Financiën.
Het was juist te laat, want mijn epistel was reeds verzonden, toen er de vorige week nog een postwissel uit Gouda kwam van Mevr. J. met f 1. Er stond niets anders bij vermeld als „voor No. 45." De lezers zullen evenals ik zeker wel begrijpen wat dit beteekent. Het is niet anders dan dit: Laat ik toch nog iets zenden voor No. 45, want de mogelijkheid bestaat dat er niets gekomen is en dan zou „Financiën" weer in de Waarheidsvriend ontbreken en dat moet in ieder geval voorkomen worden. Daarom was ik zoo verheugd over de toezending van dezen postwissel en deze weinige woorden, omdat mij hieruit wederom bij vernieuwing bleek het medeleven van de lezers met de belangen van het Leerstoelfonds en zij het niet kunnen verdragen als er eens niets ontvangen is in den loop der week.
Maar er is nog meer, waarover wij ons kunnen verheugen.
Zooals de lezers weten, was ik voor 14 dagen zoo vrij hun eens eenige aangename herinneringen voor te leggen uit het beloop der financiën in Sept. en Oct. 1913. Ik noemde daarbij ingekomen giften van 100, 150 en 8000 gulden. Ik wil wei eerlijk bekennen dat ik stilletjes hoopte dat de herinnering er aan nog wat goeds voor het Leerstoelfonds zou uitwerken. En of het nu daardoor gekomen is, zou ik niet durven zeggen, maar ik werd dezer dagen verrast door de aankomst van een aangeteekenden brief met (Kom, zetter, haal eens gauw de dikke letters voor den dag I)
HOHDERDVIJFTIG GULDEN
van den heer v. G. uit Amsterdam, als ik mij niet vergis dezelfde die ook in 1913 de 150 gulden zond.
Dat was een heerlijke verrassing, waarvoor wij den milden gever hartelijk danken, maar niet minder Hem, die ook weer hier het hart daartoe gewillig maakte.
Ja, lezer, het is een groote verrassing en een reden tot groote blijdschap als zulke groote giften voor het Leerstoelfonds binnen komen, maar niet minder als men ziet dat kinderen Gods het Leerstoelfonds gebruiken om him blijdschap en dankbaarheid te uiten als de Heere hen heeft welgedaan.
Zoo ontving ik uit.... een brief van .... met twee zilverbons ieder van f 5 en een van f 1, met dit schrijven: Verleden week las ik in de Waarheidsvriend het stuk van Ds. Goslinga over de jongelingen in den gloeienden oven. Ook haalde ZWEw. daarbij aan het 2e vers van Jesaja 43. Dit was voor mij een aansporing u f 10 te zenden als dankoffer aan den Heere, die mij heden op het ziekbed verlost heeft van den eeuwigen dood met deze woorden uit Jesaja 43:1 en het 2e vers als aanmoediging en versterking om het verdere leven door te gaan. Tevens f1 als contributie voor 1914, daar u mij als lid kunt inschrijven. Wil mijn naam weglaten, want den Heere alleen zij de eer voor zoo groote genade..."
Wat heerlijke brief! Wat heerlijk getuigenis! Moge het ons aller deel zijn of worden! Ja, zoo hoorde ik gisterenavond vertellen van een Duitsch soldaat, wien in een der gevechten van dezen oorlog een arm afgeschoten was, maar wiens ziel was gered geworden, welke naar huis liet schrijven: Ik heb mijn arm verloren, maar ik heb God gevonden. Het deed mij denken aan het Schriftwoord: Het is beter verminkt het leven in te gaan, dan beide handen hebbende verloren te gaan.
Dit tusschen twee haakjes. Wij gaan verder. Ook van onze stoere wekelijksche en maandelijksche werkers en werksters kwamen weder drie postwissels in als de vrucht van hun gestadigen arbeid met de busjes, die aan ons Leerstoelfonds zulk een krachtigen steun geven. Dat is ons corps vrijwilligers. Waar in onze dagen velen zich vrijwillig aan gorden voor den bloedigen strqd ter verdediging vanhet vaderland, werken deze met ons samen in den strijd ter verdediging en verbreiding van de Waarheid in onze Ned. Herv. Kerk. tegen den geest van ongeloof en verkrachting van Gods Woord te midden van de Kerk onzer vaderen. Dit corps is nog zeer voor uitbreiding vatbaar. Mochten er nog zijn die lust gevoelen zich hierbij aan te sluiten, dan zal ik hun de natuurlijke wapens toezenden.
Over de geestelijke heb ik niet te beschikken. Het zijn ditmaal uit
Leerdam, van de firma Huygen en Ursinus, tijdelijke opvolgers van de firma van Mourik en Kool, afgezonden door bemiddeling van Ds. Kijftenbelt, de tweemaandelijksche opbrengst, van busje 43 f 12.
Oöster-Nijkerk, Y& Th. A. Faber f 1, 6 zijnde de opbrengst van busje 49 over de maand September.
Kampen, afgezonden door Joh. Prins, penningmeester van de vereeniging „Uw Woord is de Waarheid", van de maand September f9, 50. Verder uit
Den Haag van N. N. een zilverbon van f 2.50 met dit bijschrift: „Hierbij een gift voor het Leerstoelfonds, omdat Ds. Benes voor Hoogeveen heeft bedankt."
Rotterdam, van Ds. P. v. Toorn, Deze schreef mij: „Hierbij zend ik u fl,1 ontvangen op 30 Augustus in IJselmonde bij gelegenheid dat ik daar sprak. Door vacantie vergat ik dit af te dragen. Er was een briefje bij met het volgende bijschrift: „Een gave voor het Leerstoelfonds, die anders op den Zendingsdag door mij wordt afgezonderd."
Wij besluiten onze mededeelingen met een gift uit
Delft, van N. N. f 2.50, afgezonden door Ds. Beekenkamp.
Met dank aan de milde gevers en aan allen die er toe medewerkten, mogen wij ditmaal wel eindigen met de woorden: De Heere heeft alles wèlgemaakt, dies zijn wij verblijd.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, Apeldoornsche weg 188.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's