek over den tekst: „Het is beter te wonen op een hoek van het dak dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap."
Dadelijk vloog Jannetje als buskruit op en riep: „Bedoelt ge daar soms iets persoonlijks mee? "
„Ho, ho", zei de predikant, „zie je wel, dat je volstrekt niet deugt voor dominé? "
„En dat waarom niet? " vroeg ze bits. „Wel, Jannetje, omdat je te vroeg met de toepassing begint."
Waar komen wij?
Zekere voorname dame legde met den spoortrein een weg af, die zeer steüwas. Zij werd anstig en vroeg aan den conducteur, wat er gebeuren zou, als de trein wilde uitglijden.
„Dan zou de rem worden aangezet." „Maar als die eens brak? " „Dan de tweede rem."
„Waar komen we terecht, als die ook eens brak? "
„Mevrouw, " antwoordde de man, „dat hangt geheel van ons vorig leven af, waar wij dan terecht komen."
De Heere geeft en neemt.
Een dame verloor, terwijl haar man van huis was, hare beide kinderen aan de cholera. Met moederlijke teederheid legde zij hen neer, spreidde een bedekking over hen uit en wachtte de terugkomst van haren echtgenoot af, toen ze hem zag, sprak ze hem aldus aan: „Een persoon heeft mij eenige juweelen geleend, en wenscht ze weer terug te ontvangen; wat zal ik doen? " — „Geef ze in elk geval weder, " antwoordde haar man. Toen ging ze hem voor en nam de bedekking van de gestorvene kinderen voor hem weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's